Een ondoordachte fusie

Het is een vervelende week voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Dinsdag kreeg deze ‘waakhond’, die onder meer de belangen van consumenten behartigt, harde verwijten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Bij een uitbraak van salmonella in gerookte zalm communiceerde de NVWA zo slecht dat het te lang duurde voordat de vis uit de schappen werd gehaald en consumenten niet wisten dat zij gevaar liepen. Ten minste vier mensen kwamen om het leven na het eten van de besmette zalm.

Gisteren kwam daar de conclusie bij die de Algemene Rekenkamer heeft getrokken: de fusie tussen de drie organisaties waaruit de NVWA is voortgekomen, is mislukt. Het kabinet-Balkenende IV besloot in 2007 dat de Algemene Inspectiedienst, de Plantenziektekundige Dienst en de Voedsel- en Warenautoriteit moesten samengaan, zoals de Tweede Kamer wenste. Minder overlap en vooral kostenbesparing (50 miljoen euro per jaar ) moesten het resultaat van de fusie worden. Dat laatste is niet gelukt.

Nu constateert de Rekenkamer dat er geen sprake is geweest van een gedegen analyse van voor- en nadelen van de fusie vóórdat de verantwoordelijke ministers ertoe besloten. Dat mogen de toenmalige ministers, de CDA’ers Verburg en Klink, die nog maar net waren aangetreden, zich aantrekken. Vooral Verburg en haar ambtenaren treft verwijt, omdat zij niet onderzocht op welke termijn er hoeveel geld bij met name de VWA zou kunnen worden bespaard. Het kabinet besloot eigenlijk alleen op basis van vermoedens tot de fusie. Maar ook in een kabinet waarvan CDA en ChristenUnie deel uitmaken (met de PvdA) is ‘God zegene de greep’ geen goed uitgangspunt.

De NVWA doet nuttig werk. Zij ziet toe op de veiligheid van voedsel en consumentenproducten, let op het welzijn van dieren en de gezondheid van planten en handhaaft de natuurwetgeving. Althans: dat hoort de NVWA allemaal te doen. Recent wapenfeit: in de omgeving van Nijmegen werden deze maand vier Bulgaarse puppy’s en twee andere honden in beslag genomen, omdat ze niet tegen hondsdolheid waren ingeënt. Behalve voor de binnenlandse veiligheid is het werk van de NVWA ook van belang voor de export: Nederlandse voedsel- en andere producten hebben een naam hoog te houden. Aantasting daarvan leidt tot grenzen die dichtgaan.

Te vrezen valt dat de NVWA lijdt onder te hoge verwachtingen die in ‘Den Haag’ wel vaker bestaan als het gaat om efficiencywinst bij reorganisaties. Alle waar is naar zijn geld. De NVWA zal niet anders kunnen dan, overeenkomstig politieke wensen, prioriteiten te stellen bij de keur van werkzaamheden waarvoor zij staat. Voor een risicoloze maatschappij kan ook deze autoriteit niet zorgen.