Wat Timmermans wil, kan allang

De dadendrang van de Europese Commissie kan al worden beteugeld, vinden Paula Sastrowijoto en Alfred van Staden

Alfred van Staden

In het debat over meer, minder of een ander Europa dat met de Europese verkiezingen in zicht oplaait, stelt minister Timmermans via een stuk in de Financial Times de Europese Commissie ter discussie. Daarmee suggereert hij dat het probleem van de bestuurbaarheid van de Unie bij uitstek bij deze instelling ligt. Dit getuigt van een eenzijdige blik.

Volgens Timmermans moet de Commissie kleiner worden. De Europese Commissie vraagt inderdaad om hervorming van de werkwijze en samenstelling van het instituut, maar Timmermans gaat voorbij aan de rol van de Europese Raad en de nationale overheden. Een veel gehoord verwijt is dat de Commissie te veel wetgeving produceert, met te veel details. Maar wat is daar vanuit de hoofdsteden tegen gedaan?

De Europese Raad, waarin de regeringen zijn vertegenwoordigd, geeft toch richting aan de Commissie. Niet alleen door de Commissievoorzitter voor te dragen maar ook ten aanzien van beleid. Dat is zo vastgelegd in het verdrag van Lissabon.

De werkelijkheid is weerbarstiger. Europese Raad bijeenkomsten van de regeringsleiders verzanden vaak in detaildiscussies over de tekst van de eindverklaring, een werkwijze waarover de minister zelf klaagt in de Tweede Kamer. Beleidskeuzes worden vaak niet gemaakt. De migratieproblemen in het Middellandse zeegebied bijvoorbeeld zijn niet van de laatste maanden maar vragen al lang om actie.

Timmermans bepleit een European Governance Manifesto, te sluiten tussen de Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement, waarin moet worden vastgelegd wat de Unie gezamenlijk doet en wat de Unie aan de lidstaten overlaat. Een aardige suggestie als er niet al een procedure voor bestond. Tot op heden wordt de wetgevingsagenda teveel bepaald door Commissie en Europees Parlement samen. Sommigen verwijten de Commissie ook aan de leiband van het Europees Parlement te lopen. Waarom heeft de Raad verzuimd hier meer grip op te krijgen en heeft hij zich niet aangesloten bij het interinstitutioneel akkoord tussen Commissie en Parlement van 2009? De wetgevingsagenda van de instellingen is al vastgelegd en daar hadden de nationale regeringen in de Raad het activisme van de Commissie kunnen beteugelen.

Los van manifesten en akkoorden moeten lidstaten ook de hand in eigen boezem steken. De gedetailleerde invulling van richtlijnen uit Brussel door de lidstaten, de zogenoemde ‘goldplating’, (bijvoorbeeld op terrein van milieu en drinkwater) is nog steeds een bezigheid waarvan je je kunt afvragen of die productief is en de uitvoering van regels vergemakkelijkt.

Verkleining van de Commissie kan de bestuursdrang misschien intomen, maar bij de lidstaten zelf ligt ook een verantwoordelijkheid om EU-regels hanteerbaar te houden. De Commissie heeft overigens ook zelf veel gedaan om de wetgeving te versimpelen en te verminderen. Sinds 2005 zijn in het kader van een permanente stofkam operatie (het Refit initiatief) 5.590 wetten ingetrokken. Hieraan wordt in het debat vaak voorbij gegaan.

Nationale parlementen moeten de rode kaart kunnen trekken als de Commissie te bemoeizuchtig dreigt te worden en een voorstel op een lager niveau behandeld kan worden , zegt Timmermans. Een rode kaart zal de Commissie verplichten tot intrekking van het wetsvoorstel. Dat gebeurt al. De twee keer dat de gele kaart is getrokken – de Commissie is dan verplicht het voorstel te heroverwegen – heeft in één geval (inperking van het stakingsrecht) geleid tot terugtrekking van het voorstel. Op de tweede gele kaart – invoering van een Europees Openbaar ministerie – heeft de Commissie nog niet gereageerd.

We kunnen beter die gele kaartprocedure verbeteren. Acht weken is te kort om een alliantie van nationale parlementen te smeden. Parlementen kunnen het recht van initiatief krijgen. Timmermans zelf wil nationale parlementen het recht geven om eurocommissarissen te ontbieden.

Timmermans tilt de discussie over de EU terecht naar een internationaal platform, maar het is naïef te denken dat enkel een Manifest, een verkleinde Europese Commissie en een rode kaart de oplossingen zijn voor meer slagkracht en gerichtheid in de 21ste eeuw. De Europese Raad, moet de rol nemen die het in het verdrag van Lissabon heeft gekregen: het aansturen van een effectieve, kleinere Europese commissie, die gehouden kan worden aan een wetgevingsprogramma waar alle drie de instellingen het over eens zijn en waar de nationale parlementen invloed op kunnen uitoefenen.