Meer dan alleen een plaatje

De producent van De Tiende van Tijl googelde op ‘klassiek pianiste Nederland’ en vond Iris Hond. Ze tekende bij een gerenommeerd platenlabel. Achter haar filmische muziek zit een menselijk gevoel.

Zelf heeft ze de vraag ook al vaak gesteld: waarom Iris Hond? Voordat ze in 2011 op televisie verscheen als huispianist in het klassieke muziekprogramma De Tiende van Tijl had nog amper iemand van haar gehoord. „De producent had op Google gezocht op ‘klassiek pianiste Nederland’. Mijn site kwam bovenaan in de hits”, zegt ze. „Toen is het snel geregeld.”

Haar tv-optredens, onder meer op een in de file rijdende vleugel-op-aanhangwagen, werden opgemerkt door Decca. Het gerenommeerde Britse platenlabel zag potentie. „Ik kreeg een Facebook-berichtje of ik wilde praten.”

Een half jaar later, oktober 2012, was ze ambassadrice van de campagne ‘Aangenaam Klassiek’ en verscheen haar debuutalbum. Toen de cd uitkwam, was ze nog niet eens afgestudeerd. In juni rondde de pianiste (Harderwijk, 1987) toch haar opleiding af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Ze kreeg een 9,5. Vorige week donderdag volgde een mogelijk nog grotere bekroning: ze won de Haagse Beurs voor Toptalent Creatieve Industrie 2013. Die krijgt ze vanwege haar project om een jonger publiek te bereiken voor klassiek. Er is een bedrag aan verbonden van 20.000 euro.

Dat geld wil ze investeren in Sara and the Hourglass, een autobiografische, muzikale vertelling – Sara is haar alter ego – met 3D-projecties en dansers, die ze scout met een „online contest”. De basis is de muziek die ze zelf al sinds haar zesde componeert, vertelt ze terwijl ze haar handen om een glas thee vouwt in een café in Amsterdam. Wanneer de voorstelling er komt, weet ze nog niet.

„Vanaf mijn twaalfde heb ik aan het conservatorium gestudeerd. Vaak acht uur per dag, in een strak regime. Tegelijkertijd hield ik een muzikaal dagboek bij. Ik schreef op wat ik die dag had meegemaakt. Niet in letters, maar in noten. Die muziek liet ik niemand horen of zien. Als ik iets gemaakt had, zei mijn leraar: houd op met die onzin, je moet piano spelen.

„Het conservatorium was voor mij een strijd. Als je concertpianist wilt worden, moet je nu eenmaal focussen. Ik was met verschillende dingen bezig: ik maakte muziek op straat, speelde in cafeetjes, in ziekenhuizen voor patiënten en in gevangenissen voor gevangenen. De opleiding staat daar zo ver vanaf, dat ik het gevoel kreeg dat ik in twee werelden leefde. Met dit project kan ik die eindelijk samenbrengen.

Klassiek met effecten

Hoe haar muziek klinkt? „Heel filmisch. Het gaat steeds om menselijke thema’s, er zit niet zozeer een verhaal achter, eerder een menselijk gevoel. De basis is klassiek, maar ik voeg soms ook geluidseffecten en samples toe, of een lage noot met de computer die je op de piano niet kunt spelen. In de klassieke wereld is dat not done, maar ik denk dat als Mozart deze mogelijkheden had gehad, hij daar ook gebruik van had gemaakt.”

Dit jaar pas werd het project om haar eigen muziek naar buiten te brengen serieus. Via zangeres Ilse DeLange kwam ze in contact met liedjesschrijver en producer Patrick Leonard, die met DeLange werkte aan haar succesalbum The Great Escape. Hond stuurde haar muziek, hij moedigde haar aan de stukken „uit te bouwen”. Begin mei ging ze bij hem langs in Los Angeles. Ze schreven nieuw werk en namen demo’s op.

