Racisme is in Ierland al lang geen taboe meer

Velen trokken naar Ierland, gelokt door de groei. Nu is de gastvrijheid voorbij en krijgen buitenlanders de schuld van de crisis.

Dublin veranderde het afgelopen decennium in een multiculturele stad. Maar nu de economische groei is teruggevallen, laten steeds meer Ieren zich negatief uit over de aanwezigheid vanbuitenlandse migranten in hun midden. Foto Hollandse Hoogte

Zelfs in de beslotenheid van zijn taxi wil hij niet vertellen wát er dan tegen hem wordt gezegd. Maar Ernest Uche Nwaikim zegt: „Als ze zien dat ik zwart ben, stappen ze weer uit.” Hij is stellig: „De Ieren zijn racistisch.”

Het is wat ook anderen van niet-Ierse origine vertellen. Duri Subramaniam, kok, zegt: „Ze noemen me blackie.” Paula Bernarek, student, zegt: „Ze vragen ‘wanneer ga je weer naar Polen?’” Terwijl ze staat te praten, jouwt achter haar een groep Ierse tieners een man van Indiase afkomst uit. In Moore Street, de meest multiculturele straat van Dublin, waar een Poolse supermarkt naast een toko en een Afrikaanse kapper kan bestaan, kijkt niemand op.

Een aantal opvallende incidenten deed de afgelopen maanden het beeld van Ierland als een tolerant land kantelen. Begin deze maand werd een Pakistaanse winkel vernield. Vorige maand werden een blank meisje in Dublin en een blank jongetje in Athlone weggehaald van hun Roma-ouders; ze zouden ontvoerd zijn. Beide kinderen zagen er gewoon anders uit dan hun familie. In de zomer werd Úna Minh Kavanagh, een 21-jarige, door Ierse ouders geadopteerde Vietnamese, in een drukke winkelstraat in Dublin bespuwd. Een groepje jonge jongens noemde haar „a fucking chink [spleetoog]”.

Antiracisme- en migrantenorganisaties maken zich zorgen. Intolerantie neemt toe in Ierland, zo blijkt uit cijfers: in 2002 zei 6 procent van de Ieren tegen de komst van migranten te zijn, nu is dat 20 procent. Ze spreken over een „alarmerende” toename.

Economische voorspoed

Tot 1994 had Ierland een negatief migratiesaldo, en was de 98 procent van de bevolking blank, Iers en grotendeels katholiek. Met de economische voorspoed kwamen ook de nieuwkomers: in 2006, het hoogtepunt van de economische groei, telde Ierland 22,2 migranten per duizend inwoners, het op twee na hoogste promille in de Europese Unie. Zeventien procent van de Ieren is nu ergens anders geboren.

„Er bestond het idee dat ‘ze’ wel weg zouden gaan toen het minder werd”, zegt Jerry O’Connor van de Immigration Council Ireland. „De census van 2011 liet anders zien. En geheel onterecht krijgen zij nu de schuld van de crisis.”

De Immigration Council krijgt gemiddeld vijf klachten per week binnen. „Dat varieert van onhandig taalgebruik op de werkvloer tot discriminatie.” Het zijn vier klachten meer per week dan vorig jaar, dankzij een grote postercampagne. „We proberen minderheden ervan te overtuigen dat ze geen lastpakken zijn als ze racisme rapporteren. Maar velen van hen komen uit landen in Afrika of Oost-Europa waar de autoriteiten worden gewantrouwd.”

Dat is wellicht een van de redenen dat het aantal aangiften laag is. Uit de cijfers van het ministerie van Justitie blijkt dat het aantal racistische incidenten afneemt: in 2006 vonden er 173 plaats, variërend van pesterijen tot mishandeling. Vorig jaar waren het er 100.

„Ik heb er zo genoeg van om met politici te praten die zeggen ‘maar de cijfers’. Door de manier waarop incidenten door de politie worden vastgelegd, glipt het racistische element door het net”, zegt Killian Forde, directeur van het Integration Centre. „Als ik een zwarte man zou aanvallen op straat en hem tegelijk zou uitschelden, wordt de mishandeling vastgelegd. Niet dat het een racistisch gemotiveerde mishandeling was.” De Ierse wet kent geen bepaling voor haatmisdaden.

En er is nog een andere vertekening, zegt hij. „Ierland heeft, in tegenstelling tot de meeste Europese landen geen extreemrechtse politieke partij. Daardoor bestaat het idee dat wij anders zijn.”

„Maar de plek die elders door extreemrechts wordt bezet, van het nationalisme, is hier in beslaggenomen door Sinn Féin, door progressief links. Hun nationalisme is inclusief: iedereen die op die eiland woont, is Ierland.”

Het gevolg is dat de incidenten ook als incidenten worden gezien, zegt Forde. „Er is een soort weerstand om te zien dat we een probleem hebben.” Om die reden, meent hij, is er ook nauwelijks politiek debat. Minister Alan Shatter van Justitie en Gelijkheid kondigde in juli „een nationale dialoog” aan over hoe „de verspreiding van racisme, vooroordelen en intolerantie” voorkomen moet worden. Maar die is nog niet begonnen.

Jongeren

Taxichauffeur Nwaikim maakt zich onderwijl zorgen. „Mijn dochter is hier geboren, maar zelfs zij krijgt op school nu van alles te horen.” Hij heeft vergelijkingsmateriaal. Nwaikim, geboren in Nigeria, woonde acht jaar geleden kort in het Duitse München: „In de meeste landen zijn het de jongeren die hun houding laten varen, Niet hier, hier zijn de jongeren racistisch.”

Zegt ook kok Subramaniam: „De ouders moeten het de jongeren leren. Maar het is nieuw voor ze hè? In Athlone, waar ik dertien jaar geleden kwam wonen, hadden ze nog iemand uit Maleisië gezien. Ze waren bang voor andere kleuren.”

Die verandering van de samenleving mag geen excuus meer zijn, zegt O’Connor van de Immigration Council Ireland. „We hebben het er al vijftien jaar over. Wanneer houden we daarmee op?”