Werken? Daar hebben we toch de buitenlanders voor?

Veel jongeren in Saoedi-Arabië zijn werkloos Dus moeten bedrijven nu verplicht Saoediërs aantrekken De werkgevers zeggen: ze werken niet hard genoeg en hebben geen discipline

Een buitenlandse bouwvakker sloopt een muur in Riyad, de hoofdstad van Saoedi-Arabië. Miljoenen arbeiders uit landen als Pakistan, India en de Filippijnen komen jaarlijks naar het land om te werken. Foto Hollandse Hoogte

‘Wij zijn lui”, verklaart een tweeëntwintigjarige student Engels in Jeddah als het probleem van de enorme jeugdwerkloosheid ter sprake komt. „We laten buitenlanders het werk doen dat we zelf niet willen doen.”

Drie politicologiestudenten van de Koning Saud Universiteit in Riad zeggen in koor: „Er is iets mis met ons arbeidsethos. Dat leidt tot vrijwillige werkloosheid.”

Er is een langzaam groeiend besef dat Saoediërs ook zelf maar eens de handen uit de mouwen moeten steken, letterlijk. Weliswaar nog slechts mondjesmaat, maar steeds meer tref je Saoedische mannen aan op plaatsen waar je ze vijf of tien jaar geleden niet zag: als taxichauffeur, hotelreceptionist, caissière, bankemployé, in telefoonwinkels van Mobily of latte serverend bij Starbucks.

Ook vrouwen worden steeds zichtbaarder op de werkvloer. Tussen de gouden bh’s en roze slipjes in de lingeriewinkels staan tegenwoordig Saoedische verkoopsters, zij het geheel gehuld in abaya en met gezichtssluier.

Of er ook sprake is van een echte kentering is de vraag. Gezien de werkloosheidscijfers is de noodzaak daartoe onverminderd groot. Dat bedroeg officieel over 2012 10,9 procent, maar het reële cijfer ligt wellicht eerder in de buurt van 27 procent.

Alarmerender is het feit dat het overgrote deel van de werkzoekenden tussen de 20 en 29 jaar is. Van de jongeren tussen de 20 en 24 jaar is bijna 40 procent werkloos. Een onevenredig groot deel van hen is vrouw: van de jonge werkzoekenden onder hen kan gemiddeld de helft geen baan vinden. De arbeidsparticipatie van vrouwen behoort tot de laagste in het Midden-Oosten: slechts 12 procent van alle werkenden.

Elk jaar leveren de universiteiten tussen de 250.000 en 300.000 studenten af (ongeveer evenveel mannen als vrouwen) die een baan zoeken maar die steeds minder vaak kunnen vinden. Ook niet of nauwelijks nog in de reeds overbevolkte publieke sector waar negen van de tien werkende Saoediërs terecht zijn gekomen. Het particuliere bedrijfsleven, waar op iedere Saoediër negen buitenlanders werken, zit niet te wachten op deze niet of nauwelijks gekwalificeerde werknemers.

Overheid stelt Saoediërs-quotum in

Van de houders van universitaire diploma’s studeerden verreweg de meeste af in ‘zachte’ vakken als religiestudies, sociologie en islamitische geschiedenis. Zij gaan totaal onvoorbereid de arbeidsmarkt op. Volgens Abdullah Dahlan, die een beroepsopleiding runt in Jeddah, „studeert 82 procent van de universitaire studenten af in studierichtingen die niets met de economie te maken hebben”.

Op Twitter is het een veelbesproken onderwerp. Zo merkte @essamz op: ‘Als er enorme aantallen studenten afstuderen in literaire en religieuze disciplines, wie bouwt er dan aan de economie?’ Kortom, veel Saoediërs zijn niet gekwalificeerd voor banen die ze willen en weigeren de banen waarvoor ze wel gekwalificeerd zijn.

De Arabische opstanden hebben de overheid bewust gemaakt van deze tikkende tijdbom. Na een aantal mislukte pogingen wordt het probleem nu serieuzer aangepakt en het land is in rep en roer over de meer recente initiatieven.

