Zetel Straatsburg kost Europa tussen 170 en 200 miljoen’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Illustratie Martien ter VeeN

De aanleiding

Elke maand maken 766 Europarlementariërs de reis: van Europahoofdstad Brussel naar de Franse dependance in Straatsburg. Met tal van ambtenaren, assistenten en vertalers in hun kielzog. Het doel? In een simultaan parlement 430 kilometer verderop stemmen over datgene waar ze in Brussel al over vergaderden.

Al jaren wekt de maandelijkse Europakaravaan irritatie. Een verspilling van tijd en geld, vinden critici. Maar nu komt er misschien een einde aan: het Europees Parlement nam gisteren een resolutie aan waarin staat dat het zijn vergaderlocatie zelf mag kiezen. En dat is dan niet meer Straatsburg, als het aan de Europarlementariërs ligt.

Of ze ook hun zin krijgen, is onzeker. Daarvoor is een verdragswijziging nodig die alle lidstaten moeten goedkeuren. Een Frans non is genoeg om het hele plan te dwarsbomen.

Wat het heen-en-weergereis naar Straatsburg kost beschreef het Algemeen Dagblad dinsdag: „tussen de 170 en 200 miljoen euro per jaar”. Ook op diverse nieuwssites duikt deze raming op. Een hoop geld, dat volgens het Europees Parlement zelf dus ook wel beter besteed kan worden.

En, klopt het?

Eerst even de achtergrond van het afschaffen van de maandelijkse logistieke operatie. Het voorstel om het reizende vergadercircus af te schaffen komt van Europarlementariërs Ashley Fox, een Britse conservatief, en Gerald Häfner, een Duitse Groene. Ze zijn er klaar mee zich steeds te moeten verdedigen voor iets waar ze zelf niks aan kunnen doen.

De twee schreven een ontwerpresolutie over „de zetelplaats van de instellingen van de Europese Unie”. Daarin stellen ze een verdragsaanpassing waardoor het Europees Parlement zelf mag bepalen waar het vergadert.

Het AD noemt de tekst van Europarlementariërs Fox en Häfner als bron voor het bedrag tussen de 170 en 200 miljoen euro. Dat document is vindbaar op de website van het Europees Parlement. (Een zoektocht die nrc.next niet alleen afkon – we riepen de hulp in van een woordvoerder die wél goed de weg kon vinden in het online oerwoud van resoluties, verslagen en notulen.)

Fox en Häfner hebben het inderdaad over geld. „De bijkomende kosten van de geografische spreiding van de werkplaatsen van het Europees Parlement worden behoedzaam geraamd tussen 169 en 204 miljoen euro”, schrijven ze. Met ‘bijkomende kosten’ wordt het heen en weer reizen van mensen en spullen bedoeld, zegt een woordvoerder van het Europarlement. Het AD heeft de bedragen logischerwijs afgerond naar 170 en 200 miljoen euro.

Maar die raming gaat dus over „geografische spreiding”. Straatsburg wordt niet expliciet genoemd. Hoe zit dat dan precies?

De woordvoerder van het Europees Parlement wijst erop dat er ook een zetel in Luxemburg is. Daar is het administratief centrum gevestigd. Het Europees Parlement is dus verspreid over drie plekken: Brussel, Straatsburg én Luxemburg.

Het bedrag tussen de 169 en 204 euro zijn de bijkomende kosten van de geografische spreiding in zijn geheel. De bijkomende kosten van de zetel in Straatsburg alléén worden geschat op 156 miljoen euro per jaar, zo valt te lezen in een voetnoot in de tekst van Fox en Häfner. Dat bedrag is opgebouwd uit 103 miljoen euro aan basiskosten, aangevuld met extra kosten voor de afschrijving van gebouwen en voor ongebruikte kantoorruimte.

De schatting van 156 miljoen is gemaakt door de secretaris-generaal van het Europees Parlement deze zomer. Nu is 156 miljoen euro nog steeds een hoop geld – de moeite van het besparen waard. Maar wel net iets minder dan het bedrag van ten minste 170 miljoen euro dat het AD en andere media als minimum noemen.

Conclusie

De maandelijkse terugkerende verhuizing van het Europees Parlement van Brussel naar Straatsburg kost tussen de 170 en 200 miljoen euro per jaar, schreef het Algemeen Dagblad dinsdag.

Het Europees Parlement zelf wil graag van het heen en weer reizen af: het is een hoop gedoe en duur bovendien. De Europarlementariërs namen daarom gisteren een resolutie aan waarin staat dat ze zelf hun vergaderlocatie mogen kiezen. In de tekst van die resolutie staat ook wat het kost om op verschillende locaties te vergaderen. De „bijkomende kosten” van de zetel in Straatsburg bedragen jaarlijks 156 miljoen euro, zo valt te lezen.

Dat is minder dan de raming van 170 en 200 miljoen euro die het AD noemt en ook in andere nieuwsmedia opduikt. We beoordelen de stelling daarom als onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je graag gecheckt zou willen zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt