Iedereen wil inbesteden, maar schoner wordt het er niet van

Arcadio Esquivel

Schoonmaakbranche

Duizenden schoonmakers liepen vele Marsen van Respect en braken stakingsrecord na stakingsrecord met een belangrijk en bescheiden doel: een gewone behandeling. Gewoon genoeg tijd om het werk te doen. Gewoon doorbetaald worden bij ziekte.

Het Kabinet wil de schoonmakers bij overheidsgebouwen inbesteden. Hierover schreef Marc Chavannes zaterdag ook in het NRC. De managers, intermediairs en makelaars die de smalle schoonmaakruif leegeten, worden weggestuurd. Schoonmakers komen weer rechtstreeks in dienst bij de gebouwen die ze schoonmaken. Dat zoiets zou gebeuren, was een kwestie van tijd. Jarenlang hebben schoonmaakmanagers en -makelaars het schoonmaakvak uitgehold. Uit hun ronkende rekenmodellen ratelen bovenmenselijke prestaties voor bijna-niks. Ieder jaar nog sneller, beter en goedkoper. 90 seconden voor een toilet. 3 afdelingen in dezelfde tijd waar vorig jaar nog 2 afdelingen in gepoetst werden.

NS-Nedtrain sloot zogenaamd het Contract van de Eeuw af voor de treinschoonmaak. Maar tijdelijke krachten werden op straat gezet, de werkdruk voor de overblijvers schoot omhoog en de treinen worden zienderogen smeriger. Bij nutsbedrijf Tennet scoorde schoonmaakgigant CSU het contract door 40 procent onder de concurrentie in te schrijven. Tennet zal het merken.

Het probleem in een notendop: de schoonmaakmanagers verkopen de laagste prijzen in plaats van de beste kwaliteit. Zelfs nu de overheid wil inbesteden, reppen de schoonmaakbedrijven met geen woord over de schoonmakers of over de kwaliteit van het werk.

De schoonmaakbedrijven staan voor een beproeving. Kiezen ze voor goochelende managers of voor de vakmensen op de werkvloer? Wachten ze tot meer opdrachtgevers weghollen of maken ze hun markt eindelijk gezond?

Abdel Kourtit Jet Linssen en Ron Meyer