Water + zwaartekracht = energie

Waterkracht is in de VS een eeuwenoude energiebron. Milieubewuste pioniers bouwen nu zelf kleine waterkrachtcentrales. „Dankzij stromend water stroomt je inkomen binnen.”

De bouw van de ruim 221 meter hoge Hooverdam begon in 1930 en werd in 1936 afgerond. De bouwkosten bedroegen 49 miljoen dollar (tegenwoordig bijna 700 miljoen dollar). Het meer dat achter de dam ontstaan is, heet Lake Mead (oppervlakte van 640 km²) en strekt zich uit tot 177 kilometer uit achter de dam. Foto AP

Toen Sam Perry eigenhandig in Burton Creek een roestvrijstalen dam voor zijn waterkrachtcentrale bouwde, had hij amper meer materiaal tot zijn beschikking dan bevers, de experts in het bouwen van dammen. Het kwam aan op grenzeloze werklust en inventiviteit.

Perry werkte vorig jaar aan zijn dam, net buiten het plaatsje Packwood, Washington, in de ruige noordwesthoek van de VS. Slaperig en arm is Packwoord. Het heeft een uniek uitzicht op de sneeuw van Mount Rainier. Elanden scholen samen in tuinen. Wapens en drank zijn er goedkoop en populair.

Meestal was Perry alleen in de ogenschijnlijk ondoordringbare bossen. In de regen en sneeuw wist hij metalen platen, plastic pijpdelen en kisten gereedschap de berg op te krijgen. Via een steil pad is het 25 minuten klimmen van de vervallen parkeerplaats naar de dam in de Burton-beek. Soms hielpen vrienden, soms gebruikte hij pakezels. Het echt werk begon boven: de aanleg van de dam, om een deel van het ijskoude water via een pijp naar beneden te leiden, zodat de energie eruit kan worden gehaald.

„Ik doe het uit idealisme”, zegt Perry (32), die opgroeide op een ranch in Colorado. „Maar het was zwaar. Sommige mensen betalen voor de sportschool, ik bouw een dam.”

Mini-hydro’s

Waterkracht is de oudste energiebron in de Verenigde Staten. Al drie eeuwen geleden werd die aangewend om graanmolens te laten draaien. Van alle Amerikaanse elektriciteit wordt 7 procent nog altijd opgewekt met waterkrachtcentrales; in de noordwestelijke staten (Washington, Oregon en Idaho) is water de belangrijkste energiebron.

Waterkracht wordt in dit bergachtige deel van Amerika beschouwd als de schoonste alternatieve energiebron. Toen president Barack Obama in 2008 opriep om meer alternatieve bronnen aan te wenden, noemde hij waterkracht specifiek. Eerder dit jaar prees hij de Zweedse ‘mix’ van hydro en nucleaire energie. Onder de nieuwe pioniers vallen types als Sam Perry op. Ze zijn jong en idealistisch, opgegroeid met ‘duurzame ontwikkeling’. Eigenhandig onderhouden ze kleine waterkrachtinstallaties. In het noordwesten zijn er 95 van deze ‘mini-hydro’s’, volgens de stichting voor water en energie-educatie (FWEE).

Het resultaat van de formule ‘water + zwaartekracht = energie’ is vooral voor eigen gebruik. Perry en collega’s zijn energieonafhankelijk, een term die Obama graag in de mond neemt. Maar net als zijn collega’s wil Perry zijn overtollige energie verkopen aan het elektriciteitsnet.

Hij moet zijn eerste cheque van het nutsbedrijf nog ontvangen, vertelt Perry. Want de dam in Burton Creek werkt pas sinds vorige maand op volle kracht. Als het project eenmaal loopt en als het genoeg regent, verwacht Perry maandelijks het equivalent van 9.000 euro te kunnen verdienen. „Dankzij stromend water stroomt je inkomen binnen. Hoop ik.”

Niet dat hij er rijk van zal worden. Voor 120.000 euro kon Perry het ongebruikte generatorhuis van de mini-hydro overnemen en Perry kreeg de oude beheerder Kysar, een bebaarde technicus met één been, erbij. Maar de dam en pijplijn waren onbruikbaar. Door de kostprijs en de tienduizenden dollars aan reparatiematerialen – plus een helikoptervlucht om een niet te dragen stuk pijp te plaatsen – is de investering niet gering.

Bovendien dalen de energieprijzen. Consumenten betalen steeds minder, vooral doordat het aanbod is gestegen door de recente overdaad aan Amerikaans schaliegas. Een consequentie is dat veel beheerders van mini-hydro’s uit de waterkrachtbranche stappen. Ze verkopen hun projecten, die niet langer lucratief zouden zijn.

