Kabinet past ingreep in Wajong aan

Plan voor samenvoegen bijstand, sociale werkplaatsen en uitkering gehandicapten stuit op weerstand

Jonge gehandicapten met een uitkering worden minder hard geraakt door een nieuw wetsvoorstel van staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) dan werd gevreesd in de Tweede Kamer en bij belangenorganisaties .

Uit een, nog niet openbaar gemaakte, tekst van de zogenoemde ‘participatiewet’ blijkt dat er een overgangsregeling komt voor gehandicapten met een Wajonguitkering (nu zo’n 240.000 mensen): als ze na herkeuring deels arbeidsgeschikt worden bevonden, komen ze in de bijstand.

Als jongeren nog bij hun ouders wonen die werk hebben, of samenwonen met iemand met een salaris, zouden ze hun hele inkomen kunnen kwijtraken. In de wet staat nu dat ze tweeënhalf jaar aan de nieuwe situatie mogen wennen: ze krijgen bijstand alsof ze in hun eentje een huishouden voeren. Ook Wajongers die een aantal uren per week werken met een aanvullende uitkering, komen voorlopig niet in de bijstand terecht.

Volgens Haagse bronnen bespreekt het kabinet vandaag het voorstel voor de participatiewet, bedoeld voor wie niet zelfstandig aan het werk kan komen of niet productief genoeg is om een normaal salaris te verdienen. De wet vervangt grotendeels de wetten en regels voor de bijstand, voor jonge gehandicapten en mensen met een indicatie voor de sociale werkplaats.

De gemeentes worden verantwoordelijk voor de uitvoering. Werkgevers hebben toegezegd dat er de komende jaren 100.000 arbeidsplekken komen voor gehandicapten. Bij de overheid komen er 25.000 plaatsen bij.

Bij de sociale werkplaatsen, met nu zo’n 100.000 werknemers, komen er vanaf 2015 geen nieuwe mensen meer binnen. Er blijven wel 30.000 ‘beschutte werkplekken’ beschikbaar.

In de Tweede Kamer was al gevraagd om een ‘zachte landing’ voor jonge gehandicapten, ook door Klijnsma’s eigen PvdA. Dat kost 100 miljoen euro per jaar. Van de participatiewet verwacht het kabinet een structurele bezuiniging van 1,6 miljard – als alle maatregelen worden uitgevoerd (en pas na 2040).

De gemeentes maken zich zorgen. Zij worden verantwoordelijk voor de uitvoering, maar vrezen dat ze te weinig ruimte overhouden voor eigen beleid. René Paas, voorzitter van de vereniging van managers van sociale diensten (Divosa): „Als we met allerlei maatregelen extra garanties voor doelgroepen vastleggen, wordt het onuitvoerbaar.”

Divosa en de gemeentes hadden ook al kritiek op de strengere regels voor de bijstand. Die zouden leiden tot dwang en onnodige maatregelen.