Alain Delons Appel en een oorlogs-Rietveld

Een goede herkomst is van groot belang voor de waarde van een kunstwerk. Soms levert die geschiedenis ook mooie verhalen op. Zoals bij deze 4 objecten op de PAN.

Karel Appel, Vliegende Vogel, 1949. Olieverf op doek, 39×57 cm

Karel Appel

Dat de Franse acteur Alain Delon (1935) een groot kunstverzamelaar is, wist men in de kunstwereld wel. Hij begon al op jonge leeftijd met collectioneren en heeft naar verluidt een grote verzameling Cobra-schilderijen. Die bevinden zich ergens in een Zwitserse kluis – Delon is sinds 2005 Zwitsers staatsburger. Zo nu en dan komt er een werk uit zijn collectie op de markt en staat de kunstwereld weer verbaasd over de kwaliteit ervan. Zo ook bij dit schilderij, Vliegende Vogel (1949) van Karel Appel, dat te koop is bij MDZ Art Gallery uit Knokke. Volgens galeriehouder Michael De Zutter wilde Appel er destijds geen afstand van doen, omdat hij het zelf zo’n belangrijk doek vond. „Het schilderij heeft model gestaan voor het veel grotere doek Mens en dieren, dat Appel toonde op de eerste CoBrA-expo in het Stedelijk in Amsterdam in 1949. Hij hield het jarenlang in eigen bezit en wilde het enkel afstaan aan een belangrijke collectioneur. Pas begin jaren zeventig kon een Parijse handelaar Appel overtuigen het werk te verkopen aan Alain Delon.” De acteur hield het schilderij vervolgens meer dan dertig jaar in zijn collectie en verkocht het pas enkele jaren geleden aan kunsthandelaar Cornette de Saint Cyr.

Michel de Klerk

Vorig jaar toonde Kunstconsult op de PAN een complete eetkamer van Michel de Klerk, een bekende architect van de Amsterdamse School. Naar aanleiding van die presentatie werd de kunsthandel overstelpt met telefoontjes van mensen die zeker wisten dat ze ook een meubel van De Klerk in huis hadden. „Negen van de tien keer bleek dat niet zo te zijn”, zegt Belinda Visser van Kunstconsult. „Maar er was ook een mevrouw die foto’s mailde die er wel erg op leken.” Zo ontdekte Visser een set meubels van De Klerk waarvan ze tot dan toe het bestaan niet wist, waaronder deze secretaire. De meubels behoorden tot de originele inrichting van Huize De Helm in Overveen, dat in 1916 in opdracht van een industrieel werd gebouwd. Van de meubels bestaan geen ontwerptekeningen, maar Visser vermoedt dat De Klerk de secretaire speciaal voor Huize De Helm heeft ontworpen en dat het meubel dus uniek is. „Het heeft helemaal de hand van de meester. Er bestaan wel foto’s van Huize De Helm waarop je kinderen ziet zitten op De Klerks stoelen.” Zekerheid kreeg Visser toen ze een publicatie vond uit 1920, uit het tijdschrift Buiten, waarin bevestigd wordt dat De Klerk betrokken was bij de inrichting van de villa. „Voor een handelaar in toegepaste kunst is de opwinding die je dan voelt vergelijkbaar met de ontdekking van een onbekende Van Gogh. Een spectaculaire vondst, bijna honderd jaar na dato.”

Gerrit Rietveld

Kunsthandelaar Rob Driessen verkoopt een paar zeldzame Rietveldstoelen uit bezit van hoogleraar Arend Isaäc Diepenhorst (1919-2004), broer van de kleurrijke politicus Isaäc Arend Diepenhorst, bekend van zijn optredens in de radio-uitzending bij Jacques Plafond (alias Wim T. Schippers). Diepenhorst kocht de stoelen in 1946 bij Metz & Co ter gelegenheid van zijn huwelijk. „Voor die tijd had het echtpaar een heel moderne smaak”, aldus Driessen.

Rietveld had de stoelen in 1942 ontworpen. Driessen: „Het model doet denken aan zijn bekende metalen Beugelstoel uit 1927. Maar omdat metaal tijdens de Tweede Wereldoorlog schaars was, gebruikte hij hout. Je zou het dus een typische oorlogsstoel kunnen noemen.” Rietvelds ontwerp werd niet bepaald een succes; er zijn slechts vier armstoelen en een driezitsbank van dit model bekend. „Zo werd Rietveld een unicamaker tegen wil en dank.” Professor Diepenhorst kocht destijds de complete set. De bank en twee van de armstoelen schonk hij later aan het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Centraal Museum in Utrecht. De twee overgebleven armstoelen bleven tot op heden in bezit van de familie.

Driessen laat op de PAN een foto zien van de twee broers Diepenhorst die in de jaren vijftig zittend op de stoelen een potje schaken. „De stoelen stonden in de studeerkamer, de familie was er heel zuinig op. De kleinkinderen mochten er niet op spelen.”

Jozef Israëls

Deze aquarel van een kindje bij de haard van Jozef Israëls, te koop bij kunsthandelaar Hein Klaver, was een geschenk aan de schilder Gerke Henkes (1884 – 1927). Israëls schreef er een opdracht bij: „à mon ami Henkes”. Wie het werk koopt, krijgt de originele begeleidende brief erbij. Daarin schrijft Jozef dat hij in de Kunstclub is geweest en daar het werk van Henkes heeft gezien. Hij concludeert dat ‘gij een talent zijt’. Maar hij is ook kritisch: de grotere werken van Henkes bevallen hem minder dan de kleine, de grote zijn te oppervlakkig, vindt Israëls.