Indo4life

Er stonden voor die dag twee dingen in mijn agenda: afspreken met mijn ex om lastige zaken te bespreken, en naar EYE gaan om de tentoonstelling van Péter Forgács: Sluimerend Vuur. Verhalen uit Nederlands-Indië te bezoeken, want daar wilde ik graag heen. Ineens leek het me een puik plan om beide met elkaar te verenigen. Ex heeft immers, net als ik, een Indische achtergrond. We maakten er vaak grappen over: hij was een vagebond uit Amsterdam-Noord, ik een tuthola uit Zuid, zijn oma en opa kwamen van de kampong, mijn grootouders begaven zich in Indië in hoge ambtelijke kringen. Daar stond wel weer tegenover dat de mijne ook jaren in jappenkampen hadden gezeten, zijne niet. Maar als we het daar over hadden waren we allang niet meer bezig met grappen maken.

Tot mijn grote verbazing vond Ex het een goed idee. We troffen elkaar in het restaurant van EYE. Enige weken geleden zat ik aan hetzelfde tafeltje te werken met een van mijn favoriete auteurs. De zon scheen naar binnen, we hadden uitzicht op een prachtig cruiseschip, we maakten haar boek mooier, dronken witte wijn en besloten spontaan om aan het eind van de middag naar de film te gaan. Nu dronk ik groene thee en probeerde ik mijn tranen in te houden door mijn ogen strak op de pont te richten.

Nadat we de toekomst van ons nageslacht hadden besproken, doken we in het verleden van onze grootouders.

Jarenlang heb ik ontkend dat Nederlands-Indië mij bezighield. „Gatver, dat gedweep met je roots altijd”, riep ik als mensen naar mijn idee ook maar een fractie te geïnteresseerd in mijn achtergrond waren. „Ik ben een Amsterdammer.” Ik was bang om voor navelstaarder te worden versleten; Indo’s die altijd alleen maar naar Indodingen gaan, over Indodingen praten (eten!), over hoe Indisch ze wel niet zijn (ben jij ook zo bijgelovig?) en hoe bijzonder dat is.

Ik kan aan weinig dingen merken dat ik volwassen ben geworden, zelfs het moederschap zorgt er niet voor dat ik me minder kinds voel, maar als ik dan toch iets moet noemen waarin ik me ontwikkeld heb, dan is het in mijn houding ten opzichte van mijn afkomst. Je hoeft niet meteen ‘Indo4life’-party’s te bezoeken (die bestaan) om toch geïnteresseerd te zijn in je eigen geschiedenis. Ik leerde dit van Ex.

Sluimerend vuur is een ervaring. De prachtige oude beelden van het dagelijks leven in de kolonie worden gecombineerd met briefcitaten die worden voorgelezen (o.a. van de lekker cynische journalist Willem Walraven: „Het gaat hier alleen maar over geld, promotie, stand ophouden en roddel”) en ondertussen klinkt er prettige, mysterieuze, oriëntaalse muziek. Je waant je daadwerkelijk ergens tussen 1900 en 1940. Je geniet mee van het leven in dat heerlijke, zonnige land (kinderen die buitenspelen, exorbitante feestjes, prachtige landschappen) en je gruwelt tegelijkertijd van de ongelijkheid tussen de kolonisator en de plaatselijke bevolking. Bij beelden van een soos keek ik of ik mijn opa zag, bij beelden van hardwerkende vrouwen op de sawa’s keek Ex of zijn oma er toevallig tussen stond. Deze tentoonstelling maakte voor mij het verleden tastbaarder dan ooit. Mijn verleden. Ons verleden.

De tentoonstelling Sluimerend vuur. Verhalen uit Nederlands-Indië is nog t/m 1 december te bezoeken in EYE. www.eyefilm.nl