Zolang ze maar niet samen in een huisje gaan zitten

De Turkse premier Erdogan wil geen gemengde studentenhuizen meer Zijn conservatieve regering bemoeit zich met de levensstijl Het is strategie: hoe harder je schreeuwt, hoe meer macht

De Maltepe-universiteit in Istanbul, afgelopen juni. Premier Erdogan zei vorige week een einde te willen maken aan gemengde studentenhuizen.

Correspondent Turkije

Meer dan dertig politieagenten in burger en gemeenteambtenaren stonden afgelopen week op de stoep van een appartement in het hart van Istanbul. Ze hadden tal van vragen over de bewoonster van het bovenste appartement. Met wie woonde ze daar? Hoe laat kwam ze thuis? Wie kwam er nog weleens meer langs in dit studentengebouw?

De studente die ze zochten, was niet thuis. De afgelopen dagen is ze zo onder druk gezet dat ze nu niet wil praten over die inval, zegt ze over de telefoon. Maar de buurt wel. „Prima dat de politie hen in de gaten houdt”, zegt Mehmet Sanli, die wijdbeens op een kruk voor het theehuis zit in Tophane, een wijk in het centrum van Istanbul waar conservatieve migranten van het platteland als samenleven met jonge universiteitsstudenten. „Er gebeurt daarbinnen van alles”, wijst hij naar het studentenhuis aan de overkant. „Prostitutie. Kamers die voor een uurtje worden verhuurd. Wildvreemde mannen die bij meisjes op bezoek komen. Dat wil je toch niet in de buurt? Natuurlijk moet de premier daar iets aan doen.”

‘Chaos, dus we grijpen in’

Want premier Recep Tayyip Erdogan begon er vorige week zelf over. Meisjes en jongens die samen in hetzelfde studentenhuis wonen, dat moest maar eens afgelopen zijn. „Het is onduidelijk wat daar allemaal gebeurt. Het is chaos, van alles kan er gebeuren”, sprak hij. „Als conservatieve regering moeten we ingrijpen.”

De Turkse politie voegt nu de daad bij het woord. In de wijk Usküdar verscheen een briefje op de voordeur van een studentenhuis: ‘We weten dat hier meisjes en jongens samenwonen. We gaan jullie eruit schoppen.’ In de plattelandsprovincie Manisa deed de politie een vergelijkbare inval als hier in Tophane.

Na zijn eerdere uitbarstingen tegen abortus en alcohol, zijn advies aan gezinnen ten minste drie kinderen te baren, wit brood en het nationale drankje raki te laten staan, bemoeit de premier zich nu met de levens van de adolescente jeugd. De moraalpolitie regeert, en Erdogan speelt hoofdagent.

Het emotionele debat dat volgde, splijt niet alleen deze straat, deze stad, dit land, maar zelfs de almachtige regeringspartij. Erdogans standpunten werden openlijk bekritiseerd door zijn eigen vicepremier Bulent Arinc, die liet doorschemeren af te willen treden over de kwestie. Toen Arinc als woordvoerder van de regering afstand nam van de uitspraken, dikte Erdogan ze nog verder aan, geholpen door andere kabinetsministers die studentenhuizen broeinesten van „terroristen'” noemden.

Waarom? Waarom nu, na de uitbarsting van protest afgelopen juni tegen zijn autocratische regeerstijl en zijn onverzoenlijke houding tegen de andere helft van het land? „Hij omarmt de levensstijl van zijn conservatieve kiezers en hij wil ons onderdrukken met zijn idealen, zijn ideale leefwereld”, zegt Cagla Ural, leider van een protest aan de Mimar Sinan Güzel Universiteit. Deze avond is hier een ‘slaapprotest’, waar evenveel jongens als meisjes aan mee doen. Ze drinken bier en wijn en spelen rockmuziek, alles waar de premier van gruwelt. Er is geen hoofddoek te zien. „Ik voel me beledigd als vrouw, hij schendt mijn rechten. Hij mag zich niet bemoeien met wie ik samenleef of wie ik omga”, zegt de jonge studente.

Dit is pure strategie

„Erdogan wil een crisis. Hij wil spanning, hij wil die keiharde scheidslijn van twee kampen want alleen daarin kan een leider als hij gedijen”, zegt Koray Caliskan, columnist en hoogleraar aan de Bogazisi Universiteit. „Dit heeft niets met zijn psychologie te maken, dit is pure strategie.”

Die strategie past hem al veel langer. Toen hij onder druk kwam te staan door een bombardement waarin tientallen Koerdische smokkelaars omkwamen, leidde hij de critici af door tegen de liberale abortuswetgeving in Turkije te ageren. Toen bij een aanslag aan de Syrische grens meer dan vijftig doden vielen, kondigde Erdogan strengere wetgeving aan op het gebruik van alcohol. Toen de seculiere jeugd in het stadscentrum boos werd om een paar omgehakte bomen in het Gezi-park, noemde Erdogan ze „plunderaars”. „Als Turkije werkelijk zou democratiseren, zou er voor een leider als Erdogan geen plaats zijn”, meent Caliskan. „Hij regeert als een generaal. Hij redeneert: hoe harder hij schreeuwt, hoe steviger zijn machtsbasis is.”

De ongelovigen zijn de vijand

Volgend jaar augustus kiezen de Turken voor het eerst rechtstreeks een nieuwe president, en premier Erdogan zal dan kandidaat zijn. De tegenkandidaat is zittend president Abdullah Gül, die net als vicepremier Bulent Arinc een verzoenende toon aanslaat.

De drie mannen vormden de drie-eenheid van de AK-partij die in 2002 aan de macht kwam, maar die nu grote scheuren vertoont. „Dat lossen we binnenskamers wel op’’, suste Erdogan. De collega’s binnen de AK-partij zijn volgens hem „niet de vijand”. Die werkelijke vijand vormen de ongelovigen, en die heeft hij duidelijk genoeg voor zijn kiezers aangewezen.