Zij bewegen, dus komt die baan vanzelf

Mensen die langdurig in de bijstand zitten proberen door middel van sporten sneller een baan te vinden Dat stimuleert de gemeente Rotterdam sinds kort Want als je lijf stilstaat, kom je niet verder

Het zit in haar bovenkamer, zegt Sandra (42). Wat er precies gebeurd is, wil ze liever niet zeggen, maar het gevolg is dat ze constant moe is en een heel laag zelfbeeld heeft. Sinds de scheiding van haar man vijf jaar geleden, leeft ze van een bijstandsuitkering. Ze zit dus al vijf jaar thuis, zonder afleiding, waardoor ze haar „ellende niet kan loslaten”.

Vandaag lukt dat wel even, als ze met zo’n tien anderen aan het sporten is bij korfbalvereniging Sperwers in Rotterdam-Zuid. Ze rennen rondjes om het veld, tillen een aantal keer een bal boven hun hoofd en weer naar de grond en doen een potje basketbal. Ze roepen naar elkaar en lachen.

Het sportprogramma op deze woensdagochtend maakt deel uit van Bewegen naar Werk. Het doel van het gesubsidieerde project is dat mensen die langdurig in de bijstand zitten door middel van sporten sneller een baan vinden.

Ja, echt. Wie beweegt, vindt werk. De gemeente Rotterdam is er zo vol van, dat het project, dat nog in de proeffase zit, deze week al een vervolg krijgt. Het aantal deelnemers breidt uit van twintig naar honderd en zij kunnen behalve bij de Sperwers, bij nóg vier sportclubs aan de slag. Per persoon kost de begeleiding 1.800 euro, wat neerkomt op 180.000 euro in totaal.

Om twee redenen is het project actueel en bijzonder: want waarom vind je door te bewegen sneller werk? En wat moet iemand met een uitkering allemaal doen als een baan vinden niet lukt? De strengere eisen die staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) vorige week aankondigde voor mensen in de bijstand, zoals netjes aangekleed naar een sollicitatiegesprek gaan en een tegenprestatie leveren voor je uitkering, leidden tot ophef. En nu moeten zij in Rotterdam ook nog ‘verplicht korfballen voor een uitkering’. Zo luidde althans meermaals de kop boven artikelen over het project.

Werkloos op de bank zitten kan niet

GroenLinks stelde in de Rotterdamse gemeenteraad kritische vragen over Bewegen naar Werk, net als de SP in de Tweede Kamer. Tjitske Siderius (SP) wilde graag van de staatssecretaris weten ‘wat haar reactie is op het bericht dat Rotterdamse werklozen verplicht twee keer per week moeten korfballen op straffe van een fikse korting op de uitkering’.

Afgelopen donderdag stuurde Klijnsma haar antwoord: bij navraag bleek dat het sportproject niet verplicht is – de klantmanagers van de Dienst Werk en Inkomen stellen het programma voor aan hun cliënt. En het valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente, daarom wil Klijnsma er geen oordeel over uitspreken. Maar als de gemeente het wel nodig vindt om sporten verplicht te stellen voor bijstandsgerechtigden, moet ze dat vooral doen. En komen de deelnemers niet opdagen, dan volgen sancties.

Wethouder Marco Florijn (Werk en Inkomen) kan de gemoederen sussen wat betreft het verplicht stellen van sport: dat zal niet gebeuren, want dan moet je ook gaan handhaven en dat kost (te veel) geld. Maar áls mensen meedoen met Bewegen naar Werk, moeten ze zich wel houden aan de regels. Doen ze dat niet, dan volgt er eerst een waarschuwing, dan een korting van 30 procent op de uitkering en daarna een van 100 procent. „Want we starten dit project niet voor niets”, zegt Florijn. „Sancties hebben we nog niet hoeven opleggen hoor, mensen vinden het leuk om mee te doen.”

Sporten is slechts een onderdeel van het traject om mensen op de arbeidsmarkt terug te laten keren. ‘Met een uitkering werkloos op de bank zitten, is geen optie’, staat in het beleidsplan van de gemeente Rotterdam voor de periode 2011-2014. De bijna 37.000 Rotterdammers met een bijstandsuitkering kosten dit jaar 551 miljoen euro. Wie schulden heeft, krijgt schuldhulpverlening, er zijn taalcursussen en sollicitatietrainingen. Wethouder Florijn: „Ik vind dat je mensen nooit afgeschreven achter de geraniums moet neerzetten. Wie kan werken, móét werken.”

Je moet ‘zelfredzaam’ zijn

Florijn vindt de recente wetswijziging van Klijnsma „goed”. Sterker nog: veel van de maatregelen zijn in Rotterdam al bekend. Zoals de ‘wachttijd’ van vier weken voordat iemand bijstand krijgt: in die periode moet je er alles aan doen om een baan te krijgen. En gemeentes mogen uitkeringsgerechtigden meer gaan dwingen tot een ‘tegenprestatie’. Voorbeeld uit Rotterdam: bijstandsgerechtigden moeten gedurende 3,5 maand twintig uur per week ‘actief bezig zijn’, onder meer met solliciteren en één dag betaald werken. Dat werk kan diegene zelf regelen. Of, als dat niet lukt, kan hij of zij vuil ophalen bij de afvaldienst Roteb.

Voor wat hoort wat, is het idee. Mensen moeten er zelf alles aan doen om zich nuttig te maken. Je moet ‘meedoen’ en ‘zelfredzaam’ zijn, bijstandsgerechtigden dus ook.

Blijft open de vraag: wáárom krijgen mensen door te sporten sneller een baan? Koos Remmel werkt bij Rotterdam Sportsupport en is mede-initiatiefnemer van het project. Hij zegt: „Je kunt uren lullen met ze, maar uiteindelijk moet je met het lijf aan de gang.” Remmel staat met coach en psycholoog Lyanna Hoogendijk aan de rand van het sportveld. „Deze mensen leven vaak achter de gordijnen, ze zitten in een sociaal isolement”, zegt hij. „Het is al een hele stap voor ze om hier te komen.” Hoogendijk vult aan: „Ze eten vaak verkeerd, veel chips. Laatst kreeg ik een appje van een van hen: ik ben wat later, ik ben kip aan het eten. Het was ochtend!”

Daarom geeft ze ook veel voedingsadvies. Het slechte eten heeft effect op hun darmen, vertelt Hoogendijk, en „75 procent van de ziektes ontstaan in je darmen”. Suiker is „de grootste sloper van je darmen”, zegt ze. Toen een van de cursisten ’s ochtends binnenkwam met een flesje cola „werd ze helemaal gek”. Toen heeft ze aan de hele groep een presentatie gegeven over de werking van suiker in het lichaam.

Remmel en Hoogendijk zijn ervan overtuigd dat dit project mensen helpt omdat door beweging hun stofwisseling verandert. Wie zich door stofjes als endorfine, dopamine en adrenaline euforisch voelt, wil dat vaker. „Je lijf is je motor.” Als die stilstaat, kom je niet vooruit, ook niet in het leven.

Werk maakt je ook nog eens gezonder

Je wordt fitter en krijgt een ritme: logisch om te denken dat je door sporten beter in je vel gaat zitten en daarom eerder gaat werken. Maar dat klopt niet helemaal, zegt Merel Schuring. Ze promoveerde op onderzoek naar de rol van gezondheid op arbeidsparticipatie. Nu is ze als onderzoeker aan het Erasmus Universitair Medisch Centrum betrokken bij de evaluatie van verschillende projecten gericht op werkhervatting.

De gezondheid van werklozen is een stuk slechter dan die van werkenden, is meerdere malen aangetoond. „Actief zijn, op welk vlak dan ook, heeft een positief effect op het welbevinden”, zegt Schuring. Werk is de beste manier om de gezondheid te verbeteren. Lukt dat niet in deze tijd, dan zijn sociale contacten met buren, mantelzorg of sportieve activiteiten een goed alternatief. Het gaat dus niet zozeer om het sporten, als wel om iets met anderen doen. „Iemand anders de bal gunnen, op tijd komen, luisteren naar de trainer, allemaal vaardigheden die ook op de arbeidsmarkt handig zijn.”

Schuring deed vijf jaar geleden evaluatieonderzoek bij een soortgelijk project en wat bleek? Het sporten had slechts een beperkt effect op de gezondheid. Om de fysieke conditie te veranderen is meer nodig dan een paar maanden bewegen. Wat wél invloed heeft op hoe je je voelt zijn de kleine succesjes die je boekt op het veld. „Je dacht altijd dat je niet kon volleyballen maar dan scoor je toch een punt. Het is goed voor je zelfbeeld. Je ziet dat je meer kunt dan verwacht en dan liggen andere doelen, zoals werken, opeens ook binnen het bereik.”

Sandra was huisvrouw, zat vijf jaar in de bijstand, maar durfde pas na een maand meedoen aan Bewegen naar Werk te denken aan werk. Ze heeft het naar haar zin. „We trekken elkaar erdoorheen, het is gezellig.”

Ze heeft gesolliciteerd als vrijwilliger bij uitvaartorganisatie Yarden. „Ik vond een half jaar geleden mijn moeder dood, zo kwam ik op het idee voor dit werk.”

Ze wil weer meedoen. „Ik heb zin in iets nieuws.”