‘Mensen die het niet kunnen betalen, wonen hier niet’

De Kievietschool in Wassenaar is de duurste basisschool van Nederland: „Maar de kinderen krijgen er ook iets voor terug.”

„Er – vliegt – één – kind – in – de – lucht.” Langzaam, met een pauze na elk woord, leest een meisje de tekst voor. „En – daar – zie – ik – er – zelfs – drie.” Zes kinderen lezen mee in hun schriftje. „Heel goed, Fleur”, zegt de juf. „Dan mag Florian nu verder lezen.” De meeste stoelen in de klas zijn leeg, het grootste deel van groep 4 zit deze ochtend bij de facultatieve les Engels van Ms. Drake, een native speaker.

Van de algemeen bijzondere scholen die hun schoolgids op internet hebben staan, is de Kievietschool, in de Wassenaarse villawijk De Kieviet, de duurste. Ouders betalen een vrijwillige bijdrage van 1.475 euro per kind.

Dit is de rijkste buurt van Nederland. De gemiddelde werkende bewoner in deze wijk verdient 127.600 euro, vier keer modaal. De meeste huizen gaan schuil achter hoge hekken en heggen. Tussen de villa’s, met waardes van een tot vier miljoen euro, staat de Kievietschool.

Ja, 1.475 euro is veel geld, erkent schooldirecteur Erwin Oudenaarde. „Maar de kinderen krijgen er ook iets voor terug.” De klassen hebben maximaal 25 leerlingen. Er zijn vakleerkrachten voor beeldende vorming, gymnastiek en muziek. Er is een speciale ‘plusklas’ voor de slimste kinderen uit groep 6/7. En elke klas heeft jaarlijks drie à vier keer onderwijsgerelateerde schoolreisjes. Een historische wandeling door Delft bijvoorbeeld, of een trip naar het Archeon, of het Anne Frankhuis.

Naast het schoolpand staat een gloednieuwe gymzaal – met dank aan de ouderbijdrage. De vorige gymruimte, op zolder, was niet brandveilig. Zonder de nieuwbouw hadden de kinderen nu twee kilometer moeten lopen naar de gymzaal van een andere school, zegt Oudenaarde. „Dat is geen optie.”

In de gymzaal zijn tien kleuters van groep 2 aan het gymmen. Een voor een doen ze een koprol op de blauwe matten. De een voorzichtig, wankelend. De ander vol overtuiging. Een enkeling waagt zich aan een handstand, met hulp van de juf – een zogeheten vakleerkracht, in gym gespecialiseerd. Na de matten rennen ze door, balanceren op een omgedraaide houten bank, springen over drie hordes op ongeveer 15 centimeter hoogte.

Die vakleerkracht is Marion Komdeur. Het is erg nuttig dat de kinderen al op jonge leeftijd goede gymlessen krijgen, zegt zij. „Deze kinderen beginnen bijvoorbeeld al vrij snel aan de koprol. Dat is goed voor het lichaamsbesef en de motoriek.” Als deze kinderen gaan groeien, en daarna gaan puberen, worden ze wat onhandiger. „Maar dan hebben ze dit alvast in de vingers.”

Ook al heb je vakleerkrachten en kleine klassen, 1.475 euro blijft veel geld. Maar volgens Peter Arensman, voorzitter van het schoolbestuur, wíllen ouders ook een bijdrage leveren. „Als de ouderbijdrage nu een issue zou zijn, dan zouden we met minder vakleerkrachten gaan werken, of geen gymzaal bouwen. Maar we willen het maximale niveau in stand houden.” Bovendien, dit is Wassenaar-Zuid. „Mensen die het niet kunnen betalen, wonen hier niet”, zegt Arensman.

Toch zijn er soms ouders die door persoonlijke omstandigheden moeite hebben met de bijdrage. „Als iemand niet betaalt, bel ik op”, zegt Arensman. „Als het lastig is, gaan we om de tafel zitten om een oplossing te vinden.” Kunnen ouders hun bijdrage niet betalen, dan is dat niet alleen vervelend voor de school, zegt hij. „Mensen schamen zich ook als ze niet kunnen betalen.”

Is het wel eerlijk dat de ouderbijdrage leidt tot verschillen tussen scholen? Openbare scholen in grote steden vragen ouders meestal een paar tientjes. Hun kinderen zitten dan ook in gemiddeld grotere klassen, en moeten het met minder – of geen – vakleerkrachten doen. Die vergelijking is nutteloos, vinden schoolleiding en bestuur. Arensman: „Is het eerlijk dat sommige mensen gaan skiën in Lech, terwijl anderen naar Winterberg gaan?” Oudenaarde: „Wij kunnen een hoge bijdrage vragen omdat ouders die kunnen en willen betalen. Wij zitten nu eenmaal in deze wijk, met deze ouders.”