Bij spionnen geldt: voor wat hoort wat

Nederlandse inlichtingendiensten onderhouden nauwe banden met de NSA. Tijdens de missie in Uruzgan mocht Nederland zelfs meedoen met de absolute top: de ‘Five Eyes Community’. Maar dat betekent niet dat Amerika niet ook in Nederland spioneert. ‘Je moet niet naïef zijn’.

Bij de Nederlandse inlichtingendiensten spreekt men met waardering en bewondering over de NSA. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) onderhouden nauwe banden met de Amerikaanse zusterorganisatie. Wat de NSA doet, zeggen de Nederlanders, is van het allerhoogste technische niveau. Als ze het geld ervoor hadden gehad, hadden ze graag soortgelijke operaties uitgevoerd.

Maar ondanks alle warme woorden over de NSA zijn de Nederlandse diensten realistisch. De Amerikanen, zo vertellen ingewijden aan deze krant, zijn gul met informatie als er een Amerikaans belang in het spel is. Ondanks de nauwe samenwerking zal de NSA er niet voor terugdeinzen om ook de Nederlandse bondgenoot te bespioneren.

In het verleden is dat op grote schaal gebeurd. Uit een geheim stuk, dat is gelekt door voormalig NSA-contractant Edward Snowden, blijkt dat Nederland één van de „specifieke buitenlandse landen” is die de NSA jarenlang in het vizier heeft gehad. De Amerikanen luisterden Nederland af sinds 1946 en gingen daar in elk geval tot 1968 mee door. Ook Duitsland en Frankrijk werden al die tijd afgeluisterd. De NSA houdt dit geheim uit angst de relatie tussen de VS en Nederland in gevaar te brengen.

Nederland, zo blijkt uit geheime documenten, is een belangrijke partner voor de NSA. Samen met landen als Duitsland, Frankrijk en Noorwegen wordt Nederland omschreven als een ‘Third Party Country’. Nederland staat daarmee slechts één trede lager dan de vier Angelsaksische landen waarmee de VS rechtstreeks informatie uitwisselen in de zogeheten Five Eyes Community (Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Nieuw-Zeeland).

De nauwe betrekkingen tussen de Nederlandse inlichtingendiensten en de NSA, zo blijkt uit diverse gesprekken, bereiken een hoogtepunt tijdens de missie in Uruzgan, tussen 2006 en 2011. Als een van de weinige NAVO-partners is Nederland bereid zijn nek uit te steken in het gevaarlijke zuiden van Afghanistan. De defensieleiding en de Tweede Kamer vinden dat er alles aan moet worden gedaan om zoveel mogelijk inlichtingen te verzamelen.

Pieter Cobelens is daarvoor verantwoordelijk. De directeur van de MIVD kan het goed vinden met NSA-chef Keith Alexander. Beide mannen zijn ambitieuze doeners, die niet houden van juristerij en lange ambtelijke procedures. Bij elke ontmoeting wisselen de twee generaals eerst een paar moppen uit – genre: komt een man bij de dokter. Daarna worden er zaken gedaan.

Onder de goede persoonlijke verhoudingen liggen harde nationale belangen. Nederland neemt namelijk grote risico’s in Uruzgan. Als er te veel Nederlandse militairen sneuvelen, kan de steun voor de missie wel eens snel wegvallen.

In politiek opzicht is dat een sterk argument. Maar in de internationale inlichtingenwereld wordt vooral geregeerd volgens het Latijnse adagium quid pro quo: voor wat, hoort wat. Maar ook in dat opzicht heeft Nederland wat te bieden. Talibaan-commandanten in Afghanistan communiceren niet met gsm’s of satelliettelefoons, maar met ouderwetse portofoons en veldradio’s. Op het NSA-hoofdkwartier in Fort Meade is nog weinig expertise te vinden op dat gebied. Maar de MIVD heeft nog steeds een afluisterpost in Eibergen voor de interceptie van hoog frequent radioverkeer. Met steun van de Amerikanen wordt de oude afluisterpost opgelapt.

Kabel over de oceaan

De Amerikanen zijn royaal. Zolang de Nederlanders in de Afghaanse provincie Uruzgan een bijdrage leveren, zal de MIVD exclusieve toegang krijgen tot de inlichtingen van de Five Eyes Community.

