Column

Superjoden

Mijn vrouw is Joods. Soms als het stoplicht precies voor haar op rood springt, roept ze in de auto: „antisemieten!!!”. Zelf maak ik dat soort grapjes nooit, want ik ben niet Joods.

Vroeger vroeg ze me weleens of ik niet ook joods wilde worden. Daar dacht ik dan over na, het had voor- en nadelen. Een voordeel zou zijn dat ik dan ook grapjes mocht maken bij het stoplicht. Een nadeel was dat ik dan allerlei liedjes uit mijn hoofd zou moeten leren. (Moslim worden kan met één toverformule, Jood worden vergt jaren studie.)

Dat was echter allemaal nog overkomelijk, net als zo’n besnijdenis.

De reden dat ik het niet deed, was dat ik dacht dat het niet kon. Ja, ik kon die liedjes et cetera wel leren, maar zelfs dan zou het iets kunstmatigs blijven, iets oneigenlijks – het was niet van mij, dacht ik.

Nu draag ik soms een keppeltje en dan lijkt het net alsof. Maar laatst dacht ik: misschien moet ik mijn mening herzien.

Dat komt door een filmmaker met wie ik anderhalf jaar geleden bevriend raakte. Ze was bezig met een documentaire over mensen die zich Joden noemen, maar dat niet zijn. Ik bedoel Ajacieden. Die adopteerden ooit de geuzennaam Superjoden, vanwege de zogenaamde Joodse wortels van Ajax. Een uitgevonden traditie.

Nirit Peled heet de filmmaakster. Twintig jaar geleden ging ze weg uit Israël, onder meer omdat ze het nationalisme, het vlagvertoon, daar moe was. Ze kwam in Amsterdam. Een week na aankomst kwam belandde ze in een tram vol Ajax-supporters die haar vlag bij zich droegen en haar liedjes zongen. Waarom ze dat doen – daarover gaat haar documentaire Superjoden, die ik laatst zag (hij gaat zondag in première op het IDFA en komt nog op televisie).

Voor de film bezocht ze twee seizoenen lang vrijwel alle thuiswedstrijden van Ajax. Meestal zat ze in Vak 410, waar het vuurwerk brandt en de tribune danst.

„Het meisje uit Israël”, werd ze genoemd. Op een gegeven moment zingt de massa „wie niet springt is geen Jood”, en zij – de enige ‘echte’ Jood – springt als enige niet.

Is het erg dat Ajacieden ‘Joden, Joden’ roepen? Het grootste probleem is dat hun tegenstanders dan al snel zoiets als ‘kankerjoden’ terugroepen – al lijkt me dat geen echt antisemitisme, maar gewoon anti-Ajax-sentiment.

Maar de film gaat over iets anders: over het universele verlangen van mensen om zich achter een vlag of symbool te scharen.

Je kunt de Superjoden zien als onwetende bavianen die zichzelf Joods hebben geschminkt – de idioten. Maar bijna iedereen is zo’n idioot, dacht ik. Dat een Ajax-supporter een Davidster-tatoeage heeft, is even gek of even normaal als dat ik straks in de zomer in een oranje shirt voor de buis zit en dingen brul. Ook het Jodendom zelf is een constructie, aan verandering onderhevig, met geleende symbolen. De staat Israël is jonger dan de club Ajax.

‘Uitgevonden traditie’ is een pleonasme, want alle tradities zijn nu eenmaal ooit uitgevonden, sommige alleen wat eerder dan anderen.