Geen bewijs voor prijsafspraken tussen mobiele providers

KPN, Vodafone en T-Mobile maken niet stiekem afspraken over hun tarieven. Ze zijn er juist te ‘open’ over, vindt ACM.

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft geen bewijs gevonden voor verboden prijsafspraken tussen de drie Nederlandse telecomproviders. Dat heeft de toezichthouder gisteren bekendgemaakt.

In december 2011 viel de voorganger van ACM, mededingingsautoriteit NMa, binnen bij KPN, Vodafone en T-Mobile. Dat gebeurde op verdenking van onderlinge prijsafspraken. De tip kwam van een klokkenluider.

De providers voelden zich geschoffeerd door de inval – NMa had van tevoren cameraploegen uitgenodigd – en ontkenden de aantijgingen. KPN, Vodafone en T-Mobile laten nu weten blij te zijn met de uitslag.

ACM waarschuwt in het rapport wel voor het openlijk aankondigen van tariefwijzigingen en nieuwe voorwaarden. Dat lokt vaak een reactie van concurrenten uit, waardoor het voor de buitenwacht lijkt alsof nieuwe tarieven op elkaar zijn afgestemd.

Zoals ACM het omschrijft in haar conclusie: „Publieke uitlatingen toekomstig marktgedrag leveren mogelijk risico’s op.” Dat gebeurde bevoordeeld bij het invoeren van de nieuwe tarieven voor dataverbruik. De providers zetten vrijwel tegelijkertijd een streep door het onbeperkt aantal MB’s in een pakket. Marktleider KPN had daarvoor al aangegeven dat hij meer kosten in rekening ging brengen. Het ACM-onderzoek noemt een ander voorbeeld: de herinvoering van aansluitkosten voor mobiele bellers.

De gemeenschappelijke omzet van Nederlandse mobiele providers daalde het afgelopen kwartaal opnieuw met 6,4 procent. Dat zet de tarieven verder onder druk. En dat is ook de reden dat providers elkaars tarieven scherp in de gaten houden om te voorkomen dat klanten weglopen.

Onderzoeksbureau Telecompaper verwacht dat de omzet van de Nederlandse mobiele sector dit jaar op 5,5 miljard euro uitkomt – een daling van 6 procent ten opzichte van vorig jaar.