Zand en zee

Vier schrijvers buigen zich over één thema: de crisis. Dit weekend dragen ze hun verhalen en gedichten voor op het Wintertuinfestival in Nijmegen.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Ik zal u vertellen wat er ooit gebeurde op het strand van Callantsoog. Een jongen uit Breezand die van huis was weggelopen, bouwde er van aangespoeld hout een hut die hem als uitgangspunt zou dienen voor de rest van zijn leven. Hij was geen kluizenaar, hij zwom in zee, hij kende alle vogels en kon het weer voorspellen. Hij werkte bij boeren als dat nodig was, hij ging nooit een vast werkverband aan, hij klaagde niet over de maatschappij, hij was vriendelijk en onbenaderbaar. In het jaar van de improvisatie kreeg hij gezelschap van twee andere jongens uit dezelfde streek, een uit Middenmeer en een uit Waarland. Die uit Waarland was een dichter, maar hij werkte net als de anderen met zijn handen, er ontstond een stevig houten bouwwerk dat driftig, misschien zelfs wanhopig om zich heen greep. Er kwamen ook vrouwen, er ontstond van alles, er waren verwikkelingen met de autoriteiten, vanzelfsprekend, maar de ontwikkeling van de kern van deze samenleving werd niet aangetast. Toen in 2008 de Broers Lehman vielen, waren de pioniers oude mannen geworden. Ze maakten nog wel een enkel gedicht, konden nog steeds het weer voorspellen en zwommen bij goed weer nog weleens in zee, maar ze hingen naar hun eigen woorden nog slechts van draadjes en touwtjes aan elkaar. Door de nieuwe crisis kwamen er enkele werklozen naar het strand van Callantsoog, maar veel waren het er niet. Ze bouwden hun slakkenhuizen in dezelfde vriendelijke stijl, met één zijde leunend tegen een ander, maar altijd met vrij zicht op de duinen, het strand en de zee. Ook de burgemeester kwam weer eens kijken, met gemengde gevoelens. Tegen de wethouder, die zich in zijn gevolg bevond, mompelde hij dat dit toch een onverantwoordelijke manier van leven was, maar toen de wethouder hem eraan herinnerde dat deze mensen nauwelijks gebruik maakten van de schaarse gemeentelijke voorzieningen, schrapte hij zijn mening en koos vergenoegd voor het zogenaamde algemeen belang.