Tom Hanks op zijn best in ‘docu-thriller’

Het procedé dat regisseur Paul Greengrass in zijn films gebruikt is inmiddels bekend, en ook al vaak gekopieerd. Door van de schouder te filmen, met meerdere camera’s tegelijk te werken, en door heel lange takes te gebruiken weet hij in zijn films een ongewoon realisme te bewerkstellingen. Voeg daarbij dat hij zijn films vaak baseert op grote nieuwsgebeurtenissen, en dat hij ook zelf intensief journalistiek onderzoek vooraf doet voor zijn films, en je krijgt kwalitatief hoogwaardige docudrama’s die ook nog eens heel spannend zijn. Dat werkte in Bloody Sunday (2002), zijn film over de troebelen in Noord-Ierland, in United 93 (2006), over een van de gekaapte vliegtuigen op 11 september 2001, en ook in Captain Phillips werkt het weer.

De film, gebaseerd op de memoires van gezagvoerder Richard Phillips, gaat over de kaping in 2009 van het Amerikaanse containerschip Maersk Alabama door piraten in de wateren voor Somalië. De kaping was in twee opzichten uitzonderlijk: omdat de kapitein zich besloot te verzetten, en omdat de Amerikaanse autoriteiten besloten een – zeer riskante – bevrijdingsactie op touw te zetten. De handelswijze van Phillips is dan ook niet onomstreden: een deel van de toenmalige bemanning heeft de rederij inmiddels aangeklaagd en eist een schadevergoeding.

Tom Hanks speelt Captain Phillips en dat bepaalt voor een groot deel de kracht van de film. Hanks is gespecialiseerd in ‘gewone’ helden: doorsnee mannen die in ongewone omstandigheden onverwachte moed betonen. Typecasting die werkt, dit is een van Hanks beste rollen in jaren. Hanks heeft als weinig andere filmsterren het vermogen om de kijker onmiddellijk aan zijn kant te krijgen. En nog knapper: hij is ook geloofwaardig als kapitein van een groot vrachtschip.

Dat is een buitengewone prestatie voor een acteur die al zo lang meedraait en zoveel associaties met andere filmrollen meedraagt. Je gelooft misschien niet helemaal dat hij de kapitein is, maar wel dat hij de kapitein zou kunnen zijn. Dat doen de meeste filmsterren hem niet na.

Zijn tegenspelers, de Somalische piraten, zijn allemaal debutanten die niet eerder in een film hebben meegespeeld. Ze zijn niet de karikaturale baddies van de gemiddelde Hollywoodactiefilm, maar heel veel diepte krijgen de personages ook niet. Greengrass heeft enige moeite genomen om een beeld te schetsen van de extreme armoede waaruit de desperate kaapvaart voortkomt, maar dat weegt toch niet helemaal op tegen hun ingevallen gezichten, het voortdurende geschreeuw en de benevelde blik door het roesmiddel qat waar de mannen steeds op kauwen. Deze kapers blijven toch vooral eng. Helemaal evenwichtig is de film niet uitgevallen. Ook kun je je lang afvragen waarom het schip zonder enige beveiliging het risicogebied invaart; tegenwoordig hebben de schepen scherpschutters aan boord.

Als het Amerikaanse leger in beeld komt, helt de film ook te veel naar de romantisering van al dat imposante wapengekletter. Maar spannend is Captain Phillips zeker, en alleen al het optreden van Hanks maakt de film de moeite waard. Het moet raar lopen als Hanks daar geen Oscarnominatie voor in de wacht zal slepen.