De mythe van het zelfvertrouwen

‘Als ik die eerste jaren iets meer zelfvertrouwen had gehad, was het misschien heel anders gelopen.” Gerard is een ondernemer die – naar de maatstaven van de meeste mensen – extreem succesvol is. Toch kijkt hij zelf met gemengde gevoelens terug op zijn loopbaan.

Hij richtte tijdens zijn studie een technologiebedrijf op, bouwde dit uit tot een internationale club en verkocht deze daarna voor enkele miljoenen. Vervolgens herhaalde hij dit kunstje nog eens. Maar nu vanuit Silicon Valley.

Gerard: „Ik heb jarenlang gedacht dat anderen, vooral mijn zakenpartners en mijn klanten, het beter wisten dan ik. Pas later kwam ik erachter dat ik eigenlijk veel meer had moeten vertrouwen op mezelf.”

Zelfvertrouwen, zelfrespect, zelfachting... Er wordt door therapeuten, onderwijzers en ouders al enkele decennia gedacht dat een generiek vertrouwen in eigen kwaliteiten allerlei positieve effecten heeft. Mensen met meer zelfvertrouwen zouden succesvoller zijn op tal van terreinen. Maar het gekke is dat hier in onderzoek geen serieuze bewijzen voor te vinden zijn.

Een groot overzichtsartikel van Roy Baumeister en collega’s uit 2003 laat maar weinig heel van ons vertrouwen in self-esteem. Een van de eerste opmerkingen van de onderzoekers is – niet zonder ironie – dat het doen van research naar de effecten van zelfvertrouwen bijzonder lastig is. Omdat mensen met veel zelfvertrouwen vaak hun eigen successen en goede eigenschappen overdrijven.

Belangrijkste conclusie van Baumeister: meer zelfvertrouwen leidt niet aantoonbaar tot betere prestaties en meer succes in scholing en werk. Wel zijn mensen met meer zelfvertrouwen gemiddeld gelukkiger, nemen ze vaker het initiatief en houden ze langer vol bij tegenslag. Maar zonder werkelijke vaardigheden leidt dit dus niet per se tot een geslaagde loopbaan.

Recent onderzoek van Ulrich Orth en collega’s, waarin ruim 1.800 mensen jarenlang werden gevolgd, laat vergelijkbare resultaten zien. Mensen met meer zelfvertrouwen ervaren meer geluk en zijn ook tevredener met hun relatie en met hun werk. Maar opnieuw: voor je succes maakt het eigenlijk niet uit.

Interessant: de onderzoekers stelden vast dat zelfvertrouwen een vast verloop kent in een gemiddeld mensenleven. Ons zelfrespect neemt vanaf onze puberteit steeds verder toe. Tot onze vijftigste, waarna het langzaam weer afneemt. Dat gaat blijkbaar vanzelf.

Grappig. Er bestaat een complete industrie op het gebied van zelfvertrouwen in relatie tot werk: boeken, seminars, video’s, cd’s, coaching, therapie. De meeste producten en diensten zijn gelukkig onschuldig en richten weinig uit. Ook met betrekking tot het verhogen van je zelfvertrouwen overigens.

Voor de goede orde: specifiek zelfvertrouwen, kennis van je eigen vaardigheden op een bepaald terrein – self-efficacy in het psychologisch woordenboek – laat wel positieve effecten zien. Wie bijvoorbeeld gelooft dat hij in staat is om een opleiding te volbrengen, kiest ook eerder voor scholing. En wanneer we geloven dat we kunnen veranderen, zullen we eerder een verandering aandurven. Maar ook hier geldt: of we uiteindelijk slagen, hangt van onze echte vaardigheden af.

Terug naar Gerard. „Als ik meer zelfvertrouwen had gehad, was het misschien anders gelopen.” Tja, waarschijnlijk niet.

Hoewel? Gerard had, met meer zelfvertrouwen, misschien juist minder goed geluisterd naar zijn partners en zijn klanten. En wellicht was hij daardoor een stuk minder succesvol geworden. Maar daar had hij zich dan, door dat grotere zelfvertrouwen, juist wel weer prima bij gevoeld.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.