Mijn grote strijd tegen de lulkoek

Gerrit de Jager tekende dertig jaar lang De familie Doorzon. Over de beginjaren van de strip heeft hij nu een autobiografisch beeldverhaal gemaakt, Door zonder familie.

Illustraties Gerrit de Jager

‘Natuurlijk ben ik veel te lang doorgegaan met De familie Doorzon. Jezus man!” Gerrit de Jager zegt het fluisterend, alsof hij de woorden niet kan verdragen. „Voor het geld. Ik durfde de goudmijn niet dicht te spijkeren. Jarenlang verkocht ik 50.000 stuks van elk album. Voor die royalty’s hoefde ik niks te doen. En ik werd al heel goed betaald bij Nieuwe Revu. Ik wist niet waar ik het geld moest laten. Het was idioot.”

Tot 2010, dertig jaar lang, tekende De Jager (1954) de komische en immens populaire strip De familie Doorzon, die hij opzette met Wim Stevenhagen. Over zijn eerste, roerige jaren als tekenaar maakte hij het autobiografische Door zonder familie: een enerverende schelmenroman in stripvorm over hoe zijn doorbraak samenviel met een drievoudige scheiding: van zijn vrouw, zijn tekenpartner Stevenhagen en zijn uitgever. De Jager: „Dit boek gaat over wat succes met je kan doen en over de mensen die ik onderweg kwijtraak.”

Tegelijk met de ‘beeldroman’ verschijnt er een herdruk van de eerste vier albums van De familie Doorzon in één band, eveneens in zwart-wit. Dat zijn de albums gemaakt met Stevenhagen. Tegenwoordig maakt De Jager een dagelijkse cartoon voor nu.nl en de strip Zusje, dagelijks voor Trouw, wekelijks voor Margriet.

Aanvankelijk zou hij bij de herdruk van Doorzon alleen in een aantal pagina’s strip vertellen wat er in de eerste stripalbums ook in werkelijkheid gebeurd was. In 1979 had De Jager zelf met vrouw en kind een doorzonwoning in Lelystad betrokken. De nieuwbouwwijk bracht hem op het idee voor de strip. Terwijl Pa Doorzon smacht naar de buurvrouw, ging De Jagers echtgenote er vandoor met de buurman. Ook de klunzige bouwvakkers van Biereco waren geënt op klussende vrienden.

Het plan om dwarsverbanden bloot te leggen dijde uit tot een apart boek van 250 pagina’s. De Jager: „De grap in album 1 waarbij Pa Doorzon zijn keuken in elkaar struikelt, was helaas gebaseerd op een waargebeurde woedeaanval waarbij ik de keuken in elkaar ros. Toen ik probeerde uit te leggen hoe dat kwam, had ik al snel dertien pagina’s.”

Rauwe, ruwe stijl

Binnen een jaar lag de autobiografie er. „In mijn rauwe stijl heb ik het meteen op papier gekwakt, zonder eerst te schetsen.” De periode van 1980 tot en met 1983 was heftig, zegt De Jager. „Maak ik dozen open met strips van 1991, 1992, dan herinner ik me niks. Maar deze jaren hadden zó’n impact. Ik was als kind in een huwelijk gerold en ik rolde er als kind weer uit.”

Toch herkent hij zichzelf helemaal in de jonge Gerrit van Door zonder familie. „Je verandert niet. Die drift en opportunisme zijn er nog steeds.”

In zijn jeugdig opportunisme doet De Jager alles om zijn opdrachtgever en uitgever te behagen. Bij de pitch van Doorzon bepaalt de marketingman van Nieuwe Revu dat Pa Doorzon geen reclameman in een Citroën CX kan blijven, maar moet lijken op de doorsnee Revu-lezer: 35 jaar, suf baantje, rijdend in tweedehands Japanner en in bezit van een caravan. De Jager: „Achteraf was dat heel goed. Maak er een jan lul van, wat je nu de SBS6-kijker zou noemen, met een sixpack op schoot. Mensen dachten allemaal: ‘Dat gaat niet over mij, dat gaat over de buren’.”

Zijn meegaandheid botste met de ernst van jeugdvriend Stevenhagen, die in Door zonder familie wordt afgeschilderd als een enorme druiloor. „Wim is stug en afstandelijk”, zegt De Jager. „Ik denk niet dat we bevriend waren geweest als we niet hetzelfde talent hadden gehad. Eigenlijk is het een wonder dat we zo hebben samengewerkt. Wel heb ik er bewondering voor dat hij nooit tegen iemand opkeek. Wim heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel, dat snel omslaat in chagrijn. Dat zie je wel meer bij heel linkse mensen. Een anagram van zijn naam is Han Gewetensvim. Van mij Ratje Gierigerd. Nou, hoe mooi wil je het hebben?”

Na de breuk zocht De Jager jaren naar een nieuwe Wim. „Als wij samen waren ontstond er iets heftigs. Ik kon ideeën tegen hem aanhouden en dan gingen we sparren om de boel op een hoger niveau te krijgen. Dat miste ik en dat ontbrak dus ook aan Doorzon daarna.”

Fer Gevelfut

Ook zijn ex portretteert De Jager weinig vleiend, als een hysterisch, koopziek type, dat na de scheiding de hele inboedel meeneemt. De Jager: „Ons huwelijk was – ook door mij – gewoon verschrikkelijk. Ik vond het ook verbijsterend dat iemand met een baby thuis iets met de buurman begint.” Maar rancuneus is hij niet, stelt hij. „Als mensen worden afgeserveerd, dan is dat vanwege hun functie in het verhaal.”

