De spagaat van Japan

Japan beschermt zijn boeren met torenhoge importtarieven. Nu wil de regering de economie stimuleren door meer vrijhandel. Voor de boeren kan dat dramatisch uitpakken.

Nisaburo Tsukasa is 74 jaar oud en de veertiende generatie die rijst verbouwt op de familiegrond in Kazo, een dorp ten noorden van Tokio. Op een altaartje in zijn huis vereert hij de beelden van zijn voorouders. De twee lachende houten mannetjes zijn 270 jaar oud. Toch zou hij zijn land morgen verkopen, als hij de kans kreeg.

Tsukasa is een kleine man met een vrolijke blik in zijn ogen, ook nu zijn rijstpelmachine de geest lijkt te hebben gegeven. „Gisteren lukte het nog om hem te repareren, maar nu weet ik niet of het goed komt”, zegt hij terwijl hij over het apparaat gebogen staat. „Geld voor een nieuwe is er niet.”

Aan het uiteinde van de machine staat een grote papieren zak met gepelde koshihikari-rijst, de hoogwaardige variëteit waar onder andere sushi van gemaakt wordt. „Er was dit jaar wat minder regen, dus de korrel is niet volgroeid”, zegt Tsukasa. Zijn vier hectaren (acht voetbalvelden) leveren hem 1.800 kilo gepelde rijst op, waarvoor de coöperatie Japan Agriculture (JA) hem omgerekend 2.500 euro zal geven. „Het is geen winstgevend beroep”, stelt hij vast.

Tsukasa’s situatie is in Japan eerder regel dan uitzondering. De gemiddelde boer is er 67 jaar. Van de 1,4 miljoen rijstboeren zijn er maar 300.000 die het vak fulltime uitoefenen, de rest zijn boeren die de familiegrond bewerken. Ze doen het naast een baan, in de avonduren en weekenden, of ze zijn gepensioneerd. Hun boerderijen zijn gemiddeld een tot twee hectare groot. Tsukasa houdt de boerderij overeind door in te teren op spaargeld. Zolang zijn land van de overheid landbouwgrond moet blijven, wil niemand het hebben.

In het veld naast de boerderij staat de vijftiende generatie Tsukasa te oogsten. Nog ouderwets met de sikkel, omdat de combines niet goed op het veld kunnen komen. De enige zoon van de familie is een dagje over uit de stad, waar hij verkeersborden maakt. „Hij wil de boerderij niet overnemen”, zegt Tsukasa. „Ik vind het niet erg. Hij moet doen wat hij wil. Als ik een baan kon vinden, hield ik er ook mee op.”

De boer verwacht dat het werk niet meer vol te houden zal zijn als het vrijhandelsverdrag Trans-Pacific Partnership (TPP) rondkomt. Twaalf landen rond de Grote Oceaan, waaronder de Verenigde Staten en Japan, onderhandelen momenteel over het opheffen van invoertarieven en tal van andere importbarrières.

Japanse aarzeling

President Obama wil met het verdrag de Amerikaanse export verdubbelen. Ook de andere deelnemers verwachten hun economie ermee te versterken. Sinds 2010 zijn er negentien onderhandelingsrondes geweest. Het was de bedoeling om de gesprekken dit jaar af te ronden, maar de kans dat dat lukt is klein.

Tegenstanders hekelen het feit dat de uitkomst van de gesprekken niet openbaar wordt gemaakt. Ook vinden zij dat de voorstellen vaak verder gaan dan het bevorderen van vrijhandel en te ingrijpend zijn. De uitgelekte voorstellen over intellectueel eigendom bijvoorbeeld doen veel stof opwaaien. Die zouden de toegang tot goedkope medicijnen beperken.

Japan heeft lang geaarzeld of het zich zou aansluiten bij het TPP en onderhandelt pas sinds augustus echt mee. Voor de eind vorig jaar aangetreden premier Shinzo Abe hangt er veel van af. Het TPP is een belangrijk onderdeel van zijn hervormingsagenda. Met zware monetaire maatregelen probeert Abe de op twee na grootste economie van de wereld weer aan het groeien te krijgen. Die groei moet bestendigd worden met structurele hervormingen, zoals het TPP.

