Ideologie Iran obstakel voor akkoord

Flexibele president Rouhani stuit op verzet van geestelijk leider Khamenei bij beraad in Genève

Soms klinkt de eeuwig dubbele boodschap vanuit Teheran wel heel luid. Deze week is de westers georiënteerde minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif aangeschoven voor een nieuwe ronde cruciale nucleaire gesprekken met het Westen. Een oplossing is nu echt nabij, beloofde hij met een brede glimlach. „We zijn er voor 90 procent uit.”

Maar vlak voor de opening van de derde gespreksronde tussen Iran en een aantal grote mogendheden in Genève op woensdag, zei Irans hoogste leider, ayatollah Ali Khamenei, in een rede in Teheran dat Iran geen komma toegeeft in de onderhandelingen .

De Islamitische Revolutie is geboren uit verzet tegen het arrogante Westen, benadrukte Khamenei. Natuurlijk steunt hij zijn onderhandelaars in Genève. En nee, vertelde hij, de ayatollah is niet op de hoogte van de details van de gesprekken. Maar het mag duidelijk zijn dat ze niets mogen toegeven.

De minister en de ayatollah illustreren de dubbelzinnigheid van de Iraanse politiek die tot norm is verheven in de Islamitische Republiek Iran.

Het grootste struikelblok voor het gebruikelijke geven en nemen in onderhandelingen is Irans onverbiddelijke staatsideologie, waarin verzet – zelfs nutteloos verzet – als een deugd wordt beschouwd. „De onderhandelaars zitten in een spagaat, ze moeten toegeven maar ook de leiders tevreden houden, die niets willen toegeven”, zegt analist Nader Karimi Joni.

Verscheidene kernpunten van de revolutionaire ideologie, waarin islam en politiek worden vermengd, zijn terug te voeren op de strijd van de belangrijkste shi’itische heilige, Imam Hussein. Ruim 1.400 jaar geleden vocht hij met een handvol getrouwen een ongelijke strijd tegen duizenden sunnieten. Imam Hussein verloor en werd gedood, maar wordt nog steeds vereerd door shi’ieten omdat hij opkwam voor zijn principes

„Ik ben een revolutionair, geen diplomaat”, zegt Khamenei graag. Maar soms botsen principes met de realiteit. Na drie jaar zware sancties is de economie tot stilstand gekomen. Er komt bijna geen oliegeld meer binnen, inflatie en werkloosheid zijn hoog, en veel Iraniërs zijn heel ontevreden.

Irans nieuwe president Hassan Rouhani, die ondanks zijn gematigde standpunten mocht meedoen aan de verkiezingen en verassend won, heeft beloofd de al tien jaar durende discussie met het Westen over het nucleaire programma tot een einde te brengen.

„We hebben een jaar nodig om de wereld te laten zien dat iedereen kan winnen als we een oplossing vinden voor het nucleaire debat”, schreef hij onlangs in een tweet.

Maar een akkoord wordt lastig, zeggen analisten. Van het stoppen met het verrijken van uranium – een eis van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties – kan geen sprake zijn, is besloten. Tevens wil Iran „nog geen gram” van de voorraden van verrijkt uranium – waar technisch gezien in de toekomst een bom mee kan worden gemaakt – aan het buitenland sturen. Ook willen de Iraanse leiders dat alle verrijkingsfabrieken open blijven. Boven alles moet het westen erkennen dat het land recht heeft op het verrijken van uranium, zoals vastgelegd in het Non-proliferatie Verdrag.

Het Westen wil zekerheden dat Iran geen kernwapen kan maken, meer inspecties en begrenzingen op de groei van het nucleaire programma. Het Iraanse recht op verrijking wordt met name door de VS niet gedeeld.