De passagier is de sigaar

Luchtvaartmaatschappijen negeren stelselmatig jurisprudentie over schadevergoedingen. Gedupeerde reizigers worden gedwongen voor elke claim naar de rechter te stappen.

Foto Reuters

De stewardessen hielden plotseling op met het uitdelen van de maaltijden. De nog halfvolle trolleys werden door de twee gangpaden van het vliegtuig weer naar voren gereden. Daarna moesten alle passagiers hun tafeltjes weer inklappen.

„Vreemd”, dacht Ruben Cox. En zag hij nu goed dat de bemanning opeens wat gespannen was?

Vlucht UA0909 naar Chicago was ruim een uur onderweg. De Boeing 767-300 van United Airlines was op 5 januari 2012 om drie minuten over elf opgestegen van Schiphol, en vloog nu boven het Verenigd Koninkrijk. Op het tv-schermpje in de rugleuning van de stoel voor Cox werd sinds het opstijgen de koers aangegeven. Hij zag dat het vliegtuig ineens rechtsomkeert had gemaakt.

Niet veel later kraakte de intercom.

Ladies and gentlemen”, begon de gezagvoerder. „Als gevolg van een defect aan het entertainmentsysteem moeten we een voorzorgslanding maken in Londen.”

Ruben Cox dacht er het zijne van.

Het toestel landde op vliegveld Heathrow, en werd „ergens achteraf” geparkeerd, vertelt Cox. Al snel zag hij monteurs druk sleutelen aan de linkermotor. „Ik ben geen vliegtuigingenieur, maar volgens mij zit het entertainmentsysteem daar niet.” Hij had gelijk. De Boeing kampte met een motorisch defect, en kon niet verder vliegen. Cox kwam pas een dag later in Chicago aan.

Terug in Nederland besloot Cox United Airlines om compensatie te vragen. Na vertraging of annulering van een vlucht vanuit of naar een land in de Europese Unie kunnen passagiers – afhankelijk van de afstand – 250 tot 600 euro claimen. Dat is vastgelegd in Europese regelgeving. Maar United Airlines weigerde te betalen.

Ruben Cox verzocht daarop de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) om op te treden. De ILT, onderdeel van het ministerie van Infrastructuur, is bij wet verplicht om de Europese passagiersregels in Nederland te handhaven. Maar volgens de ILT had vlucht UA0909 te maken met „buitengewone omstandigheden”. En dan gelden de compensatieregels niet, zo meldde de inspectie. De klacht werd ongegrond verklaard.

Een vreemd besluit van de inspectie. Het Europees Hof van Justitie heeft namelijk in een aantal rechtszaken bepaald dat „diverse technische problemen” gewoon bij de „normale uitoefening van de activiteit” van een luchtvaartmaatschappij horen. Luchtvaartmaatschappijen mogen zich dan niet beroepen op overmacht, zo stelde het hof.

Marinus Hoorntje van claimbureau ReisRecht, die Cox juridisch bijstaat, stapte naar de bestuursrechter. Vorige maand kreeg hij gelijk. De rechter in Rotterdam oordeelde dat er op de United Airlines-vlucht „geen sprake” was van buitengewone omstandigheden. Conclusie: de inspectie had wél moeten optreden.

De manier waarop de inspectie is omgegaan met de klacht van Cox is exemplarisch voor de houding van de ILT, zeggen juristen die zich hebben gespecialiseerd in luchtvaartclaims. „De ILT houdt luchtvaartmaatschappijen stelselmatig de hand boven het hoofd”, zegt jurist Hoorntje. „De inspectie laat passagiers in de kou staan”, vindt Peter Meijer van juridisch dienstverlener DAS. En hoogleraar aansprakelijkheidsrecht Cees van Dam stelt dat „de inspectie veel kritischer kan zijn”. „Rechten stellen niets voor als je ze niet handhaaft.”

De rechten van luchtvaartpassagiers zijn vastgelegd in de Europese verordening EG 261/2004. Deze Europese ‘wet’ was bedoeld om een einde te maken aan de praktijken van luchtvaartmaatschappijen om meer tickets te verkopen dan er plaats was in het vliegtuig. Daardoor wisten de luchtvaartmaatschappijen zeker dat ze met een vol vliegtuig vertrokken, maar werden passagiers met enige regelmaat geweigerd bij het inchecken omdat iedereen was komen opdagen.

De sector protesteerde tegen de nieuwe regels. De internationale luchtvaartkoepel IATA stapte zelfs naar de rechter, maar verloor. Desondanks hebben luchtvaartmaatschappijen er volgens hoogleraar Van Dam „een sport van gemaakt” zich „zoveel mogelijk aan de regels te onttrekken”.

