Xtc is gewoon leuk, net als wiet

Vandaag is de partydrug xtc 25 jaar illegaal Toch neemt het aantal mensen dat af en toe een pilletje gebruikt toe, het taboe op het gebruik wordt steeds kleiner Tegenwoordig is xtc ‘een sociaal bindmiddel

Xtc-gebruik toegeven ligt nog wel gevoelig. Daarom geen herkenbare foto, maar een Frans feestje. Foto AFP

verslaggever

Ze zijn 27 en 26, komen uit Haarlem en vieren hun driemaandelijkse vriendinnendag traditiegetrouw door een middag te winkelen en een nacht te dansen, mét een xtc-pil. De vriendinnendag bestaat al bijna tien jaar, het pilletje nemen ze sinds een jaar of drie.

„Vroeger vonden we mensen die drugs gebruikten junks, maar nu denk ik: waarom eigenlijk niet? Een pil is iets van 4 euro, dat is goedkoper dan gin-tonic. En voor mij zijn de katers minder erg.”

Op een bank in de rookruimte van de Amsterdamse club Trouw wachten ze met een glas water in hun handen, „tot het inkickt”. Om de muziek is het ze niet per se te doen. „Het gaat ons om het feesten en het dansen. Om vrij zijn.”

Vijf mensen verder op dezelfde bank zit Niels (22), student aan de HvA. Hij nam eerder vannacht een pil. Dat doet hij ongeveer eens per twee maanden. Net als zijn vrienden. „Tweederde van de mensen hier is er nu aan. Kijk eens om je heen, ik kan ze zo aanwijzen hoor. Ze zijn blij en open en, nou ja, gewoon leuk.”

Wij vroegen deze avond achttien bezoekers naar hun xtc-gebruik, tien mannen en acht vrouwen tussen de 21 en de 33 jaar. Op Niels na wilde niemand met zijn naam in de krant. Wat blijkt: xtc gebruiken is heel normaal. Acht hebben een pil op (de meesten een halfje), zes alleen alcohol (van wie er twee later misschien nog „een kwartje” nemen), twee willen niet kwijt of ze nu drugs hebben gebruikt, maar zeggen wel dat ze het weleens hebben gedaan, twee hebben coke gebruikt.

En de indruk van deze ene avond klopt. Olaf Boswijk, creatief directeur van Trouw, weet dat xtc graag gebruikt wordt in zijn club. „Xtc is illegaal, daarom mag het hier niet worden gebruikt. Maar het is moeilijk te onderscheppen, omdat het klein is.” Om die reden leert het personeel over drugs en wordt er informatie uitgewisseld met de politie, Jellinek en de gemeente.

Het resultaat van de rondvraag in Trouw, een van de populairste clubs van Amsterdam, laat eenzelfde trend zien als blijkt uit het onderzoek van het Amsterdamse Bonger Instituut, in samenwerking met studentenblad Folia Magazine. Zij ondervroegen ruim 540 Amsterdamse studenten – die zich vrijwillig meldden – en presenteerden gisteren hun resultaten. Zeventig procent zei ervaring met xtc te hebben. Daarvan zei bijna 15 procent het middel eens per maand of vaker te gebruiken, de rest minder dan eens per maand.

Ton Nabben, drugsonderzoeker bij het Bonger Instituut, ziet dat xtc steeds gewoner wordt. „Het is niet zo genormaliseerd als alcohol, waar de meerderheid ervaring mee heeft. Of als cannabisgebruik, waar in brede kring niet meer zo moeilijk over wordt gedaan. Zo is het bij xtc niet. Toch merk je dat steeds meer mensen in het uitgaansleven het hebben gebruikt.”

Mensen praten steeds makkelijker over xtc, merkt hij. „Het is geen schande om te zeggen dat je het hebt gebruikt en dat je een leuke tijd hebt gehad. Het zou me niet verbazen als xtc het nieuwe cannabis wordt.”

Onderzoeken in het Amsterdamse uitgaansleven laten zien dat ruim 50 procent van de stappers weleens xtc heeft gebruikt. Diepgravend landelijk onderzoek is er maar weinig, het meest recente dateert van vijf jaar geleden. Toen constateerde het Trimbos-instituut nog dat xtc de populairste drug is, maar dat het aantal gebruikers niet groeit. Nu wel. Ook Daan van der Gouwe, wetenschappelijk medewerker drug monitoring bij het Trimbos ziet dat er sinds een paar jaar, en het afgelopen jaar in het bijzonder, een landelijke verandering gaande is. „Een pilletje nemen is niets bijzonders meer. Het lijkt erbij te horen.”

In 2015 kan hij zijn vermoedens toetsen: pas dan wordt er waarschijnlijk weer grootschalig landelijk onderzoek verricht. Maar de kentering is opmerkelijk. „Gebruik xtc neemt af”, kopten verschillende kranten in 2005. Uit NRC: „Het lijkt alsof de uitgaansdrug zijn beste tijd gehad heeft.” Het was niet meer „hip”. Dat bleek destijds uit de Criminaliteitsbeeldanalyse Synthetische Drugs van de Nationale Recherche. De analyse betrof de periode 2002-2004 en was gebaseerd op onderzoeken van onder meer de politie, het Trimbos-instituut en het Landelijk Expertise Centrum Synthetische Drugs.

Waarom neemt het gebruik van xtc dan nu weer toe? Nabben van het Bonger Instituut denkt dat het komt door het veranderende uitgaanscircuit. „Het gaat niet per se om de muziek, zoals in de jaren negentig, toen de pil voor het eerst populair was. Het gaat om de beleving: mensen die met gelijkgestemden willen zijn. Ergens waar een barretje van sloophout is gebouwd en waar je met minimale middelen optimaal een feest kunt organiseren.” Het is onderdeel van de duurzaamheidstrend, dat hele improviseren. Xtc past daar goed bij, zegt Nabben. „Het is een sociaal bindmiddel.”

Helemaal geaccepteerd is het niet. Van de achttien bezoekers in Trouw die wij ondervroegen, wilde behalve Niels eerst ook een 26-jarige manager „in de sportindustrie” aanvankelijk wel bij voornaam genoemd worden. Twee dagen later zag hij er toch vanaf. „Op drugsgebruik, en zeker op xtc, rust amper een taboe. Ik heb het erover met collega’s en met vrienden, mijn ouders weten ook dat ik weleens een pilletje neem. Ik schaam me er niet voor. Maar het is wel illegaal. Misschien moet mijn bedrijf me wel ontslaan als ik ervoor uitkom in de krant. Weet ik veel wat voor gevolgen het heeft.”

En hoe zit het buiten het uitgaanscircuit? Heeft de doorsnee Nederlander weleens xtc gebruikt? De meesten waarschijnlijk nog nooit. Uit het Nationaal Prevalentie Onderzoek Middelengebruik blijkt dat 6 procent van de Nederlanders weleens xtc nam.

Maar dat resultaat dateert ook alweer uit 2009. Wie weet laten de volgende uitslagen, waarvan nog niet bekend is wanneer ze komen, iets anders zien. Niels, de Amsterdamse student: „Ik zou het écht hartstikke leuk vinden om een pilletje te nemen met mijn omaatje. Gaan we boerenkool maken en Frans Bauer zingen.”