Te veel medische missers en te lange werkweken specialisten

Het wordt in medische kringen als relatief goed nieuws beschouwd dat het aantal doden in Nederland als gevolg van medische missers vorig jaar 970 bedroeg. Aangezien het er in 2008 nog 1.960 waren, is de vooruitgang onmiskenbaar. Het veiligheidsprogramma dat sinds dat jaar ziekenhuizen werd voorgeschreven, werkt blijkbaar. Al is er geen absolute zekerheid over de gepresenteerde cijfers. Het is nu eenmaal zo dat artsen hun fouten begraven. Bovendien is 970 nog altijd een hoog aantal onnodige doden. Dat zijn er ruim 300 meer dan het aantal verkeersdoden in 2012. Grofweg gesteld: op de fiets is het veiliger dan in een ziekenhuisbed.

Dat brengt een ander cijfer in beeld, dat deze week, in de landelijke ‘Week voor de Patiëntveiligheid’, naar buiten kwam. Uit een enquête van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde bleek dat bijna de helft van de 540 respondenten – chirurgen en arts-assistenten – zich zorgen maakt over de belastbaarheid en belasting van chirurgen. Ze maken soms werkweken van zeventig uur. Dit zal een patiënt liever niet willen weten: dat hij of zij degene is die in het zeventigste werkuur van de chirurg onder diens operatiemes moet.

Als via een tachograaf de rij- en rusttijden van vrachtwagen- en buschauffeurs uit veiligheidsoverwegingen onder controle worden gehouden, is de vraag welke rem er op de werktijden van medisch specialisten staat. Het antwoord is: geen, want voor medische beroepen is de Arbeidstijdenwet buiten werking verklaard.

Dat legt de verantwoordelijkheid voor hun werktijden in hoge mate bij de betrokkenen zelf. Dan wekt het bevreemding dat tegenover de klacht over te hoge werkdruk voor de artsen een advies staat dat het het ‘Capaciteitsorgaan voor de medisch specialisten’ vorige maand uitbracht. Dit orgaan, dat wordt gesubsidieerd door het ministerie van Volksgezondheid, adviseerde vorige maand om het aantal basisartsen dat een vervolgopleiding mag volgen, te beperken uit angst voor een overschot aan medisch specialisten. Ook De Jonge Orde, de organisatie van jonge specialisten, waarschuwde vorig jaar voor werkloosheid onder chirurgen, cardiologen, radiologen en bij nog andere specialismen.

Jonge medici die zich aansluiten bij de 40 procent van de specialisten die vrij gevestigd zijn, dus niet in loondienst, hebben toch al een probleem. Er zijn voorbeelden bekend van ‘jonge klaren’, zoals ze in medische kringen worden genoemd, die 200.000 euro moesten lenen om tot een maatschap te kunnen toetreden. Dat vraagt om omzet. En dat staat dan weer haaks op de opdracht aan de specialisten van minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) om medische ingrepen te beperken tot de echt noodzakelijke.

Het kan in de toekomst nodig zijn het aantal opleidingsplaatsen voor (sommige) specialismen te beperken, maar dat lijkt nu niet aan de orde. Prioriteit nummer één is dat er een einde komt aan werkweken voor chirurgen van zeventig uur. In het belang van ieders gezondheid.