De Rotterdam: bigness in glas

Sinds twintig jaar werkt architect Rem Koolhaas aan zijn ‘verticale stad’. En nu is dan, op de Kop van Zuid, ‘De Rotterdam’ opgeleverd. Groter dan groot, more is more, geen probleem.

De Rotterdam, gezien vanaf de Erasmusbrug Foto Walter Herfst

Als gebouwen heel groot worden, ontstaat er een probleem, schreef Rem Koolhaas bijna twintig jaar geleden in een geruchtmakend essay over ‘bigness’ in architectuur. Kolossale gebouwen kunnen namelijk niet worden beheerst door één architectonisch gebaar. „De ‘kunst’ van architectuur is onbruikbaar bij bigness”, schreef hij.

Ook bijna twintig jaar geleden begonnen Koolhaas en zijn Office for Metropolitan Architecture (OMA) aan het ontwerp van De Rotterdam op de Kop van Zuid in Rotterdam. Anders dan nu vaak wordt beweerd is het, met zijn 160.000 vierkante meter, niet het grootste gebouw van Nederland. Het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam (220.000 vierkante meter) is groter.

Jarenlang kwam de bouw van De Rotterdam niet van de grond en moest de Kop van Zuid het stellen zonder zijn grootste gebouw. Het is uiteindelijk toch gebouwd, nota bene in de jaren van economische crisis die de Nederlandse bouw bijzonder hard heeft getroffen.

Nu De Rotterdam bijna is voltooid, blijkt bigness helemaal geen probleem. Het aanzicht van de kolossale nieuwe Rotterdamse icoon die hoog uittorent boven die andere icoon, de Erasmusbrug, wordt bepaald door een simpel ‘architectonisch gebaar’. Drie 150 meter hoge torens met gedraaide, uitkragende bovenstukken staan op een betonnen basis van zes verdiepingen met de omvang van een voetbalveld. De torens staan zo dicht bij elkaar dat ze bijna een gigantische muur van glas vormen.

De Rotterdam staat niet alleen in het teken van bigness maar ook van de ‘cultuur van congestie’, een verschijnsel waar Koolhaas in 1978 Delirious New York over schreef, het boek dat hem beroemd maakte (zie kader). De Rotterdam is een ‘verticale stad’ oftewel een gebouw dat ruimtes omvat voor werken, wonen en recreatie. Van de 160.000 vierkante meter vloeroppervlak zijn er 60.000 bestemd voor kantoren waar zo’n 4.500 mensen kunnen werken. Een hotel met 285 kamers neemt een halve toren in beslag. In een andere toren zijn 240 appartementen ondergebracht, variërend van 65 tot 250 vierkante meter. Daarnaast zijn er in De Rotterdam ruimtes voor onder meer conferenties, fitness en op de begane grond voor een café-restaurant.

De Rotterdam is ook een ode aan de Duitse pionier van de wolkenkrabbers van staal en glas, de architect Ludwig Mies van der Rohe, een van Koolhaas’ helden. De glazen gevels van de drie torens hebben van onder tot boven verticale aluminium staven gekregen, op soortgelijke wijze als Ludwig ‘less is more’ Mies van der Rohe op zijn gebouwen, zoals het Seagram Building in New York, stalen balken liet monteren.

Achter de minimalistische Mies-gevels bevinden zich vooral ‘goedkope kantoortorens’, heeft Koolhaas zelf al gezegd over De Rotterdam. ‘Junk space’ heeft hij zulke ruimtes gedoopt in een essay over commerciële architectuur.

Toch bestaat De Rotterdam niet alleen uit rommelruimte. De publiekshal in het midden van het gebouw is bijvoorbeeld een hoge, rechthoekige ruimte met wanden die zijn bekleed met mooie, geaderde natuurstenen platen. De smalle, hoge hallen bij de liften hebben van onder tot boven een wandbekleding van messing gekregen. Maar het is waar: de meeste verdiepingen van De Rotterdam zijn ‘generieke’ – een ander woord waar Koolhaas dol op is – ruimtes met lage systeemplafonds rondom een betonnen kern met onder meer liften.

De meeste aandacht hebben de ontwerpers van De Rotterdam besteed aan de omhulling van het eenvoudige recht-toe-recht-aan-gebouw. Koolhaas heeft al laten weten dat de kolos vooral ontworpen is om vanuit de auto te worden gezien. En inderdaad, vanaf de Erasmusbrug leveren de torens in combinatie met de schuine tuien van de Erasmusbrug een dynamisch beeld op. Dan is het alsof Koolhaas’ torens rock-’n-rollen met Ben van Berkels brug.