Met lol, spanning en diepgang drie opgegraven lijken thuisbrengen

Het is een klassieke terugkerende nachtmerrie: al dromend blijk je tot je eigen verbijstering iemand vermoord te hebben. Je hebt het lijk weggewerkt, en schuldgevoel en de angst om ontmaskerd te worden, strijden om de voorrang. Menig lezer kent het gevoel, maar Jason Getty moet er ook overdag mee leven; hij heeft het daadwerkelijk gedaan. En hij acht zich net zomin een moordenaar als die onschuldige dromers. Hij kon niet anders, en dus is het niet echt moord, meent Jason. Maar in zijn achtertuin ligt wel het lijk van Gary begraven, dag en nacht. ‘Gary Harris was door Jason Getty vermoord op het tapijt van Jasons zitkamer door herhaalde klappen op het hoofd met het onderstuk van een antieke telefoon. Dat is het verhaal. Punt.’

In het wrange en bijzonder grappige debuut van de Amerikaanse schrijfster Jamie Mason is de begrijpelijke moord op kwelgeest Gary het uitgangspunt. Maar tot toenemend ongeloof van de beklagenswaardige ‘loser’ Jason Getty en de lezer dreigt zijn misdaad, op de meest onrechtvaardige en onwaarschijnlijke wijze die je kunt bedenken, alsnog aan het licht te komen. Bij werkzaamheden in de voortuin, door Jason uitbesteed aan hoveniers opdat de wildernis zijn buren niet te nieuwsgierig maakt naar de rest van zijn tuin, worden twee lijken ontdekt. Andere lijken, waarvan Jason niets wist.

De aandacht van inspecteur Tim Bayard, collega Ford Watts en diens enthousiaste speurhond Tessa is vervolgens vol op Jasons tuin gericht. Waarin nog een derde lijk ligt te wachten. De terechte paniek die Jason hierna bevangt, ontaardt volledig en operatesk in een conflict met de weduwe van een van de twee ontdekte lijken, met Jasons collega-moordenaar die ze begroef en met het historisch stinkende slijm-lijk van Gary dat Jason in wanhoop weer opgraaft. De politie komt aanvankelijk niet veel verder dan ongelovig toekijken, maar wordt zeer geholpen door hond Tessa, een zelfstandig en verstandig karakter in dit boek over domme mensen. Sowieso veel honden; ook de collega-moordenaar heeft er drie. ‘George, Ringo en Yoko. John is weggelopen en Paul heb ik afgeschoten omdat hij vals was.’

Het aangename van deze bij vlagen hilarische thriller is dat de kleine cast van hoofdpersonen in al hun kleingeestigheid heel erg concreet wordt voor de lezer, dat de aanstekelijke lol de spanning en de lichte weerzin jegens karakters en gebeurtenissen niet teniet doet en dat de zelfverzekerde bravoure van de schrijfster zo besmettelijk is.

Mason zoekt het in dit kleine verhaal niet in de breedte maar bereikt met haar beschrijvingen van falende mensen meer diepte dan in de meeste thrillers. Wat Mason echt uitzonderlijk maakt, is de geslaagde combinatie van humor en spanning. Dat leest men zelden.

Robert Gooijer