De kwade genius in de striptragedie is uitgever Fer Gevelfut, echte naam Ger van Wulften, nog altijd werkzaam in de stripwereld als uitgever. De twee tekenaars komen erachter dat Gevelfut niet alleen achterblijft met uitbetalen, maar hen ook jarenlang bestolen heeft. „Ger is een rasverkoper. Dat zit óók in het boek. Ger heeft ons onze big break bij Revu bezorgd.”

Al met al is hij een „charismatische schurk”, aldus De Jager. „Ger is iemand aan wie ik hing, die veel voor me deed en die me vervolgens naaide. Wat ik wil overbrengen, is hoe pijnlijk het is om verraad te ervaren. Toen ik hoorde dat Nieuwe Revu wekelijks 825 gulden voor de strip betaalde, waarvan hij 325 gulden in zijn eigen zak stak, terwijl hij van onze 500 gulden ook al 15 procent commissie kreeg, moest ik huilen. Echt huilen. Van woede en verdriet. Al toen we nog niks voorstelden ons zo belazeren!”

De oplichterij overkomt De Jager ook omdat hij in het verhaal zo naïef is. „Op iedereen ging ik als een kwispelend hondje af. Als iemand aardig deed was ik om. Dan vroeg ik me af waar ik dat aan had verdiend.” Dat had hij al als kind. „Ik heb wel eens op de sofa gelegen en toen zei de psychiater: ‘Een gigantisch minderwaardigheidscomplex gecombineerd met een groot ego.’ Dan heb je het moeilijk. Maar het gaat nu goed met mij.”

De stress van het succes en van extra opdrachten leidt ertoe dat De Jager in die beginjaren cocaïne en tekenen combineert. De weekends brengt hij door met kind in Lelystad, doordeweeks werkt hij in Amsterdam. „Cocaïne was overal, als een koekje bij de thee. Bij Nieuwe Revu, reclamebureaus. In de Mazzo kon je het kopen bij een vriendelijke juffrouw.” Het gebruik stimuleerde tot veel tekenen, niet tot goed tekenen. „Zeven pagina’s, om drie uur ’s nachts. Ik heb dat een tijdje zo gedaan. Dan dacht ik: ik ben geniaal. Maar als ik dat terugzag bij publicatie: onbegrijpelijke plots.”

In De familie Doorzon ageerde De Jager tegen de tijdgeest. „Alles stortte in elkaar van dat linkse gezeik, zoals nu met het rechtse gezeik. Wat Den Uyl heeft aangericht is dramatisch. Wat ze niet hebben moeten doen om dat te repareren. Ik zag dat al.” De parodie op feminisme, geitenwollensokkenhulp, de emancipatie van homo’s en linkse denkbeelden werd gekruid met veel seks. „Dat moest van Revu. Wij schoten soms door met onze maatschappelijke kritiek en dan zeiden zij: ‘Er moet meer geneukt worden. Het staat wel in de Revu’.”

De Jager had daar lol in. „Je kreeg mensen zo makkelijk over de zeik. Prachtig. Ik wilde heel graag provoceren. Het zal de frustratie zijn geweest dat er niks mocht van links. Daar kan ik niet tegen. Een vrouw mocht geen lustobject zijn. Nu is dat andersom doorgeslagen: schrijft Viva over een nummertje met je baas. Dan ben je zogenaamd een zelfstandige vrouw. Vind ik niet normaal hoor.” Hij kan modieuze opvattingen niet uitstaan. „Het is mijn grote strijd tegen de lulkoek!”

Gemakzucht

Gaandeweg verging het plezier in de provocatie hem. „Iedereen ging op die toer. Hoe vaak kan Gummbah nog een smurf anaal nemen? Ik vind het jammer, want ik weet hoe het is om over je hoogtepunt heen te zijn. Maar mensen durven niet te denken dat het niet meer deugt. Daar heb ik lang van geprofiteerd, bij Doorzon.”

Doorzon kon plat zijn, maar De Jager heeft nergens spijt van. „Nee. Wel van afleveringen die slecht waren. Dat ik echt dacht: godverdomme jongen, zo slap! Van die gemakzucht heb ik spijt.”

In 1999 ontsnapte hij al deels aan de Doorzon-sleur. „Hoofdredacteur Frits van Exter van Trouw zei: ‘Ik vind het goed wat je maakt, maar het is van dik hout zaagt men planken. Wil je niet eens de diepte in?’ Zo kwamen we op een strip over mijn nieuwe baby. Dat werd Zusje.” Van Exter had een punt. „Mijn vrouw vond Doorzon ook te banaal. Die las het niet meer en dat vond ik heel erg.”

Hoe hield hij het vol? „Ja, hoe houden de mensen op kantoor het vol? Fijn was het tekenen zelf. De fysieke bezigheid trekt door je lichaam.” De Jager rekt zich uit als een luie poes. „Dan raffelde ik het plotje af en dan kon ik gaan tekenen. Lekker.”

Een Wim mist hij nog altijd. „Die eerste boeken zijn gedetailleerd getekend. Dat deden we samen. Maar ik ben een bewonderaar van Bruna, van Rietveld en De Stijl, van minimalisme. Op een dag, midden in reeks 14, durfde ik de overgang aan: naar een simpelere, zelfbewuste lijnvoering. Dat is mijn stijl geworden. Ik ben er nog emotioneel onder. ‘Woooow!’ dacht ik. Zo’n moment had ik graag met iemand gedeeld.”

Gerrit de Jager: Door zonder familie Uitgeverij De Bezige Bij, 256 pag. € 24,90.