Amerika herdenkt JFK, een ooggetuige vertelt

De plek in Elm Street waar president Kennedy werd vermoord. Foto AP / LM Otero

Vijftig jaar geleden werd de Amerikaanse president John F. Kennedy in Dallas vermoord. Verslaggever Hugh Aynesworth was, voor zover bekend, de enige die zowel de moord op Kennedy als die op Kennedy’s moordenaar zag gebeuren. Hij schreef er acht boeken over. “Sinds 22 november 1963 ben ik met niets anders dan Kennedy bezig geweest.”

Door onze correspondent
Guus Valk

Hugh Aynesworth (82): “De hele stad was door het dolle heen. President John F. Kennedy en zijn vrouw Jacqueline waren in Dallas. Maar ik voelde me ellendig. Nutteloos. Ik was 32 jaar, een gedreven verslaggever van The Dallas Morning News, maar ik had niets te doen op 22 november 1963. Ik schreef over ruimtevaart, de politieke redactie volgde het bezoek van Kennedy. Het werd gezien als het begin van zijn campagne voor een herverkiezing in 1964.”

‘Gezocht voor verraad’

JFK

“Kennedy was moedig. Texas was radicaal anti-Democratisch, en Dallas was het hol van de leeuw. De sfeer was giftig. Kennedy was een communist, en als katholiek nog de antichrist ook. Mijn krant voerde al maanden campagne tegen Kennedy. Op de ochtend van Kennedy’s bezoek plaatste de krant een paginagrote, sarcastische advertentie, betaald door bevriende industriëlen: ‘Welkom in Dallas, Mr. Kennedy. De stad die uw filosofie afwees in 1960, en dat met nog heviger zal doen in 1964.’ In de stad kreeg ik een flyer in handen gedrukt. Ik zag het hoofd van Kennedy, en daaronder de tekst: ‘Gezocht voor verraad’. Het stoorde mij, als apolitieke verslaggever, dat Dallas zo vijandig was.

‘Wat me die dag op straat het meest opviel, was de ontspannen sfeer.”

Ik dronk koffie in de kantine van de krant en besloot buiten toch maar naar de president te gaan kijken. Er was verder toch niks te doen en het was lekker weer. Ik wandelde naar de hoek van Houston Street en Elm Street. Ik ging bij een paar advocaten staan die ik kende via mijn werk. We hadden ondanks de drukte een goede plek uitgezocht. Je kon de colonne de hoek zien omgaan naar Elm Street.

John F. Kennedy en zijn vrouw Jacqueline vlak voor de schietpartij. Foto AFP

Wat me die dag op straat het meest opviel, was de ontspannen sfeer. Ik hield rekening met demonstraties, of schreeuwers. Er gebeurde niets. Iedereen was vrolijk. Toen ik op Kennedy stond te wachten, hoorde ik de mensen voor me grapjes maken. Ze imiteerden Kennedy’s Boston-accent. ‘Hahhvahhd’, in plaats van ‘Harvard’. Toen de presidentiële auto aan kwam rijden, jubelde een zwarte vrouw voor me: ‘Kijk! Jackie heeft dezelfde kleur jurk als ik!’

‘Pop!’ Ik dacht dat het een knetterende politiemotor was. Even later weer: ‘Pop! Pop!’”

“Kennedy zwaaide, en Jackie ook. De auto reed vrij langzaam, en ging sloom de hoek om. Ik raakte even afgeleid, en hoorde toen een hard geluid. Iets als ‘Pop!’ Ik dacht dat het een knetterende politiemotor was. Even later weer: ‘Pop! Pop!’ Drie knallen. Ik zag de auto in vliegende vaart wegscheuren. Opeens was er paniek. Mensen zochten dekking, ik hoorde sirenes. Er werd gehuild en geschreeuwd. Aan de overkant van de straat stond een man. Minutenlang wees hij naar een verdieping van de Texas School Book Depository. Dat was Howard Brennan, een later cruciale getuige voor de commissie-Warren [de commissie die onderzoek deed naar de moord, red.]. Brennan had iemand zien schieten vanaf de zesde verdieping. Hij bleef maar naar boven wijzen, alsof hij versteend was.”

