De satelliet van de toekomst is goedkoop, klein en ontploft niet

Vanochtend zijn drie nieuwe Nederlandse satellieten gelanceerd, elk niet groter dan een pak melk.

Tweeëndertig satellieten had de Dnjepr-1 bij zich, een omgebouwde kernraket die vanochtend om 8:08 uur gelanceerd werd vanaf een Russische militaire basis. Een voor een werden ze afgezet in hun eigen baan om de aarde. Zo ook de Nederlandse cubesats Delfi-n3Xt, Triton-1 en FUNcube-1.

Cubesats zijn minisatellietjes, opgebouwd uit één, twee of drie kubusjes van 10 bij 10 bij 10 centimeter, met een totaalgewicht van hooguit 4 kilo. De eerste cubesat werd in 2003 gelanceerd door de universiteit van Aalborg. Naar schatting waren er vorige week zo’n vijftig in een baan rond de aarde, maar eerder deze week werden vanuit Virginia in de VS ook al 28 cubesats gelanceerd, en nog vier vanuit het International Ruimtestation ISS.

Cubesats hebben een standaardformaat, in 1999 ontwikkeld in Californië. Ze passen in een standaardlanceerbuis die kan meeliften met grotere satellieten. Een cubesat-lancering kost daardoor meestal slechts tienduizenden euro’s in plaats van tientallen miljoenen. Zo passsen ze in het budget van universiteiten die studenten ervaring met een echt ruimtevaartuig willen bieden. Aan boord zijn dan meestal eenvoudige experimenten, of doorzendstations voor radiosignalen.

Delfi-n3Xt is de tweede cubesat van de TU Delft, gebouwd door zo’n 75 studenten. De eerste, Delfi-C3, gelanceerd in 2008, diende onder meer als testplatform voor een nieuw soort zonnecel. Hij geeft nog altijd radiosignalen door, zegt Jasper Bouwmeester van de TU Delft. Zijn opvolger Delfi-n3Xt moet onder meer een nieuw type zonnecel testen, en een mechanisme waarmee de satelliet zichzelf in de ruimte kan roteren. „Maar de belangrijkste test is die van een klein stuurraketje, bedoeld om toekomstige cubesats op vaste afstanden van elkaar, in formatie, te sturen”, zegt Bouwmeester.

De lancering van Delfi-n3Xt en nog dertien satellieten werd verzorgd door ISISpace, een Delfts bedrijf van enkele Delfi-C3-studenten. De ruimtevaart-startup met 45 werknemers bedient de groeiende commerciële cubesat-markt als satellietenontwerper, -bouwer en lanceringsmakelaar. „Voor ons is dit de vijfde lancering dit jaar, het begint een beetje business as usual te worden”, zegt ISISpace-directeur Jeroen Rotteveel. „De lancering van Triton-1 was wel bijzonder: onze eerste eigen satelliet.”

Die kubusvormige cubesat moet identificerende radiosignalen van schepen op de oceaan ontvangen, zogeheten AIS-signalen (Automatic Identification System), en die doorspelen aan grondstations. ISISpace wil met een eigen netwerk van zo’n twintig Triton-satellieten schepen ook op zee volgen en de informatie verkopen aan bijvoorbeeld reders. Binnen enkele dagen wordt duidelijk of de basisfuncties van Triton-1 het goed doen; na een week kan het AIS-gedeelte getest gaan worden.

ISISpace bouwde ook mee aan de Brits-Nederlandse radio-amateursatelliet FUNcube-1. „Aanvankelijk werden cubesats gezien als onverantwoordelijk speelgoed, instant ruimtepuin”, zegt Bouwmeester. Vooral de vroege cubesats lieten na lancering nogal eens niets meer van zich horen. Het gevaar daarvan is beperkt: ze vallen uiteindelijk terug naar de aarde en er is geen explosiegevaar. Het echte ruimtepuingevaar zit in oude, afgedankte satellieten of gebruikte rakettrappen met honderden kilo’s brandstof aan boord, die bij explosie gevaarlijke puinwolken worden. „Nieuwe satellieten moeten binnen 25 jaar terugvallen en in de dampkring verbranden”, zegt Bouwmeester. „Onze cubesats voldoen aan die eis.”