FIFA bekritiseert Qatar om arbeiders

Voorzitter Blatter noemt omstandigheden voor gastarbeiders die WK-stadions bouwen ‘onacceptabel’

De arbeidsomstandigheden bij het bouwen van stadions voor het WK van 2022 in Qatar zijn onacceptabel. Dat heeft voorzitter Sepp Blatter van wereldvoetbalbond FIFA gisteren gezegd na een gesprek met Michael Sommer, hoofd van het Internationaal Vakverbond.

Drie dagen geleden kwam Amnesty International met een vernietigend rapport over de behandeling van migrantenwerkers in Qatar. Eerder hadden ook de Verenigde Naties zich beklaagd over loon, arbeidsomstandigheden en huisvesting van de arbeiders, grotendeels uit Zuid-Azië.

Volgens de rapporten wordt het loon van de arbeiders die de stadions bouwen geregeld achtergehouden, worden paspoorten ingenomen en mogen de arbeiders het land niet verlaten zonder toestemming van hun werkgevers. De Britse krant The Guardian meldde twee maanden geleden dat er in twee maanden tijd meer dan veertig arbeiders waren overleden, afkomstig uit landen als Nepal en Bangladesh.

Het is niet de eerste tegenslag voor Blatter na de keuze van de FIFA om het WK te organiseren in Qatar. Eerder kreeg hij al te maken met sportieve kritiek – Qatar is niet bepaald een sterk voetballand – en commentaar op de klimatologische omstandigheden. Omdat het in de zomer in het golfstaatje meer dan veertig graden kan worden, wilde de wereldvoetbalbond het toernooi verplaatsen naar de winter. Dat stuitte vervolgens op verzet van Europese competities en andere sportbonden.

De FIFA roept de „economische en politieke leiders van Qatar” op om de situatie voor de arbeiders te verbeteren en wijst „grote bedrijven” en „de internationale gemeenschap” op hun verantwoordelijkheid. Het probleem is volgens Blatter „niet de voornaamste verantwoordelijkheid van de FIFA, maar we kunnen de situatie niet de rug toekeren”. Hij heeft er vertrouwen in dat Qatar in staat zal zijn om de situatie te verbeteren. „Juist deze discussies over Qatar maken duidelijk welke belangrijke rol voetbal kan spelen bij het genereren van publiciteit en zo verandering tot gevolg kan hebben.”