Calculaties die je als confrontatie verpakt

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: de terugkeer van Ad Melkert.

Ofwel: waarom een goede mastodont goud waard is.

Tekst Tom-Jan Meeus Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Intrigerend is dat, zo’n coalitie die gewoon aan het werk is. Ineens keert ‘het eigen verhaal’ terug. Het eigen verhaal – vanaf de start van de samenwerking van VVD en PvdA kreeg je te horen dat beide partijen, ongeacht hun coalitie, geen pogingen zouden doen hun verschillen te verhullen. Vervolgens bleek daar een heel jaar nagenoeg niets van. Krampachtig hielden ze elkaars handje vast. Samen hetzelfde verhaal, en hopen dat het houdbaar zou blijven.

Maar zie – nu de coalitie eindelijk marcheert, krijgen we het ene eigen verhaal na het andere.

De PvdA kwam deze week via Kamerlid Monasch keihard op voor huurders met een inkomen tussen de 34.000 en 43.000 euro. Kansloze missie gezien eerdere afspraken in de coalitie. Maar: eigen verhaal. En het Kamerlid Azmani (VVD) pleitte zeer openlijk voor verscherpt vreemdelingenbeleid. Ook niet erg kansrijk, maar in elk geval alweer een eigen verhaal.

De moraal: coalitiepartijen vertellen hun eigen verhaal gemakkelijker naarmate de kans op politieke schade kleiner is. Ogenschijnlijke confrontatie die neerkomt op simpele calculatie. Het eigen verhaal is er voor media en kiezers, niet de regering: die regeert gewoon door.

Het verrassendste eigen verhaal kwam deze week trouwens uit de Eerste Kamer. Bij de algemene financiële beschouwingen, de publieke tribune was vrijwel leeg, sprak oud-vakbondsman Gerrit Terpstra (CNV) voor het CDA. U weet wel: die partij die uit de onderhandelingen over het herfstakkoord stapte omdat „het kabinet koos voor pappen en nathouden”, aldus Buma in oktober. De christendemocraten hadden nu eenmaal bedacht dat ze na plusminus honderd jaar regeren hun, jawel, eigen verhaal moesten vertellen.

Dus de partij heeft er weinig ervaring mee. Haar grootste zege (1986, 54 zetels) boekte ze met de leuze ‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken’: besturen was in die wereld altijd een hoger streven dan een heldere identiteit. Geen erfenis die je met één Buma ogenblikkelijk ongedaan maakt.

Dus CDA'er Terpstra creëerde genoeg ruimte waarmee zijn fractie later dit jaar alsnog tegen het belastingplan kan stemmen. Maar even laconiek zei hij dat de CDA-senaatsfractie „als zodanig positief’’ was dat het herfstakkoord gesloten was. Pappen en nathouden? Niets daarvan: het akkoord was „vooral goed voor het vertrouwen, nationaal en internationaal, in het vermogen onze problemen op te lossen”, zei de CDA-senator. Dus dat eigen verhaal van Buma is nog niet in alle CDA-gelederen geïnternaliseerd.

Tegelijk is zeggen wat je denkt buiten het Binnenhof zo vanzelfsprekend geworden, dat geen partij, het CDA evenmin, zich nog kan verschuilen achter dat mistige bestuurderstaaltje van vroeger. Ooit zag ik zanger Gerard Joling in zo’n talkshow zijn Haagse analyse geven, iets met zakkenvullers, en sindsdien kan ik het niet laten zijn blog te raadplegen.

Het fascinerende is niet dat hij zijn SBS-ervaringen afwisselt met politiek commentaar – ‘afrekenen met het onvermogen van Den Haag’ -, maar vooral zijn ondertoon van miskenning: mag ‘Geer’ nou eindelijk eens zeggen wat hij vindt?

Niemand houdt Geer nog tegen, dat kun je nogal goed lezen, maar hij denkt dus werkelijk dat zijn eigen verhaal onderdrukt en onderschat wordt. Als het zover is, kun je als partij moeilijk nog zeggen: ons eigen verhaal moet even wachten tot het einde van de kabinetsperiode.

Dus je kunt voorzien dat alle partijen de komende tijd dat eigen verhaal flink gaan aanscherpen. Het trio Bolkestein-Verheijen-Kroes liet de laatste weken overtuigend zien hoe je dit niet doet: van de VVD weten we nu dus zeker dat de partij het inzake Europa niet met zichzelf eens is. De routiniers Frits en Neelie worden kortom hartelijk bedankt.

Grappig is dat: in andere partijen doen ze juist een beroep op routiniers om het eigen verhaal op orde te brengen. Oud-politici afdoen als ‘mastodont’ is natuurlijk nooit logisch geweest: wie zich irriteert aan de ervaring en deskundigheid van voorgangers, openbaart een pijnlijk gebrek aan politiek zelfvertrouwen.

