‘Ik ben gered door mijn schrijverschap’

schreef een nieuwe roman over het lot van twee Indiase broers, emigreerde van de VS naar Italië en buigt zich nog steeds intensief over het thema immigratie.

‘Sorry”, zegt Jhumpa Lahiri, wanneer in haar tas gerinkel klinkt. „Dit telefoontje moet ik even aannemen.” In rap Italiaans en met sierlijke handbewegingen staat ze vervolgens iemand uit Rome, haar huidige woonplaats, te woord. Lahiri (46) maakte naam met romans en verhalen over het immigrantenbestaan van Indiërs in het Westen. Maar zelf had de schrijfster nog nooit in een vreemd land een nieuw bestaan opgebouwd. Nu woont ze in Italië, ver weg van Amerika, waar ze opgroeide, van India waar haar ouders vandaan kwamen en van Londen, haar geboorteplaats.

„Ik heb heel bewust voor gekozen voor die verhuizing”, vertelt ze in een hotel in Amsterdam. Ze is hier voor de promotie van haar roman The Lowland, vertaald als Twee broers. „Ik wilde zelf ook zo’n emigratie meemaken. En het is een heel intense ervaring, juist omdat ik er zoveel over heb geschreven en ook mijn ouders het hebben ondergaan.”

Lahiri spreekt in mooie, soms bijna plechtige volzinnen. Maar één keer tijdens het gesprek permitteert ze zich een lachje. Ze houdt ook een zekere afstand, als iemand die heeft geleerd zich in een vreemde omgeving niet al te kwetsbaar op te stellen. Vragen over identiteit houden Lahiri al lang bezig. „In Amerika voelde ik me als kind met een Indiaas uiterlijk een buitenlander,” zegt ze, „maar geleidelijk aan begon ik mij meer Amerikaans te voelen. Belangrijk was ook dat ik de taal vloeiend sprak. Taal is fundamenteel wanneer het gaat over de vraag waar je deel van uitmaakt.”

Anders dan haar ouders, die zich hun leven lang met India bleven identificeren, voelt Lahiri een zekere vrijheid door niet in Amerika te zijn. „Die constante vraag van er wel of niet bij horen is niet langer aan de orde, want in Rome weet ik zeker dat ik een buitenstaander ben. Er is daardoor een gewicht van mijn schouders gevallen en er is ruimte voor nieuwe dingen, nieuwe manieren om over dingen na te denken, nieuwe ervaringen.”

Wie ervan uitging dat haar verblijf in Italië haar zou inspireren tot nieuwe boeken, waarin het immigrantenbestaan centraal staat, komt vooralsnog bedrogen uit. Wat zich in haar vorige bundel verhalen Unaccustomed Earth al enigszins aftekende, zet zich in haar nieuwe roman voort. In Twee broers spelen Indiase immigranten nog steeds een rol, maar het accent ligt niet langer op hun moeizame aanpassing aan de Amerikaanse cultuur maar op meer universele thema’s als de verwerking van de dood van een geliefde, eenzaamheid en menselijke veerkracht.

Het verhaal handelt over een paar broers uit Calcutta. Lahiri beschrijft hun leven vanaf de jaren zestig. De jongste broer, Udayan, de meest dynamische, sluit zich aan bij de Naxalieten, militante maoïsten die een revolutie in India willen ontketenen, en nu nog steeds actief zijn. Hun doel is de grote bezitsloze onderlaag in India te verheffen. Daarbij schuwen ze geen enkel middel. Politici en vooral veel politieagenten zijn door hen gedood.

De oudere broer, Subhash, is minder politiek. Hij studeert oceanografie, hij besluit in de VS te promoveren en hoort daar dat zijn jongste broer, zonder toestemming van zijn ouders, het meisje Gauri heeft getrouwd. Weer ruim een jaar later volgt een schokkend telegram van zijn ouders: ‘Udayan doodgeschoten. Kom terug indien mogelijk’.

Eenmaal weer in Calcutta ontdekt Subhash dat Gauri in verwachting is van Udayans kind. Als alleenstaande moeder wacht haar een duistere toekomst; hij trouwt haar, reist met haar terug naar de VS, waar ze een meisje baart. Tot echte liefde komt het niet tussen Subhash en Gauri, evenmin als tussen Subhash en haar dochter Bela. Gauri leidt verder een eenzaam leven.

Lahiri’s boek schopte het dit najaar tot de laatste zes op de ‘shortlist’. Critici prezen haar onopgesmukte stijl en het spannende begin. Sommigen vonden dat het verhaal sterk aan tempo verliest als de hoofdpersonen eenmaal in de VS zijn.

Bent u uitgekeken op het thema van de immigratie in uw werk?

