Wat heeft Ahold tegen gezond ondernemen?

Een bonusaanbieding ter waarde van 1.000.000.000 euro. Gewoon, bij Albert Heijn. Supermarktketen Albert Heijn en zijn Nederlandse beursgenoteerde eigenaar Ahold letten niet op de kleintjes als de aandeelhouders aan de kassa staan. Beleggers krijgen een extra bonus van een miljard euro. Ahold wil begin volgend jaar, na fiat van zijn aandeelhouders, voor dat bedrag in één klap Ahold-aandelen van zijn beleggers kopen. Dat komt bovenop de 2 miljard euro die Ahold eerder heeft uitgetrokken voor de (soms) dagelijkse aankoop van eigen aandelen.

Ondernemingen die hun aandelen aan de beurs laten noteren maar die aandelen dan zelf opkopen, is dat een truc? Het gaat zo: bedrijf met geld in kas koopt op de beurs eigen aandelen. Gevolg: minder aandelen in roulatie. Bij een gelijk resultaat betekent dat: meer winst per aandeel. Da’s goed voor de beurskoers.

Ahold (naast Albert Heijn ook Etos, Gall & Gall, Bol.com en een kluit Amerikaanse supermarkten) is zo’n gigant die symbool staat voor de huidige crisis: uitstekende winsten, verwende aandeelhouders, zonnige topbeloningen, maar miezerige loonstijgingen voor de werknemers. Geen stimulans voor koopkrachtbehoud en consumentenvertrouwen.

Ahold verdient kennelijk meer geld dan het concern profijtelijk kan investeren in nieuwe winkels. Of bétere winkels. Of lagere prijzen. Of hogere lonen. Of in overnames. Ahold gebruikt een deel van zijn bedrijfsopbrengsten om de aandelen van zijn eigen beleggers te kopen. Dat is een armoedige vorm van ondernemen. Dikbetaalde managers zeggen tegen beleggers: het bedrijf is af, we passen op de winkel, met het geld dat overschiet gaat u zelf maar iets ondernemen. Mijn collega Jeroen Wester bestempelde zulk beleid zeven jaar geleden in onze krant al als anti-ondernemen.

Ahold riskeert als weinig andere lokaal bekende ondernemingen een reactie van klanten op het beleggers spekkende beleid. Wie de massa’s voedt, moet altijd op z’n tellen passen. Misstappen (fraudes, excessieve topbeloningen, ruzie met werknemers en/of vakbonden) lokken eerder kritiek uit dan bij ondernemingen die niet zo zichtbaar zijn in winkelstraten. Dat kost zomaar klanten, omzet en winst.

Ahold moet keuzes maken tussen de drie ‘identiteiten’ van de moderne mens (m/v): de burger als consument, als werknemer en als belegger. Als consument wil hij lekker en prijsgericht winkelen en ziet hij zich bij voorbaat als winnaar in een ‘supermarktoorlog’ waarin toeleveranciers verliezers zijn. Als belegger mikt hij op een smakelijk rendement en dan mag de ondernemingstop best de prijzen in de winkels verhogen of de loonstijgingen afknijpen, zolang zijn dividend niet in gevaar komt. Het gevaar voor Ahold en Albert Heijn zit ’m in de werknemers. Hun 93.000 eigen werknemers. De bonden. Maar juist ook hun klanten die elders werken en zich in de winkel afvragen: lopen hier alleen scholieren of zijn er afgezien van de bedrijfsleider ook ‘gewone’ werknemers?

De vakbonden voeren al tijden hun eigen ‘supermarktoorlog’. Dit jaar schudde Albert Heijn FNV-stakingsacties in distributiecentra van zich af. Twee maanden geleden schreef CNV-onderhandelaar Michiel Wallaard een vlijmscherpe aanklacht in de Volkskrant tegen het sociale beleid van Ahold en de ongezonde wisselwerking met de aandeelhoudersbelangen. Een van zijn punten: de opmerkelijke daling van het aantal fulltimers bij Ahold in Nederland ten gunste van flexwerkers. Na de intense demonstraties tegen het ontslag van thuiszorgmedewerkers bij Sensire zou ‘t me niks verbazen als Ahold en Albert Heijn straks weer mikpunt worden van vakbondsacties. Op de aandeelhoudersvergadering die volgend jaar beslist over het bonusmiljard. Of eerder al. Met Kerst.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.