Ecologische voetafdruk

Veel oudere hydro-ondernemers zien inderdaad geen toekomst meer in waterkracht, zegt Eric Jacobson. Met zijn investeringfirma Hydrowest steunt hij avonturiers als Sam Perry. Jonge idealisten springen in het gat dat de oudere generatie achterlaat, zegt Jacobson. „Mensen die geloven in groene energie en het geweldig vinden om de oude dorpsinstallatie op te knappen.”

Op de ranch van zijn jeugd leerde Perry hoe je schijnbaar onmogelijke irrigatieprojecten kunt uitvoeren. Hij is een autodidact, zegt hij. „De techniek achter zonne-energie wordt afgeschermd, maar iedereen kan uitvinden hoe je een hydro bouwt.” De pioniers uit de achttiende eeuw waren zijn inspiratiebron. „Als zij het konden, in de bergen zonder moderne middelen, waarom ik dan niet?”

Gevraagd naar het waarom begint hij over klimaatverandering en zijn ecologische voetafdruk: de vervuiling waarvoor hij verantwoordelijk is. Dat zijn in het progressieve westen van Amerika bekende redenen waarom iedereen afval scheidt. Maar voor de meeste milieubewuste dertigers is het geen reden zich te storten op een verlaten dam boven een waterval in de wildernis.

Volgens Perry is kleinschalige waterkracht de enige, echt schone bron. Andere duurzame bronnen moeten worden aangevuld met olie en gas. De grote waterprojecten zijn bovendien omstreden omdat ze een grote impact hebben op de omgeving en de visstand. Ook binnen de milieubeweging zijn de dammen niet populair.

„Hydro is het stiefkind van de alternatieve bronnen”, zegt Perry. „Ten onrechte. Een beetje smeerolie voor het mechaniek, maar dat is het. Het water stroomt toch wel. Ik haal de energie eruit en daarna kan het worden gedronken.” Vanwege de tien meter hoge waterval tussen de dam en het dal is er ook geen vis die last kan hebben van zijn centrale.

Doe-het-zelfenergie

Het zelfvoorzienende karakter van Perry’s project past in de tijdgeest. De winning van energie wordt steeds meer gedecentraliseerd. Een groeiende aantal consumenten is liever onafhankelijk door middel van zonnepanelen op daken, windmolens in tuinen en dammen in beekjes op het eigen land. Zij hebben geen last van kwetsbare elektriciteitskabels – die in de Verenigde Staten vaak nog boven de grond hangen – en evenmin van tussenpersonen die aan hen verdienen.

Een probleem is de toenemende regulering. Het westen van het land staat bekend om rugged individualism: taai individualisme dat zich ook in ondernemingszin vertaalt. De nieuwe hydrobeheerders passen in die traditie, maar door bureaucratische hindernissen voelen ze zich dwarsgezeten. Sam Perry noemt het ironisch: enerzijds wil de overheid dat consumenten milieubewust leven. Sterker, de nutsbedijven zijn verplicht om een deel van hun energie uit ‘schone’ bronnen halen. Anderzijds maken ze het steeds moeilijker om vergunningen te krijgen voor waterkrachtprojecten.

Bedankt voor de eer

Een paar uur noordwaarts, dichtbij de Canadese grens, ligt Hydro Canyon in de bossen. Rob James beheert de fabriek voor de waterkrachtbranche. Hydro Canyon levert op maat gemaakte rotors en pijpen aan installaties in de hele wereld. Hij heeft onderdelen voor Sam Perry en andere minibeheerders ontworpen. Ook James heeft geen goed woord over voor de overheidsbemoeienis. Die zorg ervoor dat zijn productie vaak langer duurt dan nodig is. Maar James is optimistisch: „Het is mooi om te zien dat waterkracht weer aandacht krijgt.” Net buiten de fabriek staat een wankel huisje aan een bijna opgedroogde beek, waarmee het bedrijf ooit begon. „De winning is al eeuwen hetzelfde. Wij verbeteren de techniek en verhogen de efficiëntie. Maar als de term ‘puur natuur’ ergens van toepassing is, dan hier.”

Sam Perry belichaamt dat idee, vindt James. In de hydrobranche zijn de verhalen legendarisch: hoe de magere Perry zware onderdelen op zijn rug omhoog droeg. Hoe hij ezels inzette. Hoe hij zestien uur per dag werkte om de pijplijn aan te leggen. Hoe de lokale dagarbeiders na één loodzware retourtrip bedankten voor de eer om bouwmaterialen te verslepen.

In een kleine grot naast de dam liggen nog de restanten van Perry’s zware winter: een kampeerstoel, een rode kruiwagen, wat brandhout. „Het is pionierswerk”, zegt Perry. „Dankbaar werk.”