„Dit boek heeft een ander uitgangspunt. De immigranten spelen nog steeds een rol maar vormen niet de kern. Toch blijf ik geïnteresseerd in ‘het ergens buitenstaan’, een universeel thema.”

Misschien ontleent u minder inspiratie aan uw Bengaalse achtergrond, nu u gehuwd bent met een journalist van half Guatemalteekse en Griekse afkomst?

„Ja en nee. Mijn vertrek uit Amerika is anders, omdat ik nooit dezelfde innige band met Amerika heb gehad als mijn ouders met India. In Rome ben ik beslist een buitenstaander, en ik denk dat ik daar dezelfde dingen ga meemaken als mijn ouders toen.”

De afkeer van immigranten neemt de laatste tijd toe in Europa. Merkt u dat ?

„Die gevoelens zijn intens in Italië. Het is vreselijk hoe er discriminerend op de Italiaanse minister van Integratie, een zwarte vrouw, wordt gereageerd. Het is ook fascinerend, omdat het me in veel opzichten aan Amerika doet denken, waar sommige immigranten werden gezien als extreme buitenstaanders. Maar er is daar veel veranderd. Amerika is een werk in uitvoering. Elke generatie maakt er een andere revolutie door, waardoor andere identiteiten ontstaan. Wat ik in Amerika bewonder, ondanks al zijn problemen, is dat het land zichzelf vragen blijft stellen. Vijftig jaar geleden was het ondenkbaar een zwarte president te hebben. In Obama’s Amerika voel ik me een Amerikaan.”

Ontbreekt die dynamiek in Italië?

„In oude culturen als die van Italië en India, met hun lange historie en een diep gewortelde identiteit worden veel minder kritische vragen gesteld over het eigen land. Het zijn naar binnen gekeerde landen waar oude tradities worden vereerd. Dat is mooi, maar het zorgt ook voor stagnatie. Waar ik woon, in Trastevere, willen de Romeinen alles laten zoals het is. Intussen komt de helft van de mensen daar op straat uit Azië. Ze maken schoon, staan op de markt. Dan ziet Amerika er ineens een stuk progressiever uit.”

Waarom kreeg de Naxalitische opstand zo’n prominente rol in uw boek?

„Ik hoorde van een executie in de tijd dat die beweging hard door de autoriteiten werd onderdrukt. Twee broers, die dicht bij het huis van mijn grootouders in Calcutta woonden, werden ten overstaan van hun familie doodgeschoten. Dat gegeven werd het begin van mijn boek. Ze waren lid van de Naxalitische beweging.’’

Voelt u zichzelf ertoe aangetrokken? De Naxalieten streven naar sociale rechtvaardigheid, maar gebruiken gewelddadige middelen.

„Ze hebben een sterk besef van sociale rechtvaardigheid maar hun middelen zijn moreel verwerpelijk. Het boeit mij omdat die tegenstelling kenmerkend is voor veel idealistische bewegingen, door de eeuwen heen. Soms slagen mensen erin een positieve verandering teweeg te brengen. Maar al te vaak wordt het probleem alleen maar ernstiger.”

Uw boek gaat ook over eenzaamheid.

„Ook in mijn leven speelt eenzaamheid een grote rol. Ik heb om verschillende redenen dikwijls een existentiële eenzaamheid gevoeld. In zekere zin ben ik gered door mijn schrijverschap, al is ook dat weer een solitaire bezigheid. Eenzaamheid kan zich trouwens ook voordoen in een huwelijk of in een vriendschap. Waarom vrezen we een verlies? Omdat we bang zijn dat alleen te moeten verwerken.”

De dood van Udayan zet het leven van mensen in zijn omgeving voorgoed op zijn kop. Wilde u de rol van het noodlot onderstrepen?

„Het boek gaat er om dat dat moment nooit eindigt. Ik wilde onderzoeken hoe personages een traumatische gebeurtenis ondergaan en hoe ze er verder mee leven. Zulke ogenblikken zijn alles wat we, filosofisch gesproken, hebben, al ontglippen ze ons na verloop van tijd vaak. ”

Geen hoopvolle boodschap?

„Dat weet ik niet. Je kunt er ook kracht aan ontlenen. In Rome leef je in het verleden, je bent er permanent door omringd, je wordt geconfronteerd met verlies en verval, keizerrijken kwamen op en gingen onder. In diezelfde omgeving ga je naar de markt, koop je je groente en voel je je ongelooflijk vitaal. Op zulke momenten denk ik, ‘hé, hier ben ik in 2013, levend en wel’. Ik vind dat een machtige ervaring. Heel anders dan: nou ja, dood gaan we allemaal, waarom zou je je nog druk maken? Alle verhalen gaan over momenten. Ze geven zin aan het leven.”