Woensdag zag ik in de oude vergaderzaal van de Kamer Jaap de Hoop Scheffer vooraanstaande christen-democraten toespreken. Een gedegen pleidooi tegen bezuinigingen op defensie en, vooral, tegen de lokroep van anti-Europees populisme.

En donderdagavond maakte Ad Melkert in een zaaltje nabij het Binnenhof zijn terugkeer in de PvdA. „Mijn deur is de laatste tien jaar niet platgelopen door de partij”, zei hij 's middags in deze krant.

Die was dus geen steek veranderd. Ook uiterlijk niet: er waren een paar grijze haren bijgekomen, en nog steeds ging een van zijn ogen, als hij glimlachte, een beetje scheef staan.

Maar wat vooral opviel: het politieke vakmanschap. Partijvoorzitter Spekman, beducht dat zijn partij in deze coalitie kleurloos wordt, vroeg hem vorig jaar ‘linkse oplossingen voor de crisis’ te bedenken.

Dit klonk aardig, maar in de praktijk creëert elke oplossing spanning met het strakke beleid van de beste PvdA-minister: Jeroen Dijsselbloem. Want PvdA’ers vinden solide financieel beleid best, maar sociale politiek en actieve strijd tegen de werkloosheid toch net iets belangrijker.

En Melkert, de slimmerik, kwam met een voorbeeld waar het, ook voor rechts, lastig tegen argumenteren is: de Amerikanen die eerst onder Bush honderden miljarden uittrokken om hun banken te redden, zodat het tekort gierend uit de hand liep, waarna Obama een slordige 800 miljard dollar uittrok om de economie te stimuleren. Puur overheidsinterventionisme.

En geen werk van linkse gekkies: vraag maar op Wall Street. Resultaat na vijf jaar: banken weer op eigen benen, groei terug, dalende werkloosheid, scherp dalend tekort. Bijeffect: hoewel Europa jarenlang verlekkerd zinspeelde op de val van de dollar, zag het zich het gedwongen het eigen eurootje van een wisse dood te redden, terwijl de dollar nooit of te nimmer in gevaar kwam.

Uit de toelichting van Spekman bleek dat hij niet van plan is de komende maanden de spanning met Dijsselbloem te vermijden. Ook niet in de aanloop naar de Europese verkiezingen, in mei.

De figuur van Melkert helpt hem er zeker bij: waar Bolkestein en Neelie de laatste weken het vuurwerk in de fik staken zodra ze het in handen hadden, verpakte Melkert het als een kerstcadeautje. Een goede mastodont kan goud waard zijn.

Op het eind van het avondje sprak ik Spekman nog even. Ik zei: interessant, zo’n eigen verhaal, maar je leest de laatste tijd wel erg vaak vervelende dingen over de integriteit van PvdA-politici. Raadslid Utrecht dat stal van de Daklozenkrant. Raadslid Amersfoort dat aan de partijkas zat. Van cliëntelisme beschuldigd Rotterdams deelraadslid dat weer verkiesbaar staat. Europarlementariër Merkies die tegen de eigen partij procedeert nadat ze werd afgewezen als kandidaat-lijsttrekker. Als zulke dingen zich in een overheidsdienst of een andere partij voordoen, zei ik, staat er altijd wel een PvdA’er op die uitroept dat er iets mankeert aan ‘de cultuur in de organisatie’.

Spekman is een prettige man: hij praat er niet omheen. Hij zei: verschillende gevallen, je kunt ze niet vergelijken, maar fraai is het niet. Erger nog: je kunt er verzekerd van zijn dat er de komende maanden, als de lijsten voor gemeenten afkomen, „meer gedonder” ontstaat.

Ook omdat de spoeling voor een partij als de PvdA steeds dunner wordt: van de 54.000 leden, zei Spekman, staan er elke vier jaar zo’n 8.000 kandidaat. Ergo: wie zich vandaag inschrijft, heeft een kans van een op zes dat hij de komende jaren verkiesbaar wordt. Inderdaad zeer kwetsbaar.

„Vandaar dat ik naar de 100.000 leden wil”, zei Spekman. Al wilde dat niet erg vlotten. En dus hebben partijen die hun eigen verhaal aanscherpen, steeds minder mensen om die verhalen ook te vertellen. En steeds meer kneusjes.

Ik zei: kun je volgend jaar bij die Europese verkiezingen Samsom niet als lijstduwer inzetten? Ook als tegenwicht voor Wilders? Nationale kopstukken die het Europese debat cachet geven.

„Zou best kunnen”, zei Spekman. Het moest „nog bekeken worden”, benadrukte hij. „Maar ik ben erg voor lijstduwers.” Je kreeg de indruk, al zei hij dit niet expliciet, dat hij zijn partijleider erg graag in die rol zou zien. Dus dat eigen verhaal van Melkert – daar gaan we bij die Europese verkiezingen nog veel van horen.