Hoe de SP de NAVO te hulp kwam

De aanhouder wint misschien, maar het duurt soms wel erg lang. Meer dan twintig jaar is de Koude Oorlog nu voorbij, en nog altijd liggen in vijf Europese landen, waaronder Nederland, Amerikaanse kernwapens opgeslagen. Het verzet daartegen komt allang niet meer alleen van actiegroepen en linkse partijen. Obama beloofde dat hij ernaar zou streven alle kernwapens de wereld uit te helpen. In Duitsland nam de coalitie van FDP en CDU/CSU in haar regeerakkoord op dat alle Amerikaanse kernwapens uit Europa moeten worden verwijderd. En ook het Nederlandse kabinet is voor „een forse reductie”, met als uiteindelijk doel totale eliminatie.

Tot zover de theorie. In de praktijk blijken deze restanten van de Koude Oorlog die nog in Europese bunkers liggen maar moeilijk op te ruimen. Militaire betekenis hebben de ongeveer tweehonderd B61 bommen – opgeslagen in Nederland, Belgie Duitsland, Italie en Turkije – allang niet meer. Het gaat om verouderde zwaartekrachtbommen, die door vliegtuigen, voorlopig F16s, moeten worden afgeworpen. Zonder omhaal zei oud-premier Ruud Lubbers eerder dit jaar: „Ik heb nooit gedacht dat die malle dingen er nog zouden zijn, want volgens mij is dat absoluut zinloos.” Maar zinloos of niet, ze zijn er nog. Kernwapens. In Nederland.

Een meerderheid in de Tweede Kamer is het daar niet mee eens, en steunde deze week een motie van de SP dat de JSF, de opvolger van de F16, geen nucleaire taak mag krijgen. Regeringspartij PvdA stemde voor, net als D66, GroenLinks, de ChristenUnie, de Partij voor de Dieren en natuurlijk de SP zelf. Wie gevoelig is voor de ironie van de geschiedenis kon zijn hart ophalen. De tegenstanders van kernwapens in Nederland, zacht gezegd niet allemaal grote voorstanders van de JSF, konden handig meeliften met het besluit om het toestel aan te schaffen: als hij er dan toch moet komen, dan zonder nucleaire taak. Nederland kernwapenvrij dankzij de JSF, als het ervan komt mag lobbyist Jack de Vries wel erelid van het IKV worden.

Ironischer nog is dat de SP met deze motie de NAVO onbedoeld een dienst bewijst. Want het bondgenootschap kan een zetje om de Amerikaanse kernwapens in Europa eindelijk af te schaffen goed gebruiken. Sommige lidstaten, vooral in voormalig Oost-Europa, hechten nog sterk aan de symbolische waarde van deze Amerikaanse wapens op Europese bodem. Maar het debat erover binnen de NAVO wordt op kousenvoeten gevoerd. Zo blijft het een zeurende kwestie, die de populariteit van de NAVO in Nederland en Duitsland geen goed doet.

Het Nederlandse kabinet kan de motie van deze week naast zich neerleggen. Maar het kan er ook gebruik van maken om het debat over het nut van ‘die malle dingen’ eens met wat meer urgentie te voeren. Eenzijdig de afspraken opzeggen wil het kabinet niet – en terecht: deze wapens zijn hier niet alleen voor ons naartoe gebracht, maar ook voor de bescherming van de andere landen in de alliantie. Wat ermee gebeurt, gaat de hele NAVO aan.

Maar er zijn genoeg argumenten om zelfverzekerd voor afschaffing te pleiten. Uit onverdachte hoek kwam daar onlangs steun voor. Ivo Daalder, die tot deze zomer Amerikaans ambassadeur bij de NAVO was, klaagde vorige week in een toespraak over de hoge kosten van kernwapens – „wapens die in 99,99999 procent van de tijd geen enkele rol zullen hebben bij wat we doen, en misschien wel nooit”. De NAVO werkt aan een raketschild en heeft onlangs nog een grote militaire oefening gehouden in de Oostzee, zei Daalder. Voor de collectieve verdediging waarvoor de NAVO ooit is opgericht, is dat veel belangrijker dan die Amerikaanse kernwapens in Europa. Met die boodschap kan ook Nederland op de bres gaan staan.

Juurd Eijsvoogel schrijft iedere week op deze plaats over internationale kwesties