Teeven wordt ‘een beetje moe’ van kinderpardon

PvdA dwingt staatssecretaris niet tot opnemen meer kinderen

Politieke afspraak bleek politieke afspraak. Oók, of misschien wel juist, bij zo’n gevoelig en emotioneel onderwerp als het kinderpardon.

Afgelopen twee dagen was de uitvoering van het kinderpardon, een jaar geleden afgesproken in het regeerakkoord, opnieuw onderwerp van gesprek in de Tweede Kamer. Een flink deel van de oppositie, de SP, D66, GroenLinks en de ChristenUnie wil dat verantwoordelijk staatssecretaris Fred Teeven (VVD) het kinderpardon ruimhartiger toepast. Zij beten zich daarin vast tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Justitie, waaronder ook immigratie en asiel onder vallen.

Maar staatssecretaris Teeven werd daar „om heel eerlijk te zijn wel een beetje moe van”, zei hij gisteravond laat. Vooral omdat ook steeds de aandacht wordt gevestigd op individuele gevallen. Bijvoorbeeld Dennis, het jongetje uit Utrecht. Teeven kende die casus niet, zei hij, dus er viel niets te halen. Teeven noemde het kinderpardon aanvankelijk niet eens in zijn antwoorden op de tientallen vragen van de Kamerleden.

Het ongemak over de uitvoering van het kinderpardon treft nu, méér nog dan de VVD-staatssecretaris, diens coalitiegenoot. Voor de Partij van de Arbeid was het kinderpardon een grote opsteker aan het begin van de regeerperiode: honderden gezinnen die in Nederland mogen blijven. De tussenstand is nu dat 1.340 mensen een vergunning krijgen; kinderen met hun ouders, broers of zussen. Maar er zijn ook 1.800 aanvragen afgewezen.

Aan asielwoordvoerder Marit Maij van de PvdA kleeft daardoor niet meer het succes van het pardon, maar vooral dat zij de staatssecretaris niet dwingt om méér kinderen in Nederland te laten blijven. De PvdA kan toch niet menen dat 300 kinderen geen vergunning krijgen, alleen omdat ze niet onder toezicht van het rijk stonden? Die kinderen hebben vaak gewoon op school gezeten.

Maij probeerde daarom gisteren te laten zien dat ze wel oog heeft voor die grensgevallen. Ze vroeg de staatssecretaris om opnieuw de cijfers van het aantal afwijzingen door te geven als alle bezwaarschriften komend voorjaar zijn behandeld. En ze benoemde nog eens Teevens toezegging die 300 grensgevallen allen individueel te beoordelen.

Haar collega-Kamerleden, tot in detail op de hoogte van de regels van het pardon, prikten er zo doorheen. Ze beklemtoonden dat Maij geen verruiming bepleitte. Joël Voordewind van de ChristenUnie: „Uw pleidooi is dus om die kinderen alsnog onder de regeling te laten vallen?” Nee, zo had ze dat niet gesteld. Het was enkel een oproep aan de staatssecretaris om te kijken of hij die kinderen onder het pardon kan laten vallen, en anders zijn discretionaire bevoegdheid kan gebruiken. En als beide nou niet kan, vroeg D66. Maij: „Dan vallen zij niet onder de criteria.”