Goednieuwsshow om te paaien

Voor onderwerpen als corruptie en armoede was geen plek tijdens het bezoek van premier Rutte aan Indonesië. De sfeer dient vrolijk te blijven als er Nederlandse handelseuro’s op het spel staan.

In Pluit, een wijk in het noorden van Jakarta, wordt premier Rutte rondgeleid door Joko ‘Jokowi’ Widodo, de gouverneur van Jakarta. Foto ANP

Aan de waterkant van Pluit, een wijk in het noorden van Jakarta die regelmatig overstroomt, vertelt Joko ‘Jokowi’ Widodo hoe hij als gouverneur van de Indonesische miljoenenstad de problemen aanpakt. Premier Rutte luistert aandachtig.

Jokowi: „We hebben de paalwoningen vlak aan het water weggehaald en mensen ondergebracht in gesubsidieerde flats. We hebben ze zelfs een televisies gegeven.”

Rutte: „Dat moet wat gekost hebben.”

Jokowi: „Klopt.”

Rutte: „Hoe heeft u dat kunnen betalen?”

Jokowi: „Gewoon van het begrotingsoverschot.”

Rutte: „Aha.”

Het gesprek is exemplarisch voor de wondere wereld waar Rutte in is beland. Samen met 110 bedrijven is de premier vanaf dinsdag tot en met vandaag op bezoek in Indonesië, een land waar, in tegenstelling tot Nederland, de economie snel groeit, waar de koopkracht van de bevolking toeneemt en waar de openbare financiën op orde zijn. Van die gunstige omstandigheden moet het Nederlandse bedrijfsleven profiteren. Dat is de belangrijkste inzet van het eerste bezoek van een Nederlandse regeringsleider aan de voormalige kolonie sinds 2006.

Al drie dagen zingt hier de managerstaal rond die volgens Rutte de verhoudingen met Indonesië typeert. De betrekkingen zijn „forward looking” en worden ”naar een hoger plan getild”, met als doel dat Indonesië en Nederland straks op „level 2.0” met elkaar omgaan . Invloedrijke Indonesische ministers, zakenlieden en voormannen van werkgeversorganisaties krijgen te horen dat „Nederlandse bedrijven beschikken over kennis en expertise waar Indonesië gebruik van kan maken.”

In de lobby van het Borobudur Hotel staat Bertrand van Ee, bestuursvoorzitter van ingenieursbureau HaskoningDHV, met een map onder zijn arm. Hij laat een artist impression zien. Voor de kust van Jakarta ligt opeens een aaneenschakeling van kunstmatige eilanden en dammen in de vorm van Garuda, de mythische vogel, met de vleugels gespreid. Van Ee: „Nederlandse waterbedrijven hebben dit plan gezamenlijk gepresenteerd. De dam moet overstromingen voorkomen en de eilanden zijn voor projectontwikkelaars interessant. Dit is een project van dertig miljard euro dat voor iedereen kansen biedt.”

Maar de aanbesteding om dit soort Nederlandse plannen, betaald met Nederlands geld, uit te voeren, kan evengoed door Japanse of Zuid-Koreaanse aannemers gewonnen worden. Dan staat Nederland alsnog met lege handen. Om de Indonesiërs te paaien , is deze missie vooral een goednieuwsshow.

Over de toenemende ongelijkheid en grote armoede wordt niet gesproken, ook niet door minister Ploumen, verantwoordelijk voor ontwikkelingssamenwerking. Met de werkgevers wordt geluncht, maar voor de bonden, die met regelmaat worden geïntimideerd, is nauwelijks aandacht, ook niet van PvdA’ers Ploumen en staatssecretaris Dijksma. Rutte noemde het leiderschap van de Indonesische president Yudhoyono „indrukwekkend”. Dezelfde Yudhoyono wordt in Indonesië juist extreme besluiteloosheid verweten. Hij treedt niet op tegen corruptie binnen zijn eigen politieke partij noch tegen toenemend geweld tegen religieuze minderheden. Voor de donkere kanten van Indonesië is geen plek in de agenda als er Nederlandse handelseuro’s op het spel staan.

De Nederlandse bedrijven zeggen dat het charmeoffensief geen kwaad kan. Het is zeker niet zo dat Nederlandse bedrijven puur vanwege de historische banden voordeel genieten. Baggeraar Van Oord tekende gisteren een contract ter waarde van 20 miljoen euro om de haven van Surabaya uit te breiden. „We zijn na ruim honderd jaar weer terug in Surabaya”, zegt marketingdirecteur Robert de Bruin. Een voorloper van de baggeraar werkte er in de koloniale tijd al. „Dat heeft er nu niks mee te maken. Wij moeten bewijzen dat wij de beste zijn en een goede prijs bieden. We moeten gewoon de internationale concurrentie aan. Misschien is het wel iets moeilijker omdat Nederland geen grote geldbedragen aan ontwikkelingshulp beschikbaar stelt om infrastructuurprojecten uit te voeren. Japan en China doen dat wel.”

In Pluit laat gouverneur Jokowi Rutte een nieuw pompstation zien, ontworpen door Nederlanders, gebouwd door Japanners, met geld van de Japanse ontwikkelingsinstantie ODA. Honderden mensen hebben uren in de zon gestaan. Ze zijn vereerd dat zulk hoog bezoek hun wijk aandoet. „Jokowi, Jowkowi”, schreeuwen ze en proberen hem een hand te geven. Wie die lange blank man is, weten ze niet. Het boeit hen ook weinig.