Tegelijkertijd heeft het Europees Hof van Justitie de regels de afgelopen jaren juist steeds verder uitgebreid. Het zogenoemde ‘Sturgeon-arrest’ is daar een belangrijk voorbeeld van. Het Duitse echtpaar Gabriel en Alana Sturgeon begon in 2005 een rechtszaak tegen de Duitse luchtvaartmaatschappij Condor. De Sturgeons vonden dat hun vertraging van 25 uur op een vlucht Toronto-Frankfurt als annulering kon worden gezien, en dat zij daarom recht hadden op compensatie. Ze kregen na vier jaar procederen van het Europees Hof gelijk.

Consumentenorganisaties noemden het Sturgeon-arrest „een overwinning”. Maar in de directiekamers van Europese luchtvaartmaatschappijen werd daar heel anders over gedacht. Voortaan konden passagiers bij een vertraging van drie uur of meer 250 euro claimen – ook als er maar 50 euro voor het ticket was betaald.

Na het Sturgeon-arrest bevestigde het hof dat technische problemen niet onder ‘buitengewone omstandigheden’ vallen. Toch proberen luchtvaartmaatschappijen met een beroep op overmacht tot op de dag van vandaag onder de regels uit te komen, zegt Peter Meijer. Hij behandelt bij DAS de claims van passagiers.

Meijer heeft het er druk mee. Sinds het Sturgeon-arrest is het aantal claims „geëxplodeerd”, zegt hij. Dat blijkt ook uit cijfers van rechtbanken in Nederland. Een woordvoerder van de rechtbank in Haarlem, waar Schiphol onder valt, laat weten dat er momenteel „honderden” zaken lopen. „Wekelijks komen daar tussen de 10 en 20 zaken bij.” De rechtbank in Rotterdam behandelde de afgelopen maanden circa honderd rechtszaken tegen EasyJet. In Eindhoven zijn er sinds juli 39 zaken tegen Ryanair aangespannen, en vier tegen Transavia.

Het grote aantal rechtszaken wordt veroorzaakt door de opstelling van de luchtvaartmaatschappijen, zegt Meijer. Hij spreekt van „een ontmoedigingsbeleid”. „Claims worden steevast afgewezen, in veruit de meeste gevallen met een verwijzing naar niet gespecificeerde buitengewone omstandigheden.” De Consumentenbond concludeerde onlangs hetzelfde. Uit onderzoek van de belangenclub bleek dat luchtvaartmaatschappijen 95 procent van alle claims direct afwijzen.

Als een claim wordt geweigerd, rest reizigers de gang naar de rechter. „Maar dat doet lang niet iedereen”, zegt Meijer. De jurist van DAS schat dat tussen de 20 en 40 procent van de passagiers van een vertraagde of geannuleerde vlucht een proces begint.

Het overgrote deel van de rechtszaken wordt gewonnen door passagiers. Een gevolg daarvan is, zegt een woordvoerder van de Haarlemse rechtbank, dat maatschappijen inmiddels vaker schikken met passagiers. „Een aantal vliegtuigmaatschappijen heeft lering getrokken uit de uitspraken van onze kantonrechters.” Maar voor het tot een schikking komt, moet een passagier wel eerst naar de rechter zijn gestapt.

Tijdens de vele rechtszaken van de afgelopen jaren verwezen luchtvaartmaatschappijen regelmatig naar een omstreden regel van de ILT. Volgens de inspectie is er namelijk altijd sprake van overmacht als er een „onverwacht vliegveiligheidsprobleem” ontstaat nadat het vliegtuig is vertrokken. Dat is in het voordeel van de vliegtuigmaatschappijen: in volle vlucht levert een technisch defect snel een veiligheidsprobleem op. Maar in de zaak van Ruben Cox oordeelde de rechter dat de regel in strijd is met jurisprudentie van het Europees Hof.

„De ILT weet van de vele rechtszaken, en is op de hoogte van de uitkomst ervan. Desondanks legt de inspectie geen boetes op aan luchtvaartmaatschappijen en wordt vastgehouden aan beleid dat niet in lijn is met de jurisprudentie”, zegt Peter Meijer. Jurist Hoorntje zegt: „De inspectie doet er alles aan om niet te hoeven handhaven.”

De ILT heeft hoger beroep aangetekend tegen de uitspraak in de zaak-Cox. De inspectie stelt dat haar beleidsregel in overeenstemming is met plannen van de Europese Commissie om de Europese regels te wijzigen. Die plannen moeten nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de EU-lidstaten.

De inspectie laat weten dat er geen boetes worden opgelegd aan luchtvaartmaatschappijen als een rechter heeft beslist dat een passagier gecompenseerd moet worden. „De overtreding is dan ongedaan gemaakt”, aldus een woordvoerder. Verder meldt de ILT dat „uit gesprekken met luchtvaartmaatschappijen” blijkt dat er „adequaat op verzoeken om compensatie door passagiers” wordt gereageerd.

Ruben Cox wacht bijna twee jaar nadat hij met United Airlines naar Chicago vloog nog altijd op zijn geld. „Maar ik heb begrepen dat dat zo is bij elke passagier die een claim indient.”