Sterke afname dopingcontroles door verminderde Lottogelden

Minder Lottogelden betekent minder dopingcontroles. Met vrees voor verdere inkrimping bij de Dopingautoriteit.

Tegenover de vorige week aangescherpte wereldantidopingcode staat een vermindering van dopingcontroles in Nederland. Voor 2014 is er nog maar geld voor 1.710 dopingtesten, tegenover zo’n 1.800 dit jaar. De afname is een gevolg van teruglopende Lotto-inkomsten.

Op grond van een afspraak van de Dopingautoriteit met het ministerie van VWS en sportkoepel NOC*NSF wordt de bijdrage uit de Lottogelden aangewend voor dopingcontroles. Door verminderde inkomsten is voor 2013 de jaarlijkse Lotto-uitkering aan de sport verlaagd van 50 tot 44 miljoen euro.

Aangezien voor 2014 een nieuwe daling wordt verwacht, heeft NOC*NSF op voorhand voor alle organisaties die Lottogelden ontvangen een korting van vijf procent doorgevoerd. Voor de Dopingautoriteit betekent dat een terugval tot zo’n 800.000 euro.

Directeur Herman Ram van de Dopingautoriteit betreurt de afname ten zeerste. Bij een land dat de toptien-ambitie in de sport nastreeft, hoort volgens hem een adequate dopingaanpak. En dan kan het niet zo zijn dat in een paar jaar tijd het jaarlijkse aantal dopingcontroles van zo’n 2.300 is teruggelopen tot 1.710.

Zelfs het aantal van 1.710 testen is in de toekomst niet gegarandeerd. Als de voorgenomen liberalisering van de gokmarkt doorgaat, is de verwachting dat de Lottogelden verder zullen teruglopen en de sport nog minder geld krijgt uitgekeerd. In dat geval zal het aantal dopingtesten navenant dalen. „Dat gaat onherroepelijk tot spanningen met internationale afspraken leiden”, denkt Ram, die 1.500 controles op jaarbasis als de ondergrens aanmerkt. „Dan wordt het echt te gek.”

De Dopingautoriteit krijg vanaf 2014 wel structureel 200.000 euro meer van het ministerie van VWS, maar dat geld is strikt bedoeld voor het algemeen functioneren van de organisatie, niet voor dopingcontroles.