Sletvrees in 18de- eeuws Nijmegen

Aan de hand van processtukken, liefdesbrieven en getuigenissen is een literaire non-fictiethriller ontstaan. Het is niet zozeer de noodlottige liefde die fascineert, maar de tragiek van een beul.

De schandpaal en draaikooi voor de St. Stevenskerk, getekend door Jan van Call (1656-1705) Collectie Regionaal Archief Nijmegen

‘Hoer!’ Dat is wat Anna Maria Vonk te horen krijgt, vlak voordat ze op het schavot gewurgd wordt aan een paal. Een vrij gebruikelijke methode in een tijd dat sletvrees veel groter was dan nu. Het is 28 maart 1713 wanneer voor heel Nijmegen duidelijk is dat Vonk is vreemdgegaan met een Duitse officier, Behr. Het tweetal zou bovendien de man van Vonk hebben vermoord. Twijfel of dit hen daadwerkelijk de das om heeft gedaan is door de pijnbank gesmoord. Zeker is dat Vonks echtgenoot – toen hij nog leefde een alcoholist, gokker, lelijkerd en een man met zijn pruik altijd scheef op het hoofd – als lijk in het water is beland, en dat zijn vrouw vreemdging.

Terwijl Anna Maria Vonk daar staat, krijgt de beul medelijden met haar. Vonk is mooi en rossig, bovendien – ook niet onbelangrijk – moeder van vier kinderen. Hij besluit haar te blinddoeken zodat ze haar kinderen niet hoeft te zien. Een seintje om haar daadwerkelijk te wurgen blijft echter nog even uit. Krijgt ze gratie?

Medelijden met Vonks huilende zuigeling, de roep om gratie en de afkeer van slettengedrag vechten om voorrang. Vonk hoort inmiddels ook haar drie andere kinderen roepen. Het spijt haar dat ze het niet langer heeft volgehouden op de pijnbank, ze wil haar kinderen nog één keer zien, maar toch ook weer niet. ‘Afdoen’, klinkt het. Slaat dit verzoek op de blinddoek of op het touw waarmee Vonk gewurgd moet worden?

Met die vraag begint Steffie van den Oord ijzersterk haar geschiedenis over een romantische liefde in tijden dat de romantiek nog uitgevonden moest worden. Voordat je weet hoe het afloopt, vertelt Van den Oord eerst wat er aan deze terechtstelling vooraf is gegaan. En zo lees je over Vonk die langzaam wordt verleid door de Duitse charmeur; hoe ze thuis zit met een wat sneue echtgenoot; hoe alles stiekem in zijn werk moet gaan; hoe Vonks jongste zijn eerste stapjes zet. Dat soort zaken. Eigenlijk maakt het de lezer niet echt veel uit hoe de liefde tussen Vonk en Behr is gegroeid (want die is vrij standaard) maar lees je verder met de vraag: hebben ze de echtgenoot nu wél of niet vermoord?

Vonk is kortom een literaire non-fictie thriller. Van den Oord vertelt het verhaal aan de hand van processtukken, liefdesbrieven en getuigenissen, het geheel wordt ‘verliteratuurd’ door ruimte te geven aan gedachten, verlangens en dromen van alle betrokkenen.

De boeiendste van alle betrokkenen is eigenlijk de beul. Bij vonnissen waarbij iemand bijvoorbeeld levend geradbraakt wordt, steekt hij ze ongezien dood om het slachtoffer uit zijn lijden te verlossen. Op de pijnbank durft hij de duimschroeven nauwelijks aan te draaien, maar hij is kundig genoeg om te weten hoe ver hij kan gaan. Een zwarte duim kan nog, zolang die maar niet gebroken is. Wanneer hij met zijn vrouw een tochtje maakt blijft ze in de koets, uit schaamte voor haar echtgenoot, die in de feite de man met de zeis is. De kinderen van de beul blijven binnen omdat geen enkel ander kind met ze wil spelen. De enige vriendschap die de beul heeft is die tussen hem en zijn kraai.

Het treurige lot van de voltrekker van de dood kwam ook al over het voetlicht bij Joke van Leeuwens AKO-winnende roman Feest van het begin. De tragiek van het kwaad is dan ook een dankbaar onderwerp. Elke romanschrijver kan zijn lol op met een personage van een niet onvriendelijke man die de last van zijn beroep met zich mee torst. De beul bij Van den Oord overtuigt bovendien evenzeer als die bij Van Leeuwen.

Hier wringt iets: Vonk is een mooi geschreven, tragisch portret over een ‘noodlottige liefde’, maar als lezer blijf je zitten met de vraag: wat voegt het boek nu eigenlijk toe?

Dat ze in de achttiende eeuw ook al vreemd gingen, verbaast niemand. Dat bekentenissen op de pijnbank werden afgedwongen, wisten we ook al. En al is het leuk om te lezen hoeveel moeite het kostte om je van al je kleding te ontdoen voordat je met elkaar het bed in kon, het zijn kleinigheidjes, couleur locale die zo gedetailleerd is vastgelegd dat Van den Oord misschien beter helemaal de stap naar de roman had kunnen maken. Dan waren de nadrukkelijke uitleg, en de talrijke citaten uit brieven die het verhaal ophouden, niet nodig geweest, want ze lijken er vooral in te staan om de lezer constant in te prenten in welke tijd het verhaal zich afspeelt. Met een lagere dosering van al die feiten had Vonk meer kunnen zijn dan goedgemaakte historische true crime.