Column

Naar Hamelen

De rattenvanger van Hamelen leeft – alleen heet Hamelen nu Syrië. In de Haagse Schilderswijk, in een zaal bomvol moslimmoeders, hing gisteren een vergelijkbaar onheil in de lucht. Ze gaan nu bij bosjes. Morgen kan het jouw kind zijn. Jouw kind, dat je op het rechte pad hield. Jouw kind, dat keurig naar school ging, een geslaagde toekomst tegemoet. Morgen kan hij opeens verdwijnen – zoals al 24 jongens rond Den Haag.

Buurtcentrum De Mussen aan de Hoefkade – op de stoep stond een blanke man met oortje. Binnen waren de vrouwen van top tot teen bedekt. Vrouwen aan wie de Stichting Moeder en Dochter naailes, kookles en gymles geeft, om ze hun huis uit te krijgen. Op al die plekken, zei voorzitster Rahma El Hamdaoui, gonst het van de zorgen over Syrië-gangers. Daarom waren ze hier, voor een dag onder het motto: ‘Uitreizigers naar Syrië: ons probleem!’ De Telegraaf meldde net dat de AIVD informanten zou winnen onder jongens in de buurt. Ook deze moeders leken plotseling een doelgroep, die het tij moest keren. Er waren verdacht veel lokale politici en wijkagenten bij.

Naast me aaide een vrouw met olijfkleurige hoofddoek al snel mijn hand, zoals deze vrouwen doen als ze samen praten: ze vertelde over haar gokverslaafde „vreselijke” man, die haar ruim dertig jaar had geslagen, tot dat te gevaarlijk werd door haar suikerziekte. Ze was nog niet uitgesproken of achter de microfoon vroeg iemand: ,,Waar zijn de vaders vandaag?”

Die keken wel uit.

Iedereen had het over een meisje van veertien jaar, bedekt en met handschoenen, dat kort voor mijn komst vertelde dat zij belde met jongens in Syrië, gewoon via hun mobiele telefoons (,,Ze zeggen: in Nederland heb ik geen toekomst.”) En over de moeder van een omgekomen jongen die in tranen haar verhaal vertelde – de zaal huilde toen mee. Ik sprak via een tolk met twee moeders van Syrië-gangers – ook hier geen namen, was de voorwaarde. Eén zoon werkte tijdelijk bij McDonald’s, tot het nieuwe schooljaar. De andere zat op het mbo. Nooit problemen gegeven, en geen woord over Syrië. ,,Hij pakte die avond gewoon zijn boeken voor school in en hij legde zijn kleren klaar, en we hebben nog een grapje gemaakt”, zei de moeder van de mbo’er. Haar man viel flauw toen hij het hoorde.

Iemand in de zaal vroeg: ,,Waar kunnen we hulp zoeken?” Een vrouwelijke wijkagent stond op. ,,Bij mij”, zei zij. Maar ze erkende al snel dat zoiets ,,natuurlijk wel een grote stap is”. Tja. Ook deze moeders kijken wel uit: wat hun zonen van plan zijn kan strafbaar zijn. Vroeger had het ministerie een nummer, zei de wijkagent nog vaagjes. ,,Maar dat is opgeheven.”

Nee, van het Grimm-sprookje hadden deze moeders nog nooit gehoord. Maar je voelde aan alles dat ze over hún kinderen van Hamelen vermoedelijk meer wilden vertellen dan hier naar buiten kwam. Ze hadden alleen geen politie nodig: deze vrouwen snakten naar iemand die ze konden vertrouwen.