Europees Parlement voert helaas een machteloze strijd

Twee maanden geleden was het bij de meeste grote hotels in Straatsburg nog niet mogelijk kamers te boeken voor de twaalf ‘vergaderweken’ van het Europees Parlement in 2014. Volgens de geruchten in de wandelgangen van het Parlement kwam dat doordat de hoteliers het onderling niet eens waren over de vraag met hoeveel de prijzen in het nieuwe jaar verhoogd konden worden.

De forse prijsverhoging die het Straatsburgse hotelwezen hanteert in de weken dat het Europees Parlement met de daarbij behorende aanhang (medewerkers, ambtenaren, journalisten, lobbyisten) de stad aandoet, is een van de bizarre uitwassen van het ooit genomen besluit van de lidstaten om het Europees Parlement éénmaal per maand te laten vergaderen in de plaats die voor de Europese historie zo symbolisch is.

Niet voor de eerste keer, en waarschijnlijk ook niet voor de laatste maal, heeft het Europees Parlement gisteren uitgesproken dat er een eind moet komen aan het breed bekritiseerde, reizende vergadercircus. Met 481 tegen 141 stemmen namen de Europese volksvertegenwoordigers een resolutie aan die zegt dat het Parlement zelf zijn vergaderplek dient te bepalen. De achterliggende gedachte is dat de meerderheid vindt dat Straatsburg moet worden verlaten.

Met de maandelijkse verhuizing van Brussel naar Straatsburg is jaarlijks – afhankelijk van de vraag wat er allemaal wordt meegerekend – een bedrag van tussen de 156 en 204 miljoen euro gemoeid. Een bescheiden bedrag afgezet tegen de totale begroting van de Europese Unie die meer dan 130 miljard euro omvat, maar een kolossaal bedrag in de beeldvorming. En dat laatste is voor de Europarlementariërs met verkiezingen in zicht nu eenmaal een niet te negeren gegeven.

Maar de met ruime meerderheid aangenomen uitspraak van het Europees Parlement toont toch vooral de onmacht van dit instituut aan. Want het zijn niet de parlementariërs die gaan over hun eigen vergaderplaats, maar de regeringleiders. Die hebben als ‘geste’ aan Frankrijk bepaald en in het Europees Verdrag vastgelegd dat twaalf keer per jaar in Straatsburg vergaderd dient te worden. De Europese rechter heeft dit een jaar geleden nog eens bevestigd, toen het het Parlement verboden werd elf in plaats van twaalf keer in Straatsburg te vergaderen.

Omdat het in het Europees Verdrag staat, is de kans op verandering uiterst gering. Hierdoor kan Frankrijk elk voorstel om Straatsburg als vergaderplaats af te schaffen, vetoën. Zo werkt Europa. Maar het is juist deze werkwijze die zoveel weerstand oproept en de anti-Europa stemming voedt. Het blijft treurig dat bij de de lidstaten dit besef maar niet lijkt door de dringen.