Begrotingsdebat gaat niet meer alléén om Griekenland

Europese ministers van Financiën moeten voortaan elkaar de maat nemen

Het was wat onwennig voor de gisteren in Brussel bijeengekomen ministers van Financiën uit de eurozone. Waar ze tot nu toe vooral bezig waren met het bespreken van andermans begrotingen – die van collega’s uit Griekenland, Cyprus of Ierland bijvoorbeeld – moesten ze ditmaal elkáár de maat nemen.

Op het hoogtepunt van de eurocrisis was dat nu eenmaal zo afgesproken: geen kritiek achteraf, maar vooraf graag. „Ik wil niet in details treden, maar het was een hele directe, maar ook zeer respectvolle discussie’’, verzekerde minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA), de voorzitter van de ‘eurogroep’, na afloop van de bijeenkomst.

Sinds de crisis heeft de Europese Commissie nieuwe bevoegdheden om de ontwerpbegrotingen van lidstaten binnenstebuiten te keren en te controleren op geloofwaardigheid. Een week geleden deed de Finse Eurocommissaris Olli Rehn (Budget en Monetaire Zaken) dit voor het eerst.

Gisteren kwamen de ministers uit de eurolanden om zijn conclusies te bespreken en eventueel bij te stellen. Dat laatste bleek niet nodig. „Alle landen respecteren volledig wat de commissie heeft gezegd’’, zei Dijsselbloem.

De discussie draaide hoofdzakelijk om de landen die het grootste risico lopen om volgend jaar weer in de problemen te raken, zoals Italië, Spanje, Malta en Finland. Rehn kreeg afgelopen week kritiek dat hij bij zijn beoordeling onvoldoende rekening houdt met toekomstige plannen die deze lidstaten nog in petto hebben. Maar de ‘begrotingstsaar’ pareerde die door te zeggen dat de begrotingspolitiek in het verleden teveel was uitgegaan van „aangekondigde plannen’’. „Dat is een van de lessen die we hebben geleerd’’, zei hij. „We gaan nu alleen nog maar uit van maatregelen die dusdanig uitgewerkt zijn dat ze ook geloofwaardig zijn.’’

Dat moet Dijsselbloem en zijn eveneens in Brussel aanwezige staatssecretaris Frans Weekers deugd hebben gedaan. Eerder op de dag verklaarden beide bewindslieden dat de commissie wat hen betreft wel wat strenger mag zijn. „Ik vind dat inderdaad’’, zei Weekers, die voorafgaand aan de bijeenkomst beloofde zijn collega-ministers rechtstreeks te zullen aanspreken op de zwaktes in hun begrotingen. „Wij hebben daar als Nederland ook al jaren voor gepleit.’’ Dijsselbloem: „Druk helpt. Dat geldt voor alle landen. Er moeten impopulaire maatregelen worden genomen, zoals het verhogen van de pensioenleeftijd, en dat helpt het als je elkaar scherp houdt en druk van buitenaf krijgt.’’

Na afloop van de vergadering werd Weekers gevraagd of hij nog collega’s had aangesproken. „Nee, dat was niet nodig’’, antwoordde hij.

In het betoog van de Europese Commissie waren alle pijnpunten glashelder voorbij gekomen. Daar had de staatssecretaris van Financiën niets aan toe te voegen.