Europa herhaalt de fouten van Versailles

Een ernstige crisis: Noord en Zuid-Europa staan tegenover elkaar. Net als in Versailles indertijd moeten schuldenlanden niet tot de laatste cent worden uitgewrongen, meent Coen Teulings.

Bij het begin van de financiële crisis in 2008 stond Spanje er goed voor. Het land voldeed aan alle criteria van het verdrag van Maastricht. Nu weten we dat Spanje leed onder een huizenprijsbubbel. Te veel mensen werkten in de bouw. Voor stenen stapelen hoef je niet zoveel te leren om toch veel te kunnen verdienen. Dus nam de uitval in het onderwijs toe. Nu de bouw is ingestort, geldt hetzelfde voor het toekomstperspectief van veel jongeren. Ze zijn ongeschoold werkloos, een recept voor jarenlange ellende.

Dit lot is niet louter voorbehouden aan landen ten zuiden van Parijs. Neem Nederland. Wat was er in 2008 na de ondergang van Lehman gebeurd als ABN Amro niet toevallig bijtijds overgenomen was door Royal Bank of Scotland? Nu zit de Britse belastingbetaler op onze blaren.

Of neem Duitsland, nu de trotse leider van Europa. Wie herinnert zich dat rond de eeuwwisseling dit land nog werd aangeduid als de zieke man van Europa? Kortom: de hoogvlieger van vandaag valt morgen uitgeput ter aarde. Dat noopt tot bescheidenheid.

Europa verkeert in de ernstigste crisis uit haar bestaan. Velen zullen dit als een financiële crisis zien. Het is echter vooral een politieke crisis. Europa blijkt de politieke structuur te missen om de instabiliteit van financiële markten aan te kunnen.

Zoals economen hebben aangegeven, vereist een monetaire unie meer gemeenschappelijke Europese bevoegdheden dan waarin het verdrag van Maastricht werd voorzien. De Europese leiders van die dagen, Kohl, Mitterrand en onze eigen Lubbers, hebben echter doelbewust een gok genomen: de monetaire unie als katalysator voor verdere Europese integratie. Nu staan we voor de vraag: de unie ontbinden of meer bevoegdheden overdragen?

Een unie brengt het risico op een uitslaande brand met zich, zoals we nu dagelijks ervaren. Brandvoorschriften helpen. De geschiedenis laat zien dat het risico op een fik echter nooit volledig kan worden uitgebannen. Daarom is ook een brandverzekering nodig. Die brandverzekering heet in dit geval ‘bankenunie’.

Zo’n brandverzekering is de moderne invulling van het begrip solidariteit. We staan voor elkaar in in moeilijke dagen, net als de staten in Amerika in het noordoosten en het westen betalen voor de arme staten in het zuiden. Ondertussen krijgen wij niet georganiseerd wat daar wel kan. Europa, de bakermat van de verzorgingsstaat, van de solidariteit binnen het eigen land, wil niet weten van solidariteit tussen landen.

Solidariteit is een moreel begrip. Ik onthoud me hier van een moreel oordeel, niet omdat ik dat ongepast vind voor een econoom. Moraliteit is van groot belang voor de economie. Ik onthoud mij van een moreel oordeel omdat solidariteit een kwestie is van welbegrepen eigenbelang. Het heeft geen zin landen tot op de laatste cent te willen uitwringen voordat we ze een paar broodkruimels toewerpen. Daarom zijn morele begrippen niet louter een kwestie van moreel gelijk.

Er is een bekende wijsheid over de relatie tussen de bank en de kredietnemer. Als de bank een vordering heeft van een ton, dan heeft de kredietnemer een probleem. Als de bank een vordering heeft van 10 miljoen, dan heeft de bank een probleem. Noord-Europa is nu zo’n bank met een vordering van 10 miljoen, alleen we willen het niet weten. John Maynard Keynes heeft daar in 1919 een prachtig boek over geschreven, The Economic Consequences of the Peace. De geallieerden probeerden in het Verdrag van Versailles een veel te hoge vordering op Duitsland te incasseren.

Europa is met ongeëvenaard geweld de fouten van bijna een eeuw geleden aan het herhalen. De Nederlandse intelligentsia staat erbij en kijkt ernaar, sterker nog, we juichen het toe. „Je moet Spanje en Italië onder druk houden, anders wordt er daar nooit hervormd.”

Het probleem is dat dit ook wel een beetje waar is. De invoering van een brandverzekering is gevaarlijk omdat het landen ertoe verleidt brandgevaarlijker te bouwen. „Het is hun schuld, dan hadden ze maar veiliger moeten bouwen. Nu moeten ze zelf maar de schade betalen!”, zo is dan de logische conclusie. Kortom, de retoriek van schuld en boete.

Tegenover de retoriek van schuld en boete staat die van samenwerking en solidariteit. Als de leden van een groep elkaar niet vertrouwen, dan zullen ze schuld en boete laten prevaleren boven samenwerking en solidariteit, ook al is solidariteit uiteindelijk in ieders belang.

De retoriek van schuld en boete verschaft Noord-Europa een alibi om niet over de invoering van een brandverzekering te hoeven bespreken. Alle landen houden hun kaarten tegen de borst in de hoop dat de rekening naar de buren gaat, maar het eindresultaat van dit uitstelgedrag, de stap-voor-stap benadering, is dat de rekening uiteindelijk hoger uitvalt. Dat is de les van Versailles, zo treffend verwoord in Keynes’ prachtige boek.

Zoals gezegd is de huidige crisis vooral een politieke crisis. Politieke besluitvorming kenmerkt zich hierdoor dat een gemeenschap een beslissing neemt die bindend is voor de leden. Dat vereist dus dat de groep zich inderdaad als een gemeenschap ziet en dat de leden van de groep de bevoegdheid van de gemeenschap erkennen om bindend te beslissen. Het schort op dit moment vooral aan het tweede – heeft Europa de bevoegdheid? – met de dreiging dat dit op termijn gevolgen heeft voor het eerste – voelen we ons nog wel deel van de Europese gemeenschap?

De pijnlijke ervaring uit eerdere financiële crises is dat wij steeds te laat de les tot ons door laten dringen dat uitstel kostbaar is, wegens de politieke onhaalbaarheid van snelle besluitvorming.

Zie Zuid-Amerika in de jaren tachtig, zie Mexico, zie de Saving en Loans-crisis in de VS, zie Japan, zie Europa in de afgelopen drie jaar. Vanwege die verleiding – uitstel – ontaarden financiële crises bijna altijd in politieke crises. De enige weg daaruit is een gesprek over onderlinge solidariteit. Dat is moreel verheven – het voelt goed – maar correspondeert bovendien met ons welbegrepen eigenbelang.