Het meest geruchtmakende programma heet Nitaqat (Zones), en werd gelanceerd in 2011. Het bestaat uit een ingewikkeld stelsel van labels (‘blauw’ of ‘premium’, ‘groen’, ‘geel’ en ‘rood’) die bedrijven in de private sector toegewezen krijgen al naar gelang het quotum Saoedische arbeidskrachten dat ze geacht worden op te nemen. Het doel is om het aantal Saoediërs van 10 naar gemiddeld 36 procent op te krikken, afhankelijk van de categorie waarin een bedrijf valt. Voor banken met meer dan 500 werknemers bijvoorbeeld is dat 49 procent. Voor andere bedrijven, zoals lingeriewinkels, is 100 procent saoedisatie verplicht. Wie meer buitenlanders in dienst houdt, moet een boete betalen.

De invoering van het Nitaqat-programma gaat niet van een leien dakje. Ophef is er vooral in kringen van het bedrijfsleven, waar men zich ernstig beperkt voelt in het aantrekken van geschikte arbeidskrachten. „Waarom zou ik moeten boeten voor het falende onderwijssysteem?”, vraagt een Saoedische ondernemer

In het voorjaar van 2013 brak er in sommige sectoren van het bedrijfsleven paniek uit omdat veel buitenlanders, al dan niet legaal of via de juiste sponsor in dienst, bang waren opgepakt te worden en daarom thuisbleven. Eind maart bleef in Riad driekwart van de kleine telefoonwinkels dicht en in Jeddah raakten de havenactiviteiten verlamd omdat acht van de tien arbeiders niet naar hun werk gingen.

De kranten spraken over de „aanstaande exodus van twee tot drie miljoen illegale arbeiders”, wat voor de doorgaans niet zo empathisch ingestelde groot-mufti Abdel-Aziz Al al-Sheikh aanleiding was op te roepen tot „mildheid en vriendelijkheid tegenover buitenlandse arbeiders”. Eind september berichte het ministerie van Arbeid dat in de voorafgaande maanden al 800.000 illegale buitenlandse arbeiders het land uitgezet waren.

Het ministerie zag zich gedwongen een tijdelijke versoepeling van de afgekondigde maatregelen in te stellen (tot begin deze maand). Tegelijkertijd liet minister Adel al-Fakeih weten dat inmiddels het percentage Saoedische arbeiders in de private sector van 10 naar 13 procent was gestegen. Bijzondere vermelding verdient het bericht, volgens de minister, dat in vergelijking met de periode vóór het Nitaqat-programma nu drie keer zoveel vrouwen in de private sector werkzaam zijn: 180.000.

Levert het ook wat op?

Het valt nog te bezien of het saoedisatieprogramma voldoende banen zal opleveren om de jeugdwerkloosheid enigszins in te tomen. Het hangt af van een cocktail van factoren die, ook op langere termijn, tot scepsis maant: hoge geboortecijfers, een falend onderwijssysteem, de aversie tegen handen- of huishoudelijke arbeid, het maar langzaam slijtende taboe op vrouwenarbeid en een rigide, kapitaalintensieve economie.

Op de korte termijn is de private sector zelf wellicht nog het grootste struikelblok. Veel bedrijven zouden het loodje leggen als ze in grote aantallen duurdere Saoediërs in dienst zouden moeten nemen. Zij spannen zich dan ook tot het uiterste in om de al te draconische maatregelen te omzeilen. Een zakenman in Al-Khobar bekent: „Ik moet wel illegalen in dienst nemen, omdat ik anders de concurrentie met de grote bedrijven niet aankan. ”

Een van de meest gebruikte trucs is ‘spookwerknemers’ op de loonlijst zetten: het bedrijf neemt een bepaald aantal Saoediërs (volgens het Nitaqat-quotum) in dienst en betaalt ze een salaris om thuis te blijven. Een werknemer van Rolex in Jeddah: „Ons bedrijf zet regelmatig Saoedische vrouwen op de loonlijst en vraagt ze om vooral níét naar het werk te komen. Mijn baas heeft in het algemeen het liefst zo weinig mogelijk Saoediërs op de werkvloer: ze werken niet hard genoeg en ze hebben geen discipline.” Op die manier komt het bedrijf toch in de ‘groene’ of zelfs ‘premium’-zone van het Nitaqat-programma terecht en heeft het alle voordelen van dien – onder andere de ruimte om nog steeds buitenlandse arbeidskrachten aan te trekken. Economen gaan er dan ook van uit dat er grote aantallen buitenlandse arbeidskrachten actief zullen blijven in het koninkrijk.