De prijs voor het succes van Amsterdam

Broodjeszaak Panky’s stopt ermee: de huur is niet meer op te brengen. Zijn er straks nog kleine ondernemers in het Centrum?

Deepak Sookha sluit komende maand zijn broodjeszaak Panky’s aan het Rusland (Centrum). De hoge huur was niet meer op te brengen. foto olivier middendorp

Nee, Panky’s juice & java is niet the talk of the town. Nooit geweest ook. Dat is het hem juist. Drieënhalf jaar heeft eigenaar Deepak Sookha de lekkerste Surinaamse broodjes geserveerd, maar het waren er niet genoeg om zijn kosten te dekken. Volgende maand doet hij zijn zaak in de binnenstad over aan een Italiaans echtpaar.

Ja? Een zaakje gaat over de kop. Nou en? We wisten toch al dat 2012 het recordjaar was? 11.235 faillissementen in Nederland. In Amsterdam worden volgens de site faillissementsdossier.nl op dit moment 1.780 dossiers afgewikkeld. Wat maakt Panky’s dan zo speciaal?

Niks. Dat is het hem juist.

In de jaren ’80 was Deepak Sookha drummer in een Hindoestaanse band. Zijn wilde tijd. Het lekkerst was spelen voor Nederlands publiek, die gingen meteen swingen. Surinamers waren kieskeurig. „Eén foutje en de dansvloer liep leeg.” Later werd hij beveiliger. Maar al die tijd droomde hij van een eigen zaak. Dat zat in de familie.

In 2010 deden twee vrouwen hun broodjeszaak aan het Rusland van de hand. Geen slechte locatie, zou je zeggen. Aan de overkant zit het Radisson Sas hotel, waar taxi’s elk uur gasten brengen. De buurman is coffeeshop Rusland, een van de oudste van de stad. Altijd vol. Deepak Sookha wist precies hoe hij het wilde. In de ene kant van de zaak de broodjes en snacks (pom, kip piri piri of masala, kerrie-ei, samosa). Aan de andere kant zou hij een supermarktje inrichten.

Zijn voorgangers hadden het ongetwijfeld rooskleuriger voorgesteld dan het was. Maar de zomer van 2010 was heet en stralend en in één week tijd smeerde Deepak Sookha genoeg broodjes om zijn maandlasten terug te verdienen. Hoogste post daarin was de huur: 1.982 euro. Het volgende jaar steeg die naar 2.000 euro.

Hoge huren, dát is de talk of the town. Waar in de stad je ook komt, ondernemers beginnen over de huur. Niet over de crisis, niet over gebrek aan klandizie, niet over dure leveranciers, maar over de huur. Een bakker op een grauw winkelplein in Amsterdam-West kreeg begin dit jaar een huurverhoging van bijna 25 procent, van 2.100 naar 2.600 euro. Die aardige chocolademaker die dit jaar in een pijpenlaatje zijn zaakje begon, betaalt 2.500 euro per maand. Daar moet je een hoop chocolaatjes voor verkopen. Een kaasboer in de binnenstad moest vorig jaar ineens twee keer zoveel huur betalen.

Waarom? Omdat het kan. Het is de prijs voor het succes van Amsterdam. Iedereen wil hier wonen en ondernemen. Huiseigenaren kunnen in feite elke huur vragen die ze willen.

Deepak Sookha kreeg uiteindelijk de huurverlaging waar hij om had gevraagd – door tussenkomst van een klant, een jurist. Dat zit hem dwars. Waarom luisterde de huurbaas wel naar haar en al die jaren niet naar hem? Maar al hielp het eventjes, het was te laat. Hij sleept duizenden euro’s huurschuld achter zich aan.

Het meest frustrerend vindt hij dat het bedrag dus wel degelijk omlaag bleek te kunnen. Had de huisbaas dat nou meteen gedaan. Nu heeft hij het geld dat hij in zijn winkel had willen investeren, „maand na maand overgemaakt aan de huisbaas”.

Zulke ‘ingroeihuren’ passen maatschappelijke verhuurders, zoals corporaties of Stadsgoed of de NV Zeedijk, regelmatig toe wanneer ze denken dat de straat of de buurt gebaat is bij een bepaalde onderneming. Winkelstraatmanagers doen niet anders dan meedenken met goeie ondernemers. En is Panky’s dat niet?

Elke dag van elke week zet zijn moeder, 69 is ze nu, hem om half tien ’s ochtends af bij de winkel, met de gerechten die zij en zijn tante hebben gemaakt. Elke avond om tien uur haalt zijn vrouw hem weer op. Hij is in drieënhalf jaar tijd misschien een paar dagen ziek geweest. De zaak is altijd open.

De postbode zwaait even in de deuropening. „Niks voor jou vandaag”, zegt hij. „Gelukkig”, zegt Sookha. De klant die zegt dat de betaal-app niet werkt op zijn telefoon, krijgt van Sookha de papieren zak met broodjes mee. „Komt de volgende keer wel, als u hier weer in de buurt bent.”

Hij zegt: ,,Als ik de winkel straks heb weg gedaan, denk je dat het dan feest is? Dan beginnen de kopzorgen pas.”