De AIVD speelde NSA’tje op Bonaire

Inlichtingendienst AIVD bespioneerde tussen 2005 en 2010 politici op Bonaire Zij onderhandelden ondertussen over aansluiting bij Nederland Interessant voor de AIVD, maar de spionage was illegaal

Onderzoeksjournalist

Bonaire, najaar 2005. Het regenseizoen was in aantocht. Op de borrel hieven bezwete Nederlanders en Bonairianen in hemdsmouwen het glas. De Bonairiaanse politicus Ramonsito Booi (66) en zijn partijgenoot Burney El Hage (44) waren er allebei. Booi als partijleider van de regerende christen-democratische Union Patriotiko Boneriano (UPB), een zusterpartij van het CDA. El Hage als belangrijkste UPB-gedeputeerde in het bestuurscollege.

Voor iemand anders was de bijeenkomst het begin van een carrière als informant van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst AIVD. De krant sprak met hem. Omwille van zijn veiligheid blijven zijn persoonsgegevens onvermeld. „Booi werd er opgehemeld”, herinnert hij zich, „terwijl ik wist wat er achter de schermen gebeurde.”

Het contact met de AIVD kwam later tot stand. In het vliegtuig raakte de informant in gesprek met Vincent Stokman, toen plaatsvervangend vertegenwoordiger van Nederland bij de Nederlandse Antillen. De informant: „Stokman vroeg mij: zou je niet met jouw inzichten iets zinnigs willen doen? Dat wilde ik wel. Stokman regelde een afspraak met de liaison van de AIVD op Aruba. Die zorgde voor het contact met de dienst in Nederland.” Stokman bevestigt desgevraagd zijn rol: „Ik heb contact gehad met iemand die over informatie beschikte en ik heb hem in contact gebracht met de AIVD.”

De geur van corruptie hing er al lang

De belangstelling was begrijpelijk. Al twintig jaar hing de geur van corruptie rond de leiding van de UPB. Vanaf begin jaren negentig was Ramonsito Booi verwikkeld in integriteitsaffaires. Het was bekend dat hij zijn politieke macht gebruikte om zichzelf te verrijken. In 1992 oordeelde de rechtbank dat het Openbaar Ministerie Booi ten onrechte niet vervolgd had wegens aanzetten van een ambtenaar tot valsheid in geschrifte. In 2002 was hij verdachte in een corruptieonderzoek. Directeuren van wegenbouwbedrijven verklaarden dat ze hem regelmatig enveloppen met geld hadden moeten geven. Opnieuw werd Booi niet vervolgd.

In 2009 concludeerde de Algemene Rekenkamer Nederlandse Antillen dat het UPB-college bij het verdelen van erfpachtgronden de schijn van vriendjespolitiek en belangenverstrengeling wekte, en handelde „in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur”.

De interesse van de AIVD in Bonaire werd gewekt toen in 2004 in een referendum 59,5 procent van de eilandbevolking zich had uitgesproken vóór het opheffen van de Antillen en vóór een directe band met Nederland.

Juist Booi en El Hage speelden in de jaren daarna een hoofdrol in het staatkundig proces dat van Bonaire een bijzondere gemeente van Nederland zou maken.

Die herindeling was nodig. Het land de Nederlandse Antillen was sinds de oprichting in 1954 geen groot succes. Aruba ging in 1986 als zelfstandig land verder, Curaçao en Sint Maarten vroegen ook om zelfbestuur en Bonaire was al jaren de dominante rol van buurland Curaçao beu. Booi en El Hage waren voorstander van een directe band van Bonaire met Nederland en ze hadden het politiek voor het zeggen.

Booi en El Hage misbruikten macht

In de jaren die volgden op de borrel in 2005, rapporteerde de informant aan de AIVD gedetailleerd over transacties en vastgoeddeals waarbij Booi en El Hage betrokken waren. Hij vertelde hoe Booi, El Hage en anderen achter de schermen bezig waren met het opzetten van constructies om belastingen te ontduiken. „Ik legde mijn oor te luister, verzamelde informatie en de AIVD absorbeerde het.”

E-mailverkeer toont dat de informant inderdaad rapporteerde over Booi en El Hage. „Ik kreeg vragen die heel specifiek waren. Dat ging steeds verder. Op een gegeven moment waren ze zo geïnteresseerd in Booi dat ze vroegen of ik afluisterapparatuur wilde plaatsen op zijn veranda. Daar voerde Booi vertrouwelijke gesprekken. Ik heb daarvoor bedankt. Te veel risico.”

De ontmoetingen met de AIVD-agent vonden meestal plaats in hotels op Curaçao. „Hij vertelde mij dat de AIVD zeven informanten had op eiland. Ik heb nooit iets over hun functies gehoord. Dat werd mij niet verteld zodat ik zelf niet gecompromitteerd kon worden.”

De informant was blij dat de AIVD een reikende hand bood, zegt hij. „Ik was eerder zelf al bij het Openbaar Ministerie geweest met informatie over die politici. Ik vond er geen gehoor. Daar hadden ze geen prioriteit voor, zeiden ze.”

