Soepeler, maar niet genoeg om halfvolle zaal te bekoren

Stijve harken: zie maar eens van het imago af te komen. Sinds de doorbraak in 2008 geldt de muziek van de New Yorkse band Vampire Weekend als bestudeerd en tot in de puntjes verzorgd, met net genoeg elektronica en dwarse ritmes voor een experimenteel randje aan hun degelijke popsongs. Zanger Ezra Koenig zou met zijn zalvende stem een artistieke nazaat van Paul Simon kunnen zijn, zeker dankzij de Afrikaanse ritmes en etnische invloeden in de muziek van Vampire Weekend.

De band heeft de stap van uitverkochte clubshows naar grootschalige festivaloptredens gemaakt. Toch trof Vampire Weekend een matig gevulde Heineken Music Hall.

Hun derde album, dat veilig past in het stramien van de voorgaande twee, heeft hen nog niet naar de eredivisie van de rockmuziek gebracht.

De show had een ironisch kader, met een decor van bloemetjesbehang en bordkartonnen zuilen die hun liedjes bigger than life moeten maken. De band is wat meer gaan bewegen, met name bassist Chris Baio die met hoekige danspassen het meeste maakt van weinig noten. Met de oude songs Cape Cod Kwassa Kwassa en Holiday leek de avond een dynamische opbouw te krijgen. Maar het bleef bij die sporadische dansmomenten.

Extra vreemd was de woordloze zangpartij die met het publiek werd ingestudeerd en die vervolgens achterwege bleef. De band had er misschien niet zo’n zin in, op een doordeweekse dag voor een minder dan volle zaal. Maar voor de Nederlandse fans was dit het moment van de waarheid; de avond ging uit als een nachtkaars. Daar hielp geen hologram van Johann Sebastian Bach meer aan.

Jan Vollaard