Achtergrond Zo kwam deze productie tot stand

Correspondent Brazilië

Het Royal Tulip in Rio de Janeiro. De eerste keer treffen we elkaar in de marmeren lobby, nadat hij een dag eerder niet was komen opdagen. Glenn Greenwald, de Amerikaanse journalist die uitgroeide tot hét gezicht van de NSA-affaire, kan zijn agenda niet bijbenen.

Het is september. Greenwald werkt dan nog bij de Britse krant The Guardian en moet het zonder ondersteuning doen. Van heinde en verre reizen journalisten (soms tevergeefs) af naar Rio voor een ontmoeting met de Amerikaan.

Niemand daar slaat acht op Greenwald tijdens onze vele ontmoetingen, ook niet als hij op luide toon praat over de inhoud van geheime documenten. Herkennen ze hem niet of steekt er iets achter? De veiligheidsdiensten moeten weten dat hij hier vaak komt.

De Amerikaan beloofde tijdens het eerste gesprek, op 14 september, samen te werken met deze krant. We spraken af de geheime documenten van Edward Snowden over Nederland samen te onderzoeken. Toch was het een balanceeract om de samenwerking van de grond te krijgen. Greenwald zei ja, maar vermeed het maken van concrete afspraken. Te veel aandringen leidde tot irritatie.

In Nederland trok de krant zijn eigen plan. Sinds augustus onderzoeken twee redacteuren de Nederlandse context van het spionageschandaal dat internationaal tot grote ophef leidde.

De Amerikaan blijkt niet bang dat veiligheidsdiensten hem oppakken, zelfs al heeft hij de tienduizenden geheime documenten bijna altijd bij zich. Ze staan op versleutelde usb-sticks in een gekreukte papieren zak die Greenwald wegstopt in een rugzak. „Ik ben niet de enige die de documenten bezit”, vertelt hij een keer. „Mij aanhouden helpt niet: de documenten zullen hoe dan ook worden gepubliceerd.”

Greenwald bepaalt wanneer hij wat publiceert en met wie. Hij is bang dat de Amerikaanse overheid werkt aan een zaak tegen hem. „De Amerikaanse overheid wacht tot ik iets doe waarvoor ze mij kunnen vervolgen”, zei hij al tijdens het eerste interview. „Mijn overwegingen over wat ik publiceer zijn zowel politiek, tactisch als juridisch. Ik maak ook bewust de keuze sommige dingen niet te publiceren.”

Daarom sluit Greenwald met zijn mediapartners een contract. Als verslaggever bindt hij zich aan een nieuwsorganisatie en opereert zo wettelijk gezien als journalist en niet – en dat is belangrijk – als bron. Die fout maakte Julian Assange, voorman van klokkenluidersorganisatie WikiLeaks. Als bron kon Assange geen aanspraak maken op het verschoningsrecht. Als journalist kan Greenwald dat, in de landen waar hij als co-auteur optreedt, wel.

Greenwald is jurist en kent precies de wettelijke kaders waarbinnen hij kan strijden voor zijn ideaal: de ontmaskering van surveillancestaten die zich tegen hun eigen burgers richten. Bij artikelen over documenten waaruit blijkt dat de NSA buitenlandse overheden bespioneert, wil Greenwald nadrukkelijk geen co-auteur zijn. Hij zou zich de verdenking op de hals kunnen halen als Amerikaan zijn land te verraden. Artikelen over het grootschalig afluisteren van burgers ondertekent hij wel.

„Let’s drop some bombs on the Netherlands”, grapt Greenwald tijdens de laatste ontmoeting voor het definitieve contract wordt getekend. Hij is dan net begonnen met het opzetten van een eigen nieuwsorganisatie. De professionalisering is direct merkbaar: Greenwald krijgt assistentie en geen enkele afspraak wordt meer afgezegd.

Half november – de twee redacteuren die de NSA-zaak onderzoeken zijn inmiddels ook in Brazilië – laat Greenwald ons op het hotelterras de eerste documenten met informatie over Nederland zien. Het zijn gespreksverslagen, managementpresentaties en handleidingen vol jargon en afkortingen. Die week ontmoeten we Greenwald bijna dagelijks. Iedere keer krijgen we een nieuw stukje van de puzzel mee.

Greenwald kreeg er de afgelopen weken zichtbaar plezier in te starten met onthullingen over Nederland en stookte het vuurtje langzaam op. Een tijdje terug vroeg iemand hem op Twitter wanneer Nederland aan de beurt kwam. Een contract was nog niet getekend, toch antwoordde hij: „Your country is coming very soon.”