Ik vertrouw de Amerikanen niet, echt niet

Ook ná 2014 blijven er Amerikaanse militairen in Afghanistan Ze hebben elkaar nodig, maar beide landen hebben daar moeite mee President Karzai wil niet dat zijn land een tweede Irak wordt

redacteur azië

Uit de meest afgelegen hoeken van Afghanistan stroomden deze week afgevaardigden de hoofdstad Kabul binnen. Ze kwamen hun oordeel vellen over een cruciale kwestie voor de toekomst van hun land: de voortzetting van de buitenlandse militaire aanwezigheid in Afghanistan na 2014, zij het in sterk afgeslankte vorm.

De huidige overeenkomst met de NAVO, op grond waarvan op een gegeven moment zo’n 140.000 militairen in Afghanistan zaten, loopt eind 2014 af. Zonder nieuw akkoord zou er geen buitenlandse militair overblijven.

Maar er was één probleem: de onderhandelingen tussen president Hamid Karzai en de Verenigde Staten, die zich al een klein jaar voortsleepten, waren nog altijd niet afgerond. Pas woensdagavond bereikten Karzai en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry telefonisch overeenstemming over deze gevoelige materie. Maar ze maakten de tekst van het akkoord nog niet openbaar.

Nu wel. Gistermorgen kon Karzai de afgevaardigden bij de zogeheten loya jirgah, een traditionele Afghaanse vergadering over belangrijke kwesties, vertellen dat er ook na 2014 zo’n 10.000 tot 15.000 buitenlandse militairen zullen blijven in Afghanistan. Niet alleen Amerikaanse militairen, onderstreepte hij, ook militairen uit andere landen, mogelijk zelfs van moslimstaten.

De president, die komend voorjaar moet aftreden, ziet zichzelf vaak genoopt tot een ingewikkeld dubbelspel. Afhankelijkheid van de Verenigde Staten ligt uiterst gevoelig in Afghanistan. Voor zijn grote tegenstander, de Talibaan, is de strijd tegen de buitenlandse ‘bezetter’ op Afghaans grondgebied een van de belangrijkste drijfveren en veel Afghanen tillen daar zwaar aan. Dus wil Karzai niet de indruk wekken dikke vrienden te zijn met Washington. Daarom zei hij gisteren: „Mijn verstandhouding met Amerika is niet goed. Ik vertrouw hen niet, zij vertrouwen mij niet.”

Maar Karzai weet dat de aanwezigheid van juist de Amerikanen van levensbelang blijft voor Afghanistan. Het voorbeeld van Irak is weinig aanlokkelijk. Daar bereikten de regering en de VS geen veiligheidsakkoord, waarna de VS in 2011 al hun troepen terugtrokken. De veiligheid in Irak is sindsdien aanzienlijk verslechterd.

Karzai moet nu niet alleen proberen de ruim 2.500 deelnemers aan de loya jirgah zover te krijgen het akkoord goed te keuren, maar ook het Afghaanse parlement. Als die te veel amendementen aanbrengen naar de smaak van Washington, kan Afghanistan alsnog eenzelfde lot wachten als Irak.

Een bijkomend probleem voor de Afghanen is ook dat bij afwijzing van zo’n veiligheidsakkoord veel van de buitenlandse hulp op andere gebieden op losse schroeven komt te staan. Dit kan fatale gevolgen hebben voor Afghanistan. Zo’n 90 procent van de Afghaanse overheidsuitgaven wordt door buitenlandse donoren gedekt. Afghanistan heeft het buitenland harder nodig dan andersom.

Daarom is de Afghaanse regering na lang touwtrekken akkoord gegaan met de voorwaarde dat Amerikaanse militairen die in Afghanistan misdrijven begaan, alleen door Amerikaanse rechters berecht mogen worden. En op de belangrijke basis Bagram, ten noorden van Kabul, zullen de Amerikanen het voor het zeggen houden. Wel hebben de Amerikanen concessies gedaan. Zo zullen ze alleen Afghaanse huizen mogen binnenvallen als hun militairen in gevaar zijn.

President Obama heeft nog niet gezegd hoeveel militairen hij wil achterlaten in Afghanistan, maar duidelijk is dat hij met hooguit 8.000 man wil volstaan. Kerry zei gisteren dat de Amerikanen zich willen beperken tot training en ondersteuning van de activiteiten van de Afghaanse strijdkrachten: „Er is geen gevechtsrol voor Amerikaanse militairen.”