Als we geen nieuwe luisteraars voor ons winnen, sterft de klassieke muziek uit

Als het interview plaatsvindt, is Patrick Leonard in Nederland. Samen lopen ze het café binnen. Hoewel hij niet als wereldster wordt opgemerkt, zullen vrijwel alle aanwezigen zijn liedjes hebben gehoord. Niet alleen het hele café, de halve wereldbevolking kent zijn muziek: het kan haast niet anders of ieder moment van de dag klinkt wel ergens één van zijn hits op de radio.

Wat hij zoal schreef? ‘Like a prayer’. ‘La isla bonita’. ‘Live to tell’. ‘Frozen’. Hij was een van de belangrijkste songwriters van Madonna. Hij werkte met Leonard Cohen, Pink Floyd, Bryan Adams, Rod Stewart en Jewel.

Inmiddels is Hond al een paar keer naar Amerika gevlogen, en Leonard naar haar. Het klikte niet alleen op muzikaal vlak: de twee hebben een relatie. Tijdens het gesprek kijkt ze meermaals opzij. Haar vriend, geboren in 1955, zit aan de bar met zijn smartphone en een bruiswater. „We zijn hetzelfde type mens”, zegt ze. „We hebben eenzelfde jeugd gehad. Als ik het koud heb, heeft hij het ook koud. Als ik gek word van het lawaai, wordt hij dat ook.”

Hond groeide op in een hippiegezin. Op haar veertiende verhuisde ze naar Den Haag, waar ze nog steeds woont. Ze heeft lang haar, tussen donkerblond en bruin, groene ogen en een sierlijke houding als ze achter de piano plaatsneemt. In een recensie in de Telegraaf werd de vraag gesteld of ze ‘meer dan alleen een plaatje’ is. De suggestie: de pianiste dankt haar carrière (mede) aan haar uiterlijk. „Met die opmerking heb ik veel te maken gehad. Misschien klopt het wel. Ik weet het niet.”

Geen kiloknaller

De scepsis overwon ze goeddeels – de recensies waren overwegend positief. NRC prees haar ‘verfijnd gevoel voor frasering’. Wat hielp was dat ze geen kiloknaller-klassiek opnam, maar minder gespeelde (en minder toegankelijke) muziek van Leos Janacek en Aleksandr Skrjabin. „Toen ik met Decca sprak over wat we op zouden nemen, stelden ze filmmuziek voor. Maar voor mij werkt dat niet: ik heb stukken nodig met veel body. Dit is muziek die bij me hoort. Ik maak geen cd om populair te worden.”

Of de samenwerking met een topproducer uit de popmuziek ook in de smaak valt in de behoudende wereld van de klassieke muziek, is de vraag. Flirts met de populaire cultuur worden gewantrouwd – zie Wibi Soerjadi: ooit geroemd als groot pianotalent, ging met Disney aan de haal en raakte uit de gratie. Hond trad recent op met Gordon. Op het gala van de Televizierring begeleidde ze Anita Meyer en rapper Kleine Viezerik.

„Ik voel me geroepen om mensen kennis te laten maken met klassiek”, zegt Hond. „Vooral op plekken waar je het nooit hoort, in een tbs-kliniek bijvoorbeeld. Als we geen nieuwe luisteraars voor ons winnen, sterft de klassieke muziek uit, daarom zie je steeds meer crossovers.” Op recitals begint ze vaak met „zwaar klassiek”, zoals ze dat noemt. Na de pauze klinken haar eigen composities, die ze toelicht. „Als je uitlegt wat er in de muziek gebeurt, luisteren mensen zelfs naar het moeilijkste stuk.

„Laatst had ik iets bijzonders. Ik speelde op mijn rijdende vleugel. Er kwam een groepje rebelse jochies aan. Ze bleven luisteren en zeiden: what the fuck, dit is echt cool. Daarna plaatsten ze een reactie op mijn Facbook. Waarschijnlijk hadden ze nooit eerder Rachmaninov gehoord. Dat vind ík cool. Dat is waarvoor ik het doe.”