New York maakt mij leuker dan ik thuis ben

Magische stad, ja – New York. Opvallend veel jongeren dromen ervan hier een tijdje te wonen. En ze dóén dat ook. Anke Meijer vroeg waarom.

Bogart Avenue, in de Bushwick-buurt in Brooklyn, New York. De wijk wint snel aan populariteit: snel stijgende huren verdrijven de armere bevolking, hogeropgeleide jongeren komen voor hen in de plaats. Foto ANP

De huur van haar „leuke, maar piepkleine” Upper East Side studiootje was 2.300 dollar. Haar maandelijkse stagevergoeding bij de correspondent van tv-programma Nieuwsuur net 200. De vierenhalve maand die Marieke Poelmann (25) in New York woonde, kostte haar twee keer zoveel als ze van tevoren had begroot. Ze is redelijk blut. Maar, zegt ze, net twee dagen terug in Nederland, het was het waard. Ze was even een New Yorker. Een echte, want de regel in New York is simpel: wie er een adres heeft, mag zichzelf zo noemen. En dat wilde Poelmann al sinds ze als achtjarige de film Home Alone 2 verslond, waarin Kevin alleen achterblijft in een chique hotel in New York.

En Poelmann is niet de enige.

New York is een van de duurste steden ter wereld. Betaalbare huurhuizen zijn er niet. Een huiswijntje kost al snel 8 dollar per glas. En wie op Manhattan een normale, niet-biologische, niet-luxe en enigszins goedkope supermarkt wil vinden, kan lang zoeken.

Toch oefent de stad een enorme aantrekkingskracht uit op – met name jonge – mensen dat menigeen er duizenden euro’s voor over heeft om er een tijdje te mogen wonen. Mógen, want zo voelt het dankzij de hoge huren en strenge immigratieregels, beaamt kinderboekenschrijfster Anna Woltz (32).

Woltz zat vorig jaar van september tot eind november in New York. Ze bleef precies de negentig dagen die je met een toeristenvisum in Amerika mag blijven. Een limiet dat een verblijf in New York wat haar betreft alleen maar aantrekkelijker maakt. „Alsof New York een sprookjesland is waar je maar negentig dagen mag blijven voor je weer wegmoet.” En dan is er ook nog die bijna enge Amerikaanse douane, waarvan de strengheid intussen mythische proporties heeft aangenomen. „Alleen al op Amerikaans grondgebied zijn voelt daardoor al als een prestatie.”

Ook Woltz betaalde de hoofdprijs voor een appartementje in downtown-wijk NoHo en was in drie maanden hetzelfde bedrag aan huur kwijt als ze normaal in Utrecht voor het hele jaar betaalt. Een kleine prijs voor het gevoel dat de stad haar gaf, zegt ze. „Dat New York je energie geeft, is natuurlijk een ontzettend cliché, maar ik hoefde maar de deur uit te lopen en ik was gelukkig. De mooie gebouwen en watertorens, het feit dat de hele wereld er samenkomt, maar ook dat de lekkerste sushi en de beste burrito’s ter wereld er worden verkocht.”

Als ze op dat moment een Amerikaan met een appartement in New York was tegengekomen die haar ten huwelijk had gevraagd, had ze waarschijnlijk ‘ja’ gezegd, gewoon om er te mogen blijven, zegt ze nu met een lach. Woltz: „Ik was verliefd op de stad. En wanneer je verliefd bent, vind je jezelf door de ogen van die ander altijd leuker dan dat je jezelf normaal vindt. New York had datzelfde effect op mij. Ik vond mezelf daar leuker dan thuis. Het blijft een gek idee dat er ergens op de wereld een stad is waar ik me gelukkiger voel dan hier.”

Woltz is eerlijk genoeg om toe te geven dat ze eigenlijk drie maanden lang op vakantie was. Ze deed inspiratie op, maar ze schreef de hele periode niet. Of het gevoel hetzelfde zou zijn als ze ook had gewerkt in New York, weet ze niet.

Poelmann, die wel de hele tijd in New York werkte, is met een ander gevoel thuisgekomen dan Woltz. Ze denkt dat ze, net als veel mensen, een door films en televisie gecreëerd droombeeld van de stad had. „Ik wilde een New Yorker zijn, kunnen zeggen dat mijn adres 431 East 87th Street was en iedere ochtend in de stroom mensen meelopen naar de metro. Ik dacht New York te kennen door alle films, maar in het echt was het – behalve die energieke stad – ook een lelijke, boze stinkstad. Een stad waar ik niet kon fietsen naar mijn werk, omdat het te gevaarlijk was.”

Dankzij haar stage kreeg Poelmann een journalistenvisum en en had vijf jaar kunnen blijven. Dat ze na vierenhalve maand weer blij was toen ze terug naar Nederland ging, had ze van tevoren niet verwacht. „Ik dacht dat ik nooit meer terug zou willen. En heel lang was dat ook zo. Ik heb de eerste maanden in een bubbel gezeten. Ik zag de drukte en chaos niet. Alles was oké, want ik was in New York.”

De bubbel begon te barsten toen haar vriend uit Nederland op bezoek kwam. „In New York wonen was mijn droom, niet de zijne. Ik zag de stad opeens ook door zijn ogen en daardoor zag ik ook de minder fijne dingen.”

Kinderboekenschrijfster Woltz zou het liefst meteen terugwillen naar New York, ware het niet dat haar werk haar aan Nederland verbindt. Gelukkig mag ze nu iedere dag in haar hoofd terug naar de plek waar ze zo gelukkig was. Ze werkt aan een boek dat zich afspeelt in New York tijdens orkaan Sandy, gebaseerd op haar eigen ervaring met de storm vorig jaar. „Ik was al van plan een boek in New York te situeren, maar dacht altijd dat het een historisch New York zou zijn. Maar toen ik daar zat, werd ik ingehaald door de werkelijkheid.”

Woltz zat vier dagen lang zonder elektriciteit en liep dagelijks veertig blokken naar het noorden van de stad om haar telefoon op te laden en bezorgde achterblijvers te sms’en. Het waren vier gekke dagen waarin ze het koud had en hongerig was. Toch weet deze periode haar al lange tijd te inspireren. Ook in haar hoofd heeft New York nog hetzelfde effect op de schrijfster. Gisteren nog schreef ze een scène waarin de hoofdpersoon om zich heen keek naar de hoge gebouwen en lange straten, opnieuw overviel haar hetzelfde gevoel van geluk. „Het is echt alsof ik verliefd ben.”