Wat deed de AIVD met de gegevens? Ogenschijnlijk weinig, volgens de informant. „Ik vroeg mij af, na jaren info te hebben verschaft, of het wel nut had. Er veranderde immers niets, terwijl de geruchten op het eiland over machtsmisbruik van de bestuurders sterker werden. Mijn AIVD-contact bleef zeggen dat ik belangrijke informatie gaf. Er zit maar één persoon tussen jou en Bijleveld, kreeg ik te horen.” Ank Bijleveld was als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) van 2007 tot 2010 verantwoordelijk voor het onderhandelingsproces over de nauwere band van Bonaire, Saba en Sint Eustatius met Nederland.

Bijleveld geeft geen commentaar, maar bronnen rond BZK melden dat de top van het ministerie vanaf 2005 door de AIVD geïnformeerd werd over Booi en El Hage. Die berichten kwamen erop neer dat beiden bezig waren met malafide praktijken en hun functies misbruikten. De situatie was volgens de bronnen „problematisch”. Terwijl de zorgen over de integriteit van eilandbestuurders toenamen, gingen de onderhandelingen over de integratie van Bonaire in Nederland door, met Booi en El Hage.

Er was weinig keus. De UPB had het politiek voor het zeggen op het eiland. De andere grote politieke partij, de sociaal-democraten van Jopie Abraham, stond veel kritischer tegenover Nederland dan de UPB. Tegelijk had Nederland er belang bij dat er op het eiland een stabiele overheid en een integer bestuur was.

Akkoord gesloten, informant klaar

In 2005 begon minister Alexander Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, D66) aan het overleg met de Antillen over de staatkundige veranderingen. Zijn opvolger Atzo Nicolaï (VVD) maakte in 2006 bekend dat Bonaire, Saba en Sint Eustatius bijzondere Nederlandse gemeenten zouden worden.

Twee jaar later bereikte staatssecretaris Ank Bijleveld in Willemstad een definitief akkoord over de sanering van de Antilliaanse staatsschuld, en over het financieel beheer en toezicht op de rechtshandhaving na ontbinding van de Nederlandse Antillen.

Vlak na het akkoord kwam voor de informant een einde aan zijn werk voor de AIVD. „Ik kreeg toen plots een debriefing in Capelle aan den IJssel. Ze hadden voor mij een kamer gehuurd in het Van der Valk-hotel. Toen ik op de kamer was, ben ik gebeld op mijn mobiele telefoon. Ik moest de batterij uit mijn gsm halen en naar de tegenoverliggende kamer komen. Daar zat mijn contactpersoon en een collega. Ze zeiden dat mijn positie was uitgelekt. Ik kreeg de vluchtkosten contant terugbetaald, alsmede twee dagen hotel. Ze zeiden: ga verder, maar even geen contact. Wij nemen vanzelf wel weer contact op. Daarna hebben ze Skype-verzoeken en e-mails niet meer beantwoord.”

Nu begint eindelijk de rechtszaak

Ná het akkoord van Willemstad, eind 2008, was de tijd blijkbaar rijp voor ingrijpen van het Openbaar Ministerie. Op 8 september 2009 deden vanuit Nederland ingevlogen rijksrechercheurs huiszoekingen bij Booi en El Hage.

Het duo staat aanstaande maandag voor de rechter op Bonaire. In het strafdossier wordt niet gesproken over het inlichtingenwerk van de AIVD. Aanleiding voor de huiszoekingen zou een ander strafrechtelijk onderzoek zijn, naar het witwassen van crimineel geld.

Booi en El Hage worden verdacht van corruptie, witwassen, oplichting en valsheid in geschrifte. Ook de vrouw van El Hage is verdachte. Het dossier schetst een zorgwekkend beeld. Booi zou met zijn rechterhand El Hage Bonaire zeker tien jaar in zijn greep hebben gehouden. Ze zouden zich verrijkt hebben en zich hebben laten omkopen in ruil voor het verstrekken van vergunningen, gronden of opdrachten. Dat gebeurde met de hulp van ambtenaren die op hun beurt voordeeltjes kregen.

Met al het smeergeld dat Booi in zijn zak gestopt zou hebben, zou hij zijn miljoenenschuld bij twee banken, die hij tien jaar geleden nog had, hebben afgelost. De rest van het geld verdween naar het buitenland, vermoedt het Openbaar Ministerie. In het strafdossier staat dat er „concrete aanwijzingen” zijn dat Booi, gebruikmakend van een diplomatiek paspoort, contant geld heeft ondergebracht in het buitenland.

Volgens Booi en El Hage, die verdedigd worden door advocaat Gert-Jan Knoops, klopt er weinig van de verwijten van het OM. El Hage: „Ik heb nooit iets aangenomen. De integriteit in het openbaar bestuur heeft zich de afgelopen twintig jaar juist goed ontwikkeld. Het bestuur is op een hoger niveau. Ik heb laten zien dat ik op de juiste manier kan besturen. Ik heb niets te verbergen. En voor de rest: laat God maar beslissen.”

Booi: „Het OM heeft mij vier jaar doorgelicht en niets gevonden. Ik denk dat er in de hele Antillen of Nederland nog nooit een politiek leider zo grondig is bekeken. Na de huiszoekingen in 2009 heb ik eerst twee maanden op mijn veranda gehuild. In november begon het te regenen, daarna ben ik weer in de politiek gegaan. Ach, al die verhalen die de ronde doen. Ik zou ‘Koning van Bonaire’ zijn. Men zocht naar de stoute dingen, maar ik denk dat ik niets gedaan heb dat het daglicht niet kan verdragen.”