Schaalvergroting

Voor de Japanse landbouw zou het verdrag dramatische gevolgen hebben. Japan beschermt zijn boeren met torenhoge importtarieven. Het tarief op rijst is bijvoorbeeld 778 procent en dat zou dan moeten sneuvelen. Kleine boeren kunnen dan niet meer concurreren met de rijst uit Californië, die veel grootschaliger en daardoor goedkoper wordt geproduceerd. Veel sushirijst die in Nederland in de supermarkt ligt, komt niet uit Japan maar uit Californië. In de supermarkt in Tokio kost een zak van twee kilo Japanse rijst omgerekend 10 euro.

Abe heeft beloofd dat hij uitzonderingen zal bedingen voor vijf Japanse „heiligdommen”. Behalve rijst zijn dat tarwe, zuivel, rundvlees en suiker. Maar boeren als Tsukasa geloven niet dat de premier dat voor elkaar zal krijgen. „De landbouw beslaat 1 procent van de Japanse economie”, zegt hij. „Het is makkelijk om ons te negeren.”

Volgens Masayoshi Honma, hoogleraar landbouweconomie aan de Universiteit van Tokio, is het TPP een welkom instrument om de Japanse landbouwsector tot hervorming te dwingen. „De overheid zelf heeft die intentie niet”, zegt hij in een telefoongesprek. „De overheid en de coöperatie JA vormen al veertig jaar een soort kartel. Beide hebben er belang bij om alles te houden zoals het is.”

JA heeft 9,5 miljoen leden. De coöperatie handelt niet alleen in gewassen, maar is ook eigenaar van twee banken. Het bedrijf levert landbouwproducten, brandstof en verzekeringen. Boeren kunnen er niet omheen. „Het doel van JA is om de landbouwprijzen hoog te houden”, zegt Honma. Abes Liberaal Democratische Partij geeft JA van oudsher graag zijn zin, omdat de partij afhankelijk is van de stemmen op het platteland.

Rijstconsumptie

„Hopelijk krijgt Abe het bij de onderhandelingen voor elkaar om de importtarieven langzaam af te bouwen”, zegt Honma. „Dat geeft ons de tijd om de landbouwsector te hervormen. We hebben geen andere keus. De overheid heeft berekend dat 30 procent van de boeren het niet redt als de tarieven in een keer verdwijnen. Maar ook de 70 procent die zou overleven blijft dan zwak staan.”

De regering werkt aan een plan waarbij de prefecturen (regio’s) kleine boeren kunnen uitkopen en hun land kunnen verkopen aan grote boeren. Het klinkt eenvoudig, maar in de praktijk zal het vaak ingewikkeld zijn om de boerderijen samen te voegen. De velden zijn klein en liggen verspreid, met bebouwing ertussen. Irrigatiesystemen en wegen zullen moeten worden omgelegd.

Volgens Honma is dit overkomelijk. Bovendien is het niet erg als er minder rijst wordt geproduceerd, zegt hij. De rijstconsumptie daalt al tien jaar. „De bevolking krimpt en de mensen eten steeds minder rijst, omdat ze bang zijn dat ze er dik van worden.”

Masakazu Nakamura (76) hoopt dat hij de invoering van het TPP niet meer hoeft mee te maken. Hij bezit vier hectare familiegrond in het dorp Hanyu, een paar kilometer van Kazo. Leunend op zijn hooivork kijkt hij toe hoe een rokerig vuurtje de rijststoppels op zijn veld in de as legt. Als hij tachtig is wil hij stoppen met werken. Hij is al jaren op zoek naar een koper of huurder voor zijn land.

„Mijn velden zijn te klein voor een grote boer”, zegt Nakamura. Hij is bang dat ook grote boeren het zullen afleggen tegen de internationale concurrentie. „Wat als de mensen gewend raken aan de smaak van buitenlandse rijst?”, zegt hij. „Misschien vinden ze die wel lekkerder.”

Hij wijst op een overwoekerd veld verderop. „Dat zul je steeds meer gaan zien. Die boer is een jaar geleden gestopt. Er komt een einde aan onze manier van rijst verbouwen. Als niemand mijn land wil overnemen zal ik het onkruid blijven snoeien, maar ik zal niet meer zaaien.”