De samenwerking beperkt zich tot de Afghaanse regio – maar toch. Een goed ingelichte bron vertelt dat technici zorgen voor een beveiligde kabelverbinding, waarover geheime informatie de Atlantische Oceaan over gaat.

Er worden meer deals gesloten. Nederland heeft zwaar ingezet op het werven van tolken, om het onderschepte radioverkeer te kunnen begrijpen. Met toestemming van de minister van Defensie rekruteert de MIVD onder Afghaanse asielzoekers betrouwbare tolken. Om de vertalers aan de dienst te binden, krijgen ook de familieleden van gerekruteerde personen een verblijfsvergunning. Zo bouwt Nederland een klein gezelschap van vertrouwde tolken op. En dat is een troefkaart. De NSA, een organisatie met een budget dat even groot is als dat van het hele Nederlandse ministerie van Defensie, kampt met een enorm tekort aan goede vertalers. Nederland speelt daar handig op in. Als de NSA niet alleen inlichtingen, maar ook afgetapte gesprekken aan Nederland geeft, zal de MIVD de informatie in Nederland kunnen vertalen.

De ruilhandel typeert de samenwerking tussen inlichtingendiensten. Door specifieke kennis en kunde in te brengen, kunnen AIVD en MIVD soms profiteren van de financiële en technische macht van de NSA. Eén ingewijde schetst hoe die twee elkaar kunnen versterken. Bij een gezamenlijke operatie tegen een verdachte in Nederland heeft de AIVD een aantal jaren geleden per direct een observatiepost nodig. De enige optie is de aankoop van een monumentaal pand. Vrij kostbaar voor de Nederlanders, peanuts voor de Amerikanen. Die leggen ruim een miljoen euro op tafel om de eigenaar snel uit te kopen.

Maar de Nederlands-Amerikaanse samenwerking is nooit vanzelfsprekend. De toegang tot de Five Eyes wordt beëindigd als het kabinet-Balkenende IV vastloopt op de verlenging van de missie in Uruzgan. Zodra de laatste Nederlandse militairen hun post verlaten, gaan de lijnen dicht. Als Nederland geen troepen op de grond levert, dan heeft het ook geen intelligence meer nodig.

Zo werkt het nu eenmaal in inlichtingenland, zeggen ingewijden. En de inlichtingenmensen hanteren nog een andere wijsheid. Als je je trouwe bondgenoot omarmt, moet je er goed op letten dat hij niet stiekem door je zakken gaat.

Naïef

Nederland vormt daarop geen uitzondering, zo blijkt uit een geheim document van de NSA. Het stuk is een inventarisatie van de historische informatie in de NSA-archieven. Sommige documenten mogen inmiddels worden vrijgegeven. Maar dat geldt zeker niet voor de informatie over het bespioneren van ‘derde’ landen als Nederland. Deze partners „verschaffen de NSA unieke en waardevolle inzichten in contraterrorisme, anti-proliferatie en regionale veiligheidskwesties”, meldt het stuk. „Hoewel ze misschien vermoeden dat ze target waren voor 1968, zou hun bereidheid om samen te werken met de NSA waarschijnlijk afnemen als dit een publiek feit zou worden.” En even verder: „De toekomst van de (...) buitenlandse partnerschappen zou op het spel staan.”

Soms lopen de Amerikanen tegen de lamp. De Amerikaanse oud-spion Matthew Aid, tevens kenner van de NSA, schrijft in een van zijn boeken dat in de afgelopen decennia Nederlanders liefst zeven maal Amerikanen betrapten op spionageactiviteiten tegen Nederlanders. Even zo vaak wordt de CIA-afgevaardigde in Den Haag per direct het land uitgezet. Ook al werken de Nederlanders en de Amerikanen intensief samen, Den Haag duldt geen spionageactiviteiten in de polder.

Wordt Nederland nog steeds afgeluisterd door de NSA? Ondanks alle onthullingen van de afgelopen maanden is daar nog geen sluitend bewijs voor naar boven gekomen. Minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk (PvdA) maakt zich voorlopig nog niet al te druk. De Amerikanen, zo zei de minister, hebben hem verzekerd dat Nederland geen ‘target’ is.

Inlichtingenbronnen moeten daarom glimlachen. „Je weet niet wat je niet weet”, zegt een ingewijde. „Maar je moet niet naïef zijn in dit soort dingen.”