Lee Harvey Oswald

“Ik volgde mijn instinct als journalist. Ik vroeg een potlood van een kind en ben naast een politieauto gaan staan, zodat ik de radiocommunicatie kon volgen. Drie kwartier na de moord hoorde ik dat een politieman was doodgeschoten, J.D. Tippit. Ik volgde de politie en kwam aan bij een gebouw waar de moordenaar zich verschanst zou hebben. Toen hij daar niet gevonden werd, kregen ze de melding dat hij de bioscoop Texas Theatre was binnengegaan. Ik rende er heen. Ik liep de donkere bioscoopzaal binnen, waar agenten rij na rij zochten naar de moordenaar van Kennedy. Er zaten mensen in de zaal, er draaide net een film: War is Hell. Daar zag ik Lee Harvey Oswald voor het eerst. Na zijn arrestatie, waarbij hij vergeefs geprobeerd had een agent neer te schieten, riep hij uit: “Ik protesteer tegen deze brutaliteit van de politie!”

Een politiefoto van Lee Harvey Oswald, na zijn arrestatie. Foto Reuters / Dallas Police Department

“Ik ben me in Lee Harvey Oswald gaan verdiepen. Ik sprak zijn vrouw en heb zo vaak met zijn broer Robert gepraat dat we vrienden zijn geworden. Robert is er altijd van overtuigd geweest dat zijn broer de enige dader was. Door gesprekken met hem en met de weduwe van Lee, Marina, heb ik een goed beeld van zijn karakter gekregen. Zij vertelde me later dat Oswald zeven maanden eerder van plan was om Richard Nixon te vermoorden. Zij heeft dat uit zijn hoofd gepraat.”

“Als hij nu had geleefd, had hij meegedaan aan een realityshow op televisie. Hij wilde in de spotlights staan.”

“Lee Harvey Oswald was zijn leven lang op zoek naar aandacht. Als marinier las hij Russische lectuur. In het midden van de Koude Oorlog, toen ‘commie’ een erger scheldwoord was dan ‘son of a bitch’, reisde hij naar de Sovjet-Unie. Hij werd hier voortdurend belachelijk gemaakt en verloor baantjes altijd na korte tijd. Hij heeft nooit meer dan anderhalve dollar per uur verdiend. Als hij nu had geleefd, had hij meegedaan aan een realityshow op televisie. Hij wilde in de spotlights staan.”

Jack Ruby

JFK

“Ik kende Jack Ruby goed. Hij kwam uit Chicago en bezat twee smoezelige nachtclubs in Dallas. Ik kwam er af en toe, zeker in de tijd dat ik nog vrijgezel was. Ruby mocht ik niet. Het was een showoff, een ijdele praatjesmaker. Ruby was ongetrouwd, ik heb altijd vermoed dat hij homoseksueel was. Er waren altijd knokpartijen in zijn clubs, hij ging om met zware criminelen. Ik zag hem een keer in zijn nachtclub iemand van de trap gooien. Een andere keer stak hij iemand met een gebroken whiskeyfles.”

“Op de ochtend van de moord op Kennedy dronken we nog samen koffie. Hij kwam vaak op de krant, omdat hij publiciteit wilde. Hij had wel wat van Oswald, denk ik achteraf.

“Misschien wilde hij een held zijn, misschien was hij de dwaas die hij altijd was .”

Tragische mannen die hun banale levens wilden overstijgen. Ruby vertelde aan iedereen dat hij razend was op Oswald.”

“Ik wist dat Oswald op zondag, twee dagen na de moord, van zijn politiecel naar de gevangenis zou worden gebracht. Mijn vrouw zei: ga daar nou naartoe. Ik stond in een grote groep journalisten toen Oswald, geëscorteerd door twee agenten, naar buiten liep. Opeens liep een man met een hoed op naar voren en ik hoorde het geluid van twee dagen eerder weer: ‘Pop!’ Jack Ruby, de pocher, de bluffer, had Oswald vermoord.”

Foto AP / Dallas Times-Herald

“Misschien wilde hij een held zijn, misschien was hij de dwaas die hij altijd was. Ik heb vaak gelezen dat Ruby deel uitmaakte van een groot complot. Iedereen die Ruby kent, weet dat dat idioot is. Als hij bij een samenzwering betrokken zou worden, zou hij dat op de hoek van de straat aan iedereen vertellen.”

“Ik heb Ruby nog geholpen. Hij kreeg de doodstraf wegens moord, maar ik kwam erachter dat een belastende verklaring van een agent over Ruby vals was. Dat leidde ertoe dat er een nieuw proces moest komen, dat Ruby overigens nooit meer meemaakte. Hij stierf begin 1967 aan kanker. Ik ging als journalist naar zijn begrafenis, maar de familie wilde dat ik de kist mee zou dragen. Dat heb ik geweigerd, omdat ik de man haatte.”

Amerika na de moord

“Meteen na de moord wemelde het in Dallas van de complottheorieën, die landelijk werden opgepikt. Dat komt deels door de politie en collega-journalisten, die onzorgvuldig gecheckte berichten de wereld instuurden. Er gingen al meteen verhalen over een tweede schutter. Die heeft zelfs sommige kranten gehaald. Toen dat weer werd ingetrokken, werd er voeding gegeven aan complotdenkers. Deze dag, 22 november 1963, heeft Amerika veranderd. Vanaf dat moment is een cultuur van diep wantrouwen tegen de overheid ontstaan. De moord op Kennedy heeft dat wantrouwen mainstream gemaakt. Sommige mensen zeggen dat de aanslagen van 11 september 2001 niet eens echt hebben plaatsgevonden. Of dat de maanlanding nep was. Ik word nog altijd gebeld door privéspeurders. Soms staat er iemand hier bij mij thuis op de stoep, met weer een theorie.”

“Deze dag, 22 november 1963, heeft Amerika veranderd.”

“De dood van Kennedy heeft ook iets positiefs in gang gezet: de burgerrechtenbeweging is sneller opgekomen. Wat Kennedy niet gedaan kreeg, lukte [zijn opvolger] Lyndon B. Johnson wel. Hij organiseerde brede steun, in beide partijen, voor de emancipatie van Afro-Amerikanen. Hij was misschien niet zo charismatisch als Kennedy, maar heeft wel de opkomst van Martin Luther King mogelijk gemaakt.”

“Johnson was een Texaan, hij had onder conservatieve zuiderlingen het gezag dat Kennedy nooit had. Ik kende Johnson goed. Omdat hij altijd bang was dat hij door Kennedy gedumpt zou worden als vicepresident, hield hij de banden met de pers in zijn thuisstaat Texas warm. Na de Cubacrisis van 1962 werd ik met een collega bij hem thuis ontboden. Johnson lag al op bed toen we aanbelden, en hij riep ons boven. Er was maar één stoel in de slaapkamer, zodat ik naast Johnson in bed terechtkwam.”

“Sinds 22 november 1963 ben ik met niets anders dan Kennedy bezig geweest. Zolang ik schreef en onderzocht, had ik geen tijd voor emoties. Toch merk ik steeds vaker dat de moord me wel heeft geraakt. Ik ben nu 82. Ik merk dat ik kleine dingen vergeet. Maar van die dag weet ik alles nog precies. Ik heb het in mijn hoofd opgeslagen als een film. Alsof ik mezelf, door alles kil te registreren, heb willen beschermen tegen de gruwelen die ik vijftig jaar geleden zag.”

Hugh Aynesworth op Dealey Plaza. Foto AFP / Brendan Smialowski

Hugh Aynesworth (1931) is voor zover bekend de enige die zowel de moord op Kennedy als de moord op Oswald zag. Hij werd journalist voor verschillende regionale kranten in 1948 en werkte sinds 1960 als ruimtevaartverslaggever voor The Dallas Morning News.

Na de moord op Kennedy richtte hij zich jarenlang volledig hierop. In 1967 promoveerde Aynesworth naar Newsweek. Daarna werkte hij voor CBS, The Washington Times en The Dallas Times Herald. Deze maand verscheen zijn achtste boek over de moord: Witness to History (Brown Books). Zijn berichtgeving over de moord leverde hem zes nominaties op voor een Pulitzerprijs.