Een naamloze bibliotheek voor 65.000 Joden

Op de Judenplatz in Wenen staat een indrukwekkend monument ter nagedachtenis van de 65.000 Oostenrijkse Joden die omkwamen tijdens de Holocaust. Een betonnen bunker, zo lijkt het van een afstandje. Dichterbij gekomen blijken de wanden te bestaan uit duizenden boeken, met de rug van ons afgewend, zodat je de titels niet lezen kunt. Betreden kun je deze binnenstebuiten gekeerde bibliotheek niet. De deuren zijn voor altijd in cement gegoten en hermetisch afgesloten, de deurknoppen ontbreken. Je kunt er alleen omheen dwalen, over het pad waarin een lijst is gegraveerd met de namen van alle concentratiekampen waar Oostenrijkse Joden zijn omgebracht.

Nameless Library, zoals dit beeld van de Britse kunstenaar Rachel Whiteread heet, is misschien wel het mooiste Holocaustmonument dat er bestaat – mooier nog dan het betonnen doolhof in Berlijn. Omdat het er zo plompverloren staat, tussen de barokke stadspaleizen van Wenen. Een boud gebouw ter nagedachtenis van een brute tragedie. En omdat die duizenden lege boeken zo pijnlijk de levensverhalen symboliseren die nog lang niet afgelopen hadden mogen zijn. Ik was er in de week dat in Wenen de Kristallnacht werd herdacht, nu 75 jaar geleden. Het was al donker, en opeens voelde de geschiedenis heel dichtbij.

Des te vreemder was het om een dag later in het Wien Museum, toch het historische museum van Wenen, helemaal niets aan te treffen over de Jodenvervolging. Er is een zaaltje over ‘Wenen rond 1930’, maar daarin wordt met geen woord gerept over het opkomende antisemitisme in die jaren. Er hangen schilderijen van Max Oppenheimer, maar nergens wordt vermeld dat deze Joodse schilder in 1938 in exil gedreven werd en naar Amerika vluchtte. Sowieso is in heel het museum het woord nazi nergens te bekennen. In Oostenrijk hebben ze het niet graag over dat verleden, zo lijkt het. Zouden ze hier ook schoolklassen rondleiden, vroeg ik me af. En wat krijgen die dan te horen?

Wat dat betreft ligt er een mooie taak voor het zojuist gerenoveerde Jüdisches Museum Wien dat twee dagen geleden heropend is. De nieuwe vaste opstelling vertelt de verhalen die in het Wien Museum niet verteld worden: over de plunderingen, de deportaties, maar ook over de terugkomst en de wederopbouw van de Joodse gemeenschap na 1945. Er worden alledaagse verhalen verteld aan de hand van alledaagse voorwerpen, zoals een foto die de twaalfjarige Maximilian Reich in 1941 daags voor zijn deportatie in een Weense fotostudio liet maken, of zoals de fiets waar de Weense zionist Theodor Herzl in 1896 op rondreed.

Unsere Stadt! – met uitroepteken – heet de expositie enigszins provocerend. Want kun je een stad nog wel een thuis noemen als je er zo bruut uit verstoten bent? Het is een bewuste provocatie, zegt hoofdconservator Werner Hanak-Lettner. Het is hoog tijd dat er een discussie losbarst, vindt hij. Want ja, hier in Oostenrijk is dat verleden nog steeds een groot taboe.

is